Maar werkt dat ook? Team Paul de Vroom + Sputnik analyseerde recente projecten. Hun conclusie: er is geen simpele succesformule. De intentie is bijna altijd goed, maar sommige gedeelde voorzieningen bloeien, terwijl andere verpieteren. Het verschil zit bijna altijd in het ontwerp en gebruik: ligt een ruimte op de route, voelt die uitnodigend, en is er iemand die de gemeenschap op gang helpt?
Tegelijk laten nieuwe woonprojecten zien dat collectiviteit meer kan zijn dan compensatie alleen. Zo is in woongebouw Cornelis in Amsterdam ontmoeting spelenderwijs georganiseerd: kinderen rennen, fietsen en skateboarden door doorlopende routes van gangen, galerijen en trappen met zelfs een glijbaan. ‘Je moet hier tikkertje kunnen spelen, dan wil je geen doodlopende gang’, aldus architect Michael van Bergen.
In De Enclave in Zaandam en Meer&Deel in Eindhoven krijgt collectief wonen in de stad een bijna dorps karakter. Bewoners delen niet alleen ruimte, maar ook hun dagelijks leven. ‘We hebben een oppasapp, een marktplaatsapp, een app voor buitenzwemmers, er wordt hier van alles verhandeld’, vertelt een van de bewoners. Met gedeelde werkplaatsen, logeerkamers en tuinen – en een mix van leeftijden van 0 tot 95 – is collectiviteit geen bijproduct, maar het vertrekpunt.
Wat deze voorbeelden laten zien: delen compenseert niet alleen missende vierkante meters, maar maakt het wonen ook leuker. Laat je inspireren!
Groet, Merel












