Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich het Rijksmuseum dat gewoonweg geen aanbesteding voor de nieuwe beeldentuin heeft uitgeschreven. Het museum wees twee buitenlandse ontwerpers aan: Norman Foster voor (bestaande) paviljoens en de Belgische landschapsarchitect Piet Blanckaert voor de tuin. Was het niet logischer geweest een prijsvraag uit te schrijven en Nederlands talent een kans te geven?
Deze opdrachtverstrekking is te vergelijken met de gunning van de uitbreiding van het Kröller-Müller Museum aan Tadao Ando in 2023. Blijkbaar kunnen publieke musea aanbestedingsregels in de wind slaan. De reden? Ze bevinden zich juridisch in een grijs gebied. Veel musea zijn georganiseerd als zelfstandige stichtingen met een eigen bestuur en vallen daardoor niet automatisch onder de aanbestedingsplicht. Bovendien laten de aanbestedingsregels ruimte voor uitzonderingen bij culturele en artistieke diensten, waarbij een beroep kan worden gedaan op specifieke expertise of artistieke autonomie.
Bij onze Zuiderburen heeft het Netwerk van Architecten in Vlaanderen (NAV) een ‘Wall of Shame’ gepubliceerd met 'de meest afmattende, slordige en sneaky aanbestedingen'. In Nederland ziet Rijksbouwmeester Francesco Veenstra liever een ‘Wall of Fame’ om de kwaliteit en de opmerkelijke inzet van personen en organisaties te vieren. Borret beaamt dat het wringt. Maar vindt het tegelijkertijd problematisch dat (semi-)publieke opdrachtgevers na talloze jaren aandacht en kennisopbouw over goed aanbesteden van architectuur, dat nog steeds negeren.
Zouden het Kröller-Müller en het Rijks zo bezien ook op de Wall of Shame thuishoren?












