Van winkelpubliek naar studentenstroom: hoe herbestemming begint bij de entree
Het voormalige V&D-pand in hartje Den Haag krijgt een nieuwe bestemming als campus voor meerdere onderwijsinstellingen.
Gesponsord

Van winkelpubliek naar studentenstroom: hoe herbestemming begint bij de entree

De Universiteitscampus Spui is een bijzonder transformatieproject in Den Haag. Het voormalige V&D-pand in het hart van de stad krijgt een nieuwe bestemming als campus voor meerdere onderwijsinstellingen. Hiermee verandert niet alleen de functie van het gebouw, maar ook de wijze waarop het wordt gebruikt.

Volgens Iris Taam, Adviseur Architecten bij Boon Edam, vraagt zo'n herbestemming om een integrale benadering waarbij architectuur, gebruik en techniek vanaf het begin gezamenlijk worden bekeken. 'Juist bij transformatieprojecten is het belangrijk om vroeg met elkaar in gesprek te gaan, zodat je echt kwaliteit kunt toevoegen.'

Iris Taam: 'Juist bij transformatieprojecten is het belangrijk om vroeg met elkaar in gesprek te gaan, zodat je echt kwaliteit kunt toevoegen.'
Iris Taam: 'Juist bij transformatieprojecten is het belangrijk om vroeg met elkaar in gesprek te gaan, zodat je echt kwaliteit kunt toevoegen.'

Vroeger liepen er wekelijks duizenden klanten via de warenhuisdeuren naar binnen; straks maken studenten, medewerkers en bezoekers gebruik van het gebouw. Dat vraagt uiteraard om een geheel andere manier van kijken naar routing, toegankelijkheid en gebruikerservaring. ‘Wanneer een gebouw een totaal andere bestemming krijgt, veranderen ook de eisen die aan een entree worden gesteld’, licht Taam toe. ‘Bij een warenhuis ontwerp je voor verspreide bezoekersstromen. Bij onderwijs krijg je juist geconcentreerde pieken.’

Entree voor intensieve gebruikersstromen

Onderwijsgebouwen kennen bovendien duidelijke piekmomenten. Grote groepen studenten arriveren vaak gelijktijdig aan het begin van de dag. Een entree moet die bezoekersstromen probleemloos kunnen verwerken. ‘In de vroege ochtend beginnen de lessen en in de periode daarvoor komen er ineens heel veel mensen tegelijk binnen. Daar moet je in het ontwerp dus rekening mee houden.’

De entree moet voor iedereen toegankelijk zijn. Daarom is gekozen voor een Duotour: een automatische draaideur met geïntegreerde schuifdeuren.
De entree moet voor iedereen toegankelijk zijn. Daarom is gekozen voor een Duotour: een automatische draaideur met geïntegreerde schuifdeuren.

Daarnaast heeft de universiteitscampus te maken met verschillende gebruikersgroepen. Studenten, medewerkers en bezoekers maken gebruik van dezelfde ingang. Het is dan wel belangrijk dat iedereen zich welkom voelt. ‘De entree moet voor iedereen toegankelijk zijn’, knikt Taam. ‘Ook rolstoelgebruikers moeten zonder drempels gebruik kunnen maken van deze ingang. Er mag geen onderscheid ontstaan.’

Daarom is gekozen voor een Duotour: een automatische draaideur met geïntegreerde schuifdeuren. Een onderwijsgebouw heeft namelijk piekbelasting, toegankelijkheid en klimaatcomfort nodig. Een draaideur helpt bij tocht en energieverlies, maar een geïntegreerde schuifdeur biedt extra capaciteit en drempelloze toegankelijkheid wanneer dat nodig is.

Historisch gebouw vraagt om zorgvuldige integratie

Bij de Universiteitscampus Spui speelt tevens de historische context een belangrijke rol. Het voormalige V&D-pand heeft een herkenbare plek in de Haagse binnenstad en veel mensen kennen het gebouw nog vanuit de oude functie. Juist daardoor vraagt een transformatie om zorgvuldige keuzes. ‘Je wilt niet dat een nieuw onderdeel losstaat van het gebouw. Het moet één geheel vormen met de architectuur en het verleden.’

