Onverwacht ligt er een mooie les begrijpend wonen in de flat Klieverink in de Bijlmermeer, waar Gus Tielens opgroeide. In een conceptwoning, wat dus helemaal niet zo nieuw is. ‘Mijn herinneringen zijn ongetwijfeld gekleurd door nostalgie, maar nu ik er als architect op terugkijk, zie ik hoe slim de plattegronden zijn ontworpen.’
Zo is er een kastenwand met doorgeefluik tussen keuken en woonkamer. En de voor- en achterkamer verspringen als een moderne interpretatie van de kamer-en-suite. ‘Daar hing bij ons een schommel en kon door een skaileren schuifwand een extra kamer worden gecreëerd.’ Ze woonde op de eerste verdieping, waar de galerij extra diep was. ‘In de zomer aten we daar vaak buiten.’
De plattegrond stond vast, maar het wonen heeft hier betekenis gekregen doordat architect Fop Ottenhof (1906-1968) ruimte wist te maken voor leven, gemeenschap en toe-eigening.
Wonen is geen oplosbaar systeemprobleem. Geen praktische puzzel, ‘maar ook een emotionele toestand’, zo stelt Jheronimo Ypsilon. Een jaar lang boog het kunstenaarsduo zich over de toekomst van het wonen in opdracht van Trudo. Het doel was om de Eindhovense woningcorporatie een spiegel voor te houden. ‘Architectuur gaat vaak over het zichtbare, maar deze serie duwt juist naar het onzichtbare: verwachting, taal, ritueel, sentimentele hechting en het idee van “toekomst”.’
In de podcast met Indira van ’t Klooster die volgende week online komt stelt ze: ‘Alles wat niet efficiënt is, is goed voor de architectuur.’ En dus ook voor fijn wonen.
Groet! Merel











