We hebben het over de open brief van Marcel van Heck aan kersverse Rijksbouwmeester Cécilia Gross, waarin hij haar oproept het begrip architectuur weer gangbaar te maken binnen het rijk.

Happel: ‘Laten we een groep vrouwelijke architecten optrommelen die haar ook een brief sturen dat ze vooral zelf de tijd moet nemen om te bepalen waar ze zich tijdens haar termijn voor in wil zetten.’
Ik: ‘Doen! We publiceren die brief graag!’
Happel: ‘Ik dacht: dit is meer iets voor jou om in gang te zetten.’
Ik: ‘Ah ja.’ Zwijgend kijk ik naar de hoek van het gebouw dat deels is afgeplakt. Over een paar dagen wordt het gedicht op de gevel onthuld. Ik denk aan mijn volle agenda met lezingen rondom Mevr. de Architect 2.0. De positie van vrouwen in de architectuur gaat me aan het hart, dat weet ze, toch zeg ik: ‘Dat gaat me komende tijd helaas niet lukken.’
Happel volgt mijn blik en zegt: ‘Ach ja, ik ben ook moe.’
We voegen ons weer bij Cornelisse en Boonekamp. Boonekamp was van tevoren wat sceptisch. Jarenlang had ze bij HP architecten aan sociale woningbouw gewerkt, maar dit niveau van detaillering was haar daar nooit gelukt. Hier had HCVA vast een groter budget gekregen. Het tegendeel blijkt waar. ‘Veel details zijn gratis’, verklaart Cornelisse, ‘maar je moet wel weten hoe je ze moet maken en de kansen aangrijpen’.
We lopen terug naar het station. Boonekamp mijmert: ‘Het is wonderlijk. Ze moesten standaard lampen toepassen, maar door het armatuur een kwartslag te draaien, wordt het ineens een treffend detail dat meedoet met het geheel, én het zelfs versterkt.’
Soms is de norm een beetje kantelen genoeg om ruimte te maken voor kwaliteit.
Groet, Merel










