De entree is uitgevoerd in donkerrood keramiek, met een hoekig, gefacetteerd dak dat deels de aula insteekt. Daarachter bevindt zich een tien meter hoge aula met zichtbare houten spanten, die het ruimtelijke en organisatorische hart van de school vormt. Rondom deze centrale ruimte liggen coachruimtes en zes makerspaces - waaronder een techlab, atelier en muziekstudio - die via glazen wanden in verbinding staan met de aula. Alle ruimtes zijn met flexibele tussenwanden af te scheiden of te verbinden, waardoor het gebouw toekomstige veranderingen kan opvangen. Er zijn geen gangen, lokalen, kluisjes of lerarenkamer; leerlingen nemen hun eigen stoel en bureau mee naar school.
De L-vorm van het gebouw - ontstaan doordat het zich om een bestaande sportzaal heen plooit - stelde beperkingen aan de daglichttoetreding. Verkeersruimtes zijn verblijfsruimtes geworden, trappenhuizen nodigen uit tot gebruik en daglicht bereikt via vides tot diep in het gebouw het hart van de school. De gevels zijn opgebouwd uit prefab betonelementen met ingestorte bakstenen die diagonaal zijn doorgezaagd, waardoor de punten uitsteken en reliëf ontstaat terwijl het materiaalgebruik beperkt blijft.
De school fungeert ook als ontmoetingsplek voor de buurt. Voor ouders en buurtbewoners is in het midden van het gebouw een grand café ontworpen dat de buurt met de school verbindt. Het ontwerp is mede tot stand gekomen via een participatief proces: leerlingen werkten samen met het architectenbureau aan het ontwerp en de inrichting van het gebouw. Hoksbergen werkte daartoe een half jaar mee in de school, toen die nog op een andere locatie gevestigd was.






















