In discussies over duurzaam bouwen gaat veel aandacht naar materiaalkeuze, circulariteit en een lagere milieubelasting. Dat zijn belangrijke onderwerpen, maar de levensduur van een gebouw verdient minstens zoveel aandacht. ‘Een constructie die langer bruikbaar blijft, hoeft minder snel te worden vervangen’, zegt Van Ginkel. ‘Dat beperkt materiaalgebruik, afval en nieuwe werkzaamheden.’
De keuzes die tijdens het ontwerp worden gemaakt, hebben daar veel invloed op. De detaillering van aansluitingen, de bereikbaarheid van kwetsbare onderdelen en de mogelijkheid om delen later lokaal te herstellen bepalen mede hoe een gebouw zich op langere termijn houdt.
‘Wie vanuit behoud ontwerpt, kijkt daarom verder dan de oplevering’, stelt Van Ginkel. ‘De technische levensduur van een constructie wordt voor een belangrijk deel bepaald door keuzes die al in de ontwerpfase worden gemaakt.’

Het detail bepaalt vaak de levensduur
Veel schade ontstaat op plekken waar verschillende materialen en bouwdelen samenkomen. Denk aan dakranden, doorvoeren, kozijnen, goten, opstanden en dilataties. ‘Op tekeningen zijn het soms kleine onderdelen, terwijl ze in de praktijk grote gevolgen kunnen hebben’, zegt Van Ginkel.
Water speelt daarbij een belangrijke rol. Zodra vocht via een aansluiting in de constructie terechtkomt, kan schade zich verder ontwikkelen dan aan de buitenzijde zichtbaar is. Beton kan worden aangetast, wapening kan corroderen en onderliggende ruimten kunnen last krijgen van lekkage. Een goede waterdichting verdient daarom al vroeg in het ontwerp aandacht.
‘De gekozen oplossing moet passen bij de geometrie, de ondergrond, de verwachte belasting en het gebruik van het bouwdeel’, legt Van Ginkel uit. ‘Ook de detaillering rond aansluitingen moet praktisch uitvoerbaar zijn. Juist op die punten komen ontwerp en techniek samen.’
Triflex ontwikkelt vloeibare kunststoffen voor het beschermen, afdichten en renoveren van onder meer daken, balkons, galerijen, parkeerdekken en infrastructurele constructies. Vanuit die praktijk ziet Van Ginkel dagelijks hoeveel invloed detaillering, materiaalkeuze en uitvoering hebben op de uiteindelijke levensduur van een constructie.

Ontwerpen voor verandering
Een gebouw blijft zelden precies zo functioneren als bij oplevering. Daken krijgen zonnepanelen of worden vergroend. Parkeergarages krijgen laadvoorzieningen, nieuwe looproutes of een andere indeling. Balkons en galerijen worden aangepast aan veranderende eisen rond veiligheid, comfort en uitstraling.
‘Het is daarom waardevol om in het ontwerp ruimte te laten voor toekomstige veranderingen’, zegt Van Ginkel. ‘Een constructie die kan worden aangepast zonder dat grote delen opnieuw moeten worden opgebouwd, biedt daarvoor een betere basis.’
Bij renovatie is dit extra relevant. Volledige vervanging is lang niet altijd nodig. Wanneer de bestaande constructie technisch in goede staat verkeert, kan gericht herstel voldoende zijn. Vloeibaar aangebrachte systemen kunnen daarbij aansluiten op bestaande vormen, ondergronden en complexe details. Zo blijft een groter deel van de oorspronkelijke constructie behouden.
‘Het uitgangspunt is helder: benut wat nog goed is en voeg gericht toe wat nodig is voor een volgende gebruiksfase’, aldus Van Ginkel. ‘Dat beperkt ingrepen in de bestaande bouw en geeft gebouwen de ruimte om mee te bewegen met nieuwe functies en eisen.’

Techniek als onderdeel van de ontwerpkwaliteit
Technische bescherming is vaak nauwelijks zichtbaar in het uiteindelijke gebouw, maar heeft wel invloed op de kwaliteit ervan. Waterdichting, slijtvastheid en bescherming van de onderliggende constructie bepalen mede hoe een ontwerp zich op lange termijn houdt.
Dat betekent niet dat techniek de architectonische vrijheid hoeft te beperken. Materiaalkeuze, kleur, oppervlaktestructuur en detaillering kunnen juist samen worden bekeken. Op balkons en galerijen speelt de afwerking bijvoorbeeld een duidelijke visuele rol. In parkeergarages kunnen kleur en belijning bijdragen aan routing en herkenbaarheid. Op daken vraagt de combinatie met groen, installaties of andere functies weer om andere keuzes.
‘Voor architecten ligt de uitdaging in het verbinden van uitstraling en prestaties’, zegt Van Ginkel. ‘Een detail moet technisch betrouwbaar zijn, maar ook passen bij de vormentaal van het gebouw. Door die aspecten vanaf het begin gezamenlijk uit te werken, hoeft de technische oplossing geen correctie achteraf te worden.’
Daarmee wordt bescherming onderdeel van het ontwerp zelf. De technische laag ondersteunt de architectonische kwaliteit en helpt die kwaliteit gedurende de levensduur van het gebouw te behouden.
De belasting van een bouwdeel, de beoogde levensduur en mogelijke toekomstige veranderingen geven richting aan de technische oplossing”
Kennis vroeg bij elkaar brengen
Goede oplossingen ontstaan wanneer ontwerpers, adviseurs, uitvoerende partijen en materiaalspecialisten vroeg met elkaar in gesprek gaan. Bij complexe aansluitingen kan technische kennis helpen om details uitvoerbaar, duurzaam en passend binnen het ontwerp te maken.
‘De gewenste prestaties vormen daarbij het vertrekpunt’, legt Van Ginkel uit. ‘De belasting van een bouwdeel, de beoogde levensduur en mogelijke toekomstige veranderingen geven richting aan de technische oplossing. Zo kan vanaf het begin worden gezocht naar een aanpak die past bij het ontwerp en bij de manier waarop het gebouw later wordt gebruikt.’
Duurzaam ontwerpen vraagt om een lange blik. Wie rekening houdt met gebruik, verandering en herstelbaarheid vergroot de kans dat gebouwen langer functioneren en dat bestaande constructies hun waarde behouden. ‘Daar ligt een belangrijke opgave voor de architectuur: zorgvuldig ontwerpen voor gebouwen die vandaag goed functioneren en ook in de toekomst bruikbaar blijven’, besluit Van Ginkel.
Dit artikel is gesponsord door Triflex.




