Een grote paradox: de klimaatcrisis oplossen door enorme gebouwen neer te zetten. Ritzen is zich daarvan bewust. Toch denkt hij dat ze worden gecompenseerd door de gedragsverandering die hij nastreeft. Zo heeft hij laten berekenen wat het effect is als iemand helemaal vanuit Japan naar Rotterdam vliegt, speciaal om het Shift Landmark te bezoeken.
‘Shift hanteert een opvatting van wereldverbetering gebaseerd op individuele keuzes die zullen accumuleren in een revolutie die wordt geleid door geniale individuen’, schrijft Wouter Vanstiphout in een kritisch essay.
Het gebouw wordt daarmee een morele machine. En ook dit wringt. Voor een echt duurzamer leven moet het roer om, op alle vlakken, niet alleen die van het individu. ‘En dat is precies de dimensie die bij Ritzen en Shift nergens te bekennen is: systemische verandering en institutionele politiek gebaseerd op representatieve democratie’, aldus Vanstiphout.
Daarbij zet het Shift Landmark nog steeds dezelfde middelen in om mensen te bereiken: verbeelding en spektakel. Architectuur als marketinginstrument. Ik vraag me daarom af: wat zou er gebeuren als we Don’s energie, zijn enorme netwerk en zijn geplande 240 miljoen euro inzetten voor de verduurzaming van gebouwen die er al staan?
UNESCO-hoogleraar Ana Pereira Roders zou niets liever willen. ‘Elke minuut verdwijnt er een gebouw in Europa. Dat zijn er 1.440 per dag, 525.600 per jaar’, schrijft ze in een prikkelende opinie. Al deze gebouwen halen vaak niet hun volledige levensduur, terwijl dat wel had gekund. Waarom geven we bestaande gebouwen niet de kans om toe te treden tot de ‘superhelden’ van de gebouwde omgeving in plaats van weer een nieuwe te bouwen?
Groet! Merel








