KAAN Architecten werkt sinds 2017 aan het ontwerp van een nieuwe terminal op Schiphol. Bij dit project worden ambitieuze eisen gesteld aan het gebruik van gerecyclede materialen. Inmiddels is duurzaamheid bij veel opdrachtgevers een vast onderdeel van het programma van eisen. Certificeringssystemen zoals BREEAM hebben daar goed bij geholpen. 'Vroeger werd gezegd dat een gebouw duurzaam moest zijn, maar hoe je dat moest vertalen, was vaak onduidelijk. Nu spreken opdrachtgevers en architecten veel meer dezelfde taal. Duurzaamheid is niet langer iets extra’s, maar zit steeds vaker in het DNA van organisaties.'
Toch betekent die veranderde houding niet dat bij ieder project automatisch de duurzaamste materialen worden toegepast. Budgetten, bouwvoorschriften en technische randvoorwaarden bepalen mede wat haalbaar is. Cardol geeft een voorbeeld: 'Een andere bouwmethode kan gevolgen hebben voor de dikte van vloerconstructies. Bij een maximale gebouwhoogte kan dat betekenen dat een verdieping vervalt. Op die manier wordt duurzaam bouwen niet alleen duurder, maar levert het ook minder op. Als architect kun je daarover in gesprek gaan met de gemeente, maar een opdrachtgever kan niet altijd wachten op een bestemmingsplanwijziging.'

Duurzaamheidsambities
Opdrachtgevers formuleren hun duurzaamheidsambities doorgaans in termen van prestaties, zoals bijvoorbeeld een BREEAM-certificering of een maximale milieubelasting. De keuze voor specifieke materialen laten ze vervolgens vaak over aan de ontwerpers en adviseurs. 'Een opdrachtgever zegt eigenlijk: dit is het niveau dat ik wil bereiken, zorg maar dat het lukt. Het is aan ons om uit te zoeken welke materialen daarvoor geschikt zijn.'
Een materiaal moet hierbij aan meer eisen voldoen dan alleen duurzaamheid. Brandveiligheid, akoestiek, functionaliteit en esthetiek spelen eveneens een rol. 'Wanneer wij goed hebben uitgezocht dat een materiaal aan alle eisen voldoet, wordt onze keuze doorgaans overgenomen. Het moet goed functioneren, esthetisch aantrekkelijk zijn en binnen het ontwerp passen. Je kunt nooit één aspect kiezen.' Toch ligt de uiteindelijke materiaalkeuze in Nederland vaak bij de aannemer, die bijvoorbeeld op basis van prijs of verwerkbaarheid voor een alternatief kan kiezen.

Vertrouwen in nieuwe materialen
Een belangrijk obstakel is dat innovatieve gerecyclede materialen niet altijd over de benodigde certificeringen beschikken. Dat speelt volgens Cardol vooral bij toepassingen waarvoor strenge brandveiligheidseisen gelden. 'Tegelijkertijd neemt de beschikbare ontwerptijd af, en hierdoor is er minder ruimte om uitgebreid nieuwe oplossingen te onderzoeken. Je ziet dan dat partijen toch terugvallen op bekende materialen. Het is daarom belangrijk dat ook grote, gevestigde leveranciers duurzame producten ontwikkelen. Dat geeft opdrachtgevers en aannemers het vertrouwen om ermee verder te gaan.'
De ontwikkeling van Gyproc Regips A illustreert hoe bestaande bouwproducten kunnen verduurzamen. De nieuwe Regips A 50 Infinaé bevat namelijk gegarandeerd 50 procent gerecycled gips en 100 procent gerecycled karton. Voor Cardol is vooral belangrijk dat het om een veelgebruikt basismateriaal gaat. 'Wij tekenen twee lijntjes en iedereen begrijpt dat daar een gipsplaat komt. Juist zulke standaardmaterialen moet je zo snel mogelijk verduurzamen. Daar kun je een enorme impact mee maken.'
Waarom bevat de nieuwe gipskartonplaat 50 procent gerecycled gips en nog niet meer? De belangrijkste beperking is de beschikbaarheid van voldoende geschikt recyclaat. Daarvoor moet gipsafval bij sloop en renovatie apart worden ingezameld. Nu krijgt een deel van het afval een andere bestemming, zoals het opvullen van voormalige mijnen in Duitsland. Gyproc werkt daarom samen met recyclingbedrijven om meer gebruikt gips terug te brengen in de productie. Een hoger recyclingpercentage vraagt bovendien om uitgebreide tests, zodat de gipskartonplaten aan alle technische prestatie-eisen blijven voldoen.
Ik geloof er heel erg in dat we dit kunnen bereiken. Alleen moeten we het serieus oppakken en vooral niet te langzaam”
Financiële prikkels
Volgens Cardol zijn ook andere financiële prikkels nodig. 'Als het goedkoper blijft om materiaal te dumpen, wordt recycling nooit vanzelfsprekend. Je zou milieubelastende materialen zwaarder kunnen belasten. Dan ontstaat er een echte stimulans om voor duurzamere alternatieven te kiezen.' Ook initiatieven zoals het Bouwmaterialenakkoord en de Aanpak Circulair Slopen en Hergebruik kunnen volgens hem bijdragen aan verandering. Ze bieden opdrachtgevers houvast en maken duurzame keuzes beter verdedigbaar tegenover investeerders en andere belanghebbenden. 'Bij grote projecten is een mooi idee niet voldoende. Je moet kunnen aantonen dat iets werkt en dat anderen het ook toepassen. Op die manier wordt het gemakkelijker om mensen mee te krijgen.'
Voor de komende vijf jaar hoopt Cardol op verdere verhoging van het aandeel gerecyclede grondstoffen in veelgebruikte bouwmaterialen. Daarnaast ziet hij mogelijkheden om met minder materiaal dezelfde prestaties te leveren, bijvoorbeeld door slimmere plaatconstructies. Maar technische innovatie alleen is niet voldoende. Ook regelgeving en financiële stimulansen moeten meebewegen.
Zijn kritische houding komt voort uit optimisme, benadrukt hij. 'De mogelijkheden zijn er, maar de omslag vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ik geloof er heel erg in dat we dit kunnen bereiken. Alleen moeten we het serieus oppakken en vooral niet te langzaam. Circulair bouwen moet geen luchtkasteel worden.'
Dit artikel is gesponsord door Saint-Gobain Gyproc.








