Ik ken ORGA als een bureau dat ontwerpt vanuit de overtuiging dat architectuur onderdeel is van de natuur. Dat biobased en circulair bouwen met ‘biofilisch ontwerp’ combineert om gezonde gebouwen te maken waarin mens en natuur samenkomen. Hiervoor experimenteren ze met nieuwe materialen en systemen. Kortom, ORGA ontwerpt niet vanuit certificaten en labels, maar vanuit gezond verstand: hét thema van deze printeditie. Die woningen wilde ik met eigen ogen bekijken.
Marknesse ligt onder de rook van Emmeloord in Flevoland. Het dorp krijgt een grote nieuwe woonwijk met 180 tot 300 woningen, waaronder rijtjeswoningen, collectief-particulier opdrachtgeverschap – en dus twaalf biobased sociale huurwoningen, een initiatief van woningcorporatie Mercatous.
Als ik kom aanrijden, vallen ze door hun houten daken meteen op. Ik krijg een beetje Little House on the Prairie-vibes, ware het niet dat de twaalf woningen zijn omringd door andere nieuwbouwwoningen. Allemaal gebouwd in de sobere en doelmatige stijl van de Delftse School – waarmee de hele Noordoostpolder vol staat – en voorzien van witte en bruine steenstrips. Om daarop aan te sluiten zijn er aan de kopgevels houten ‘schoorstenen’ gemaakt, al bevatten die geen rookkanalen, maar vleermuiskasten.
Dat in het project drie verschillende houtsoorten zijn toegepast valt me nu helemaal niet zo op. ‘Toen de projectfoto’s werden gemaakt, was het project net opgeleverd en had het vlak ervoor heel hard geregend’, vertelt projectarchitect Guus Degen. Nu is het al heel lang droog. Veel te droog. Waardoor de verschillende soorten snel zijn vergrijsd en in kleur naar elkaar toe getrokken.
ORGA ontwerpt niet vanuit certificaten en labels, maar vanuit gezond verstand: hét thema van deze printeditie”
Degen wijst me erop dat voor het ene blokje van zes woningen vurenhout is gebruikt voor de gevels, en voor het andere blokje dabéma. Alleen door het verschil in noesten in het hout kan ik beide soorten onderscheiden. Waarom twee soorten? Degen: ‘Dwars over het kavel loopt een scheidslijn tussen twee welstandszones, waardoor een visueel onderscheid belangrijk was.’ Nu pas zie ik dat de kozijnen ook een andere kleur hebben.
‘Verder heeft de welstand vooral meegedacht. Ons doel was om zoveel mogelijk natuurlijke materialen toe te passen en geheel damp-open te ontwerpen.’ Dat kan in principe ook met steenstrips en dakpannen, vertelt hij. ‘Maar doordat ze akkoord gingen met hout voor de gevels en het dak hebben we een extra stap kunnen zetten in de totale duurzaamheid.’ Ruim 75 procent van het project bestaat uit duurzame materialen. Geen enkel certificaat of label, maar wel heel duurzaam.
Wat opvalt als ik nog een rondje om het blok loop, zijn de kloeke brievenbussen – gemaakt van reststukken gevel in een sociale werkplaats van het Leger de Heils – én de grijze zonweringen die op het zuiden met noppen aan de buitenkant van de ramen zijn geplaatst. ‘Eigenlijk passen we bij al onze woningbouwprojecten zonwering toe, maar hier kwam uit de BENG-berekening dat ze echt niet nodig waren’, aldus Degen. De zomer van 2026 was vast nog niet meegenomen in de data. Voor de volgende keer toch maar weer vertrouwen op het gezond verstand.

Fotograaf David Meulenbeld zet me neer voor de tuin met de mooiste bloemen. Voor hem is het overduidelijk: als hij in deze wijk zou wonen, dan het liefst in een van deze houten woningen. Misschien moet Von Meding ook eens komen kijken.