‘De entree is veel meer dan een toegangspunt. Het is een schakel tussen verleden en toekomst, tussen stad en gebouw en tussen architectuur en gebruik.’
‘De entree is veel meer dan een toegangspunt. Het is een schakel tussen verleden en toekomst, tussen stad en gebouw en tussen architectuur en gebruik.’

Om die samenhang te bereiken, werd nadrukkelijk gekeken naar materiaalgebruik en kleur. De entree moest aansluiten bij de nieuwe gevel, maar tegelijkertijd respect tonen voor de bestaande uitstraling van het gebouw. ‘Door kleuren en materialen goed op elkaar af te stemmen ontstaat er rust’, legt Taam uit. ‘Het voelt dan niet als iets dat later is toegevoegd, maar als onderdeel van het totaal.’

Die benadering verschilt wel per project, voegt ze eraan toe. Sommige architecten kiezen ervoor om een entree juist zichtbaar te maken, terwijl anderen streven naar een zo onopvallend mogelijke integratie. ‘Dat hangt dus helemaal af van de visie van de architect. Soms mag een entree een opvallend element zijn en soms moet hij juist opgaan in het gebouw. Wij kunnen daarin flexibel meedenken.’

Vroeg samenwerken voorkomt kostbare aanpassingen

Transformatieprojecten brengen volgens haar altijd uitdagingen met zich mee. Een bestaand gebouw kent beperkingen waar rekening mee moet worden gehouden; beschikbare ruimtes, bestaande constructies en soms ook monumentale waarden bepalen mede wat mogelijk is. ‘Bij bestaande gebouwen heb je nu eenmaal te maken met randvoorwaarden, maar juist daarin zit de uitdaging.’

Een bestaand gebouw kent beperkingen waar rekening mee moet worden gehouden; beschikbare ruimtes, bestaande constructies en soms ook monumentale waarden bepalen mede wat mogelijk is.
Een bestaand gebouw kent beperkingen waar rekening mee moet worden gehouden; beschikbare ruimtes, bestaande constructies en soms ook monumentale waarden bepalen mede wat mogelijk is.

Samenwerking is daarom essentieel, meent Taam. Specialistische kennis moet zo vroeg mogelijk worden ingebracht, zodat oplossingen niet pas aan het einde van het proces worden gezocht. ‘Wij proberen al in de VO- en DO-fase aan tafel te zitten. Op die manier kun je echt meedenken over wat een gebouw nodig heeft.’

Die vroege betrokkenheid voorkomt volgens haar bovendien onnodige aanpassingen in latere fasen van het project. ‘Wanneer een ontwerp al helemaal is uitgewerkt en je moet daarna nog zaken aanpassen, dan kost dat veel tijd en energie. Dus hoe eerder je samenwerkt, hoe beter het eindresultaat wordt.’

Ervaring helpt bij complexe transformatieopgaven

Hierbij speelt ervaring uit eerdere projecten een belangrijke rol, aldus Taam. Want specialisten brengen kennis mee die architecten helpt om sneller tot de juiste oplossingen te komen. ‘Bij transformatieprojecten loop je vaak tegen vergelijkbare vraagstukken aan. Door ervaringen uit andere projecten mee te nemen, kun je dus veel efficiënter werken.’

Wanneer een ontwerp al helemaal is uitgewerkt en je moet daarna nog zaken aanpassen, dan kost dat veel tijd en energie. Dus hoe eerder je samenwerkt, hoe beter het eindresultaat wordt”

Volgens Taam ligt daar ook een belangrijke les voor toekomstige herbestemmingsprojecten. De toenemende complexiteit van regelgeving, toegankelijkheid en gebruikerswensen vraagt volgens haar namelijk om een nauwere samenwerking tussen architecten en gespecialiseerde partners. ‘Je hoeft dan niet iedere keer opnieuw het wiel uit te vinden: door expertise vroegtijdig samen te brengen, kun je betere keuzes maken.’

De transformatie van de Universiteitscampus Spui laat volgens haar zien dat dit echt is gelukt. ‘De entree is veel meer dan een toegangspunt. Het is een schakel tussen verleden en toekomst, tussen stad en gebouw en tussen architectuur en gebruik.’

Dit artikel is gesponsord door Boon Edam.