Forster Nederland levert stalen profielsystemen voor deuren, gevels en puien. Daarbij draait het niet alleen om techniek, maar ook om esthetiek, brandveiligheid en duurzaamheid. ‘Architecten vragen steeds vaker om slanke profielen met hoge prestaties op het gebied van isolatie en circulariteit’, licht architectenbezoeker Patrick Erven toe.
Bij architectenbureau Cepezed speelt die zoektocht eveneens een belangrijke rol. Het staat bekend om zijn lichte, transparante en demontabele architectuur. Architect Jan-Willem Visscher houdt zich vooral bezig met kwaliteitsborging en technische controle van ontwerpen. ‘Ik wil altijd weten waarom iets werkt’, knikt hij. ‘Als ik iets niet begrijp, neem ik het ook niet zomaar aan.’
Volgens Visscher zit juist daar de kracht van de samenwerking met Forster. ‘Bij veel leveranciers krijg je te horen: ‘Ja hoor, dat kan gewoon.’ Maar dan blijkt later dat het toch niet mogelijk is. Bij Forster krijg ik inhoudelijke antwoorden waar ik echt iets mee kan. En als iets niet kan, zeggen ze dat ook.’

Technische onderbouwing
Die technische onderbouwing wordt steeds belangrijker, merkt ook Erven. ‘De wereld bestaat uit ontwerpen die moeten voldoen aan wetgeving, prestaties en esthetische wensen. Dan moet je kunnen uitleggen waarom een bepaalde oplossing werkt.’
forster unico (xs) is bijvoorbeeld het geïsoleerde profielsysteem, waarbij de traditionele kunststofstrip als isolator vervangen is door een fijn RVS-vakwerk als isolator. ‘Mensen denken dan vaak: metaal geleidt toch warmte? Maar doordat het RVS heel dun is en de warmte een langere weg moet afleggen, werkt het systeem zeer goed isolerend. En bijvangst: het profiel krijgt hierdoor een veel hogere sterkte met slanke aanzichten en is 100% recyclebaar.’
Staal met een lagere CO₂-footprint
Een belangrijk thema is het gebruik van Low Carbon Emission Steel (LCES): staal met een lagere CO₂-footprint. ‘Wij leveren staalprofielen die voor minimaal vijfenzeventig procent uit gerecycled materiaal bestaan’, licht Erven toe. Klanten ontvangen daarbij certificaat waarin staat hoeveel CO₂-uitstoot hiermee wordt bespaard. ‘Dat is echt een bewuste keuze.’
Volgens Visscher speelt die informatie inmiddels een grote rol in het ontwerpproces. ‘Elk product heeft tegenwoordig een milieuscore of footprint’, legt hij uit. ‘Als wij kunnen kiezen voor een materiaal met een lagere impact, dan doen we dat.’
Rapporten, certificeringen en milieudata

De groeiende hoeveelheid rapporten, certificeringen en milieudata heeft volgens beide heren grote invloed op de dagelijkse praktijk. ‘De papierwinkel wordt steeds groter’, lacht Visscher. ‘Maar dat is ook logisch. Opdrachtgevers, gemeenten en toezichthouders willen steeds beter onderbouwd zien waarom een bepaalde oplossing duurzaam of veilig is.’ Volgens hem verschuift de sector daardoor steeds meer van aannames naar aantoonbare prestaties.
Ook Erven ziet dat certificeringen en rapportages steeds belangrijker worden binnen bouwprojecten. Producten worden opgenomen in milieudatabases en voorzien van EPD’s en LCA-berekeningen, zodat de milieu-impact inzichtelijk wordt. ‘Je hebt niets aan mooie duurzame verhalen alleen’, zegt hij. ‘Ze moeten wel controleerbaar en onderbouwd zijn.’
Daarnaast verschuift duurzaamheid steeds verder naar voren in het ontwerpproces. ‘Vroeger stonden vooral esthetiek, techniek en budget centraal; nu worden ontwerpen vanaf het begin getoetst op circulariteit en milieu-impact en dat verandert echt de manier waarop we ontwerpen’, aldus Visscher.
Uitdagingen
Toch blijkt circulair bouwen in de praktijk nog ingewikkeld. Vooral hergebruik van materialen levert uitdagingen op. ‘Wij kunnen prima ontwerpen met hergebruikte materialen, maar die materialen moeten wel beschikbaar zijn op het moment dat je ze nodig hebt.’ Daarom ontstaan volgens Visscher steeds meer gespecialiseerde partijen die gebruikte bouwmaterialen inventariseren, opslaan en opnieuw aanbieden. ‘Het blijft echter complex. Een tweedehands gevel moet technisch namelijk nog wel voldoen, beschikbaar zijn in de juiste afmetingen én passen binnen het ontwerp.’
Wij kunnen prima ontwerpen met hergebruikte materialen, maar die materialen moeten wel beschikbaar zijn op het moment dat je ze nodig hebt”
Strengere regelgeving
Visscher ziet bovendien dat de regelgeving steeds strenger wordt. ‘De eisen rond energieprestaties en CO₂ worden alleen maar hoger. Dat betekent dat architecten en producenten steeds creatiever moeten worden om dezelfde prestaties te behalen.’ Daarom staat de sector volgens Erven pas aan het begin van een grote verandering. ‘We zitten echt nog in de beginfase’, meent hij. ‘Over tien jaar kijken we waarschijnlijk heel anders naar materiaalgebruik en CO₂-uitstoot.’
Samenwerking is daarbij van het grootste belang. ‘Je kunt dit soort vraagstukken alleen oplossen wanneer architecten, producenten en opdrachtgevers samen optrekken’, aldus Visscher. ‘Het gaat uiteindelijk om gebouwen die technisch kloppen, mooi zijn én aantoonbaar duurzamer.’
Dit artikel is gesponsord door Forster Nederland.




