Dahmen zet de bouw van zijn huis in als een onderzoek naar het architectenvak: wat gebeurt er als de architect niet vooraf digitaal ontwerpt, maar zelf bouwt en alleen lokale restmaterialen gebruikt? Kaan legt in zijn ontwerp de nadruk op uiterst precieze maatvoering en details. Tegelijkertijd beweegt de smetteloos witte vakantiewoning mee met de weersomstandigheden, de seizoenen en zijn gezinsleven. Tuckey gebruikte lokaal gewonnen, ongestabiliseerde leem, aangevuld met sloopmateriaal van het oude buitenhuis dat eerst op de plek stond. Alsof de residentie uit het landschap zelf is gegroeid.
Zo’n vier jaar geleden schoof ik aan bij een panel met redacteuren van internationaal geroemde architectuur vakbladen. Zij stelden unaniem dat zelfrespecterende vakmedia geen particuliere, vrijstaande huizen zouden moeten publiceren. De grote maatschappelijke opgaven waarin de architectuur een belangrijke rol kan vervullen, spelen zich immers elders af. Denk maar aan de wooncrisis.
Ik bracht daar tegenin dat een woonhuis ook een laboratorium kan zijn. Een plek om te experimenteren met materialen, details en ruimtelijke interventies die – bij goed gevolg – architecten later op grotere schaal kunnen toepassen. En dat die innovatie een podium verdient. Dahmen voegt hier nu aan toe dat het een woonhuis ook de plek kan zijn waar architecten hun eigen werkwijze ter discussie stellen. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als Kaan dit bij zijn volgende huis zou doen.
Lees alle must-reads van deze week!
Merel












