In gesprek met Irma van Oort kreeg ik een genuanceerder beeld. Bouwen voor kapitaalkrachtigen kan een gebiedsontwikkeling aanjagen, omdat meer draagvlak voor bepaalde voorzieningen ontstaat. Het kan doorstroming in de bestaande voorraad bevorderen en concentraties van armoede voorkomen of oplossen.
Zo is Feyenoord, de wijk waar De Piek staat, onderdeel van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, een overheidsprogramma gericht op menging van inkomensgroepen om intergenerationele armoede te doorbreken.
Hoogleraar Tess Broekmans zal in ieder geval in haar nopjes zijn met deze projecten, want het gaat hier allemaal om appartementen. Variërend van zo’n 57 tot 200 vierkante meter. En daarmee geschikt voor allerlei woonsituaties. Van ouderen die vereenzamen, tot gescheiden ouders die bij elkaar in de buurt willen wonen.
Volgens haar zou dit de standaard moeten zijn in plaats van de eengezinswoning. 'Een appartement biedt veel meer vrijheid dan de standaard eengezinswoning met wonen beneden en twee lagen slapen. Je kunt ruimtes delen, samen een grote tuin hebben in plaats van een postzegel met schutting rondom.’
De oplossing van de wooncrisis ligt niet alleen in meer bouwen, maar ook in anders wonen. De Piek, de Hooghe Delft en de parkvilla’s laten zien: dit is stedelijk wonen voor starters, doorstromers, tweeverdieners én senioren. Niet in een eengezinswoning, maar in een appartement mét uitzicht én ov, cultuur en park binnen handbereik.
Groet! Merel











