Marlies Leenheer, verkoopadviseur bij Haardenexpert, benoemt vijf aandachtspunten die ontwerpers kunnen helpen om de haard vanaf het begin goed in het woonontwerp te integreren.
1. Begin bij de plek in de ruimte
De eerste vraag gaat vaak over stijl: strak, klassiek, vrijstaand of ingebouwd. ‘Toch begint een sterke keuze eerder bij de ruimte zelf’, zegt Leenheer. ‘Waar ontstaat de meest logische plek voor warmte en zicht? Krijgt de haard een rol in de zithoek, als overgang tussen de keuken en woonkamer of als rustig punt in een open plattegrond?’
‘Bewoners denken vaak aan sfeer. De architect kijkt naar verhoudingen, looplijnen en licht. Precies daar komen die werelden samen. Als de haard vroeg in het plan zit, voelt hij later vanzelfsprekend. Voor architecten ligt hier een duidelijke kans. Door de haard al in de eerste planfase mee te nemen, ontstaat meer grip op zichtlijnen, meubelopstelling en de balans tussen openheid en geborgenheid.’
2. Ontwerp vanuit dagelijks gebruik
‘Een haard werkt pas goed wanneer de plek past bij het leven in huis’, zegt Leenheer. ‘Waar zitten bewoners in de avond? Waar valt het daglicht? Hoe verhoudt de haard zich tot ramen, tv, kunst, kasten en doorgangen? Dat soort vragen bepaalt of de haard opgaat in het plan.’
‘Daarom helpt het om de plattegrond ook vanuit gedrag te bekijken. Een haard die visueel mooi staat, heeft nog niet automatisch een logische plek. Staat hij te ver buiten de route, dan blijft hij vooral decor. Staat hij te dominant, dan stuurt hij de ruimte op een manier die schuurt met dagelijks gebruik.’
3. Neem het rookkanaal vroeg mee
De technische kant bepaalt veel, zegt Leenheer. ‘Een rookkanaal vraagt ruimte, een goede route en afstemming met de bouwkundige situatie. Bij renovaties spelen bestaande vloeren, verdiepingen en dakdoorvoeren mee. Bij nieuwbouw is er vaak meer vrijheid, maar dan vraagt de haard juist eerder aandacht in het ontwerptraject.’
‘Als het rookkanaal pas aan het einde ter sprake komt, belandt het ontwerp soms opnieuw op tafel. Vroeg meekijken voorkomt concessies in de ruimte, de afwerking en het beeld. Ook de plaats van het rookkanaal heeft invloed op de uitstraling. Een strak geïntegreerde oplossing vraagt andere keuzes dan een zichtbare pijp die onderdeel is van het interieur. Beide richtingen werken, zolang ze passen bij het ontwerp en de woning.’
4. Kies materialen die het ontwerp versterken
‘Rond een haard komen interieur en techniek dicht bij elkaar. Vloer, wand, ombouw en meubels bepalen de uitstraling, maar ook het gebruik. Materialen vragen aandacht voor warmte, onderhoud en afstand tot het vuur. Dat vraagt om afstemming tussen architect, adviseur en uitvoerder.’
‘Komt de keuze uit op een houtgestookte haard, dan spelen materiaal en plaatsing nog sterker mee. Wie een houtkachel kiest, kijkt verder dan het model zelf. Ook de vloer, de wand erachter, de afstand tot meubels en de schaal van de ruimte bepalen of de kachel echt past.’
5. Stem het vermogen af op de woning
‘Een haard met te veel vermogen maakt een ruimte snel te warm. Een te klein model geeft minder warmtebeleving dan gewenst. In goed geïsoleerde woningen luistert die keuze extra nauw. Het vermogen hoort bij de inhoud van de ruimte, het gebruik, de isolatie en de manier waarop bewoners stoken.’
‘Een haard hoort te passen bij hoe het huis leeft. Dat vraagt om een keuze die aansluit bij de woning, de bewoners en het dagelijkse gebruik. Pas wanneer de plek, het rookkanaal, het gewenste vuurbeeld en het vermogen duidelijk zijn, komt de modelkeuze echt in beeld. Dan verandert houtkachel kopen van een losse productvraag in een logisch vervolg op het ontwerp’, sluit Leenheer af.
Dit artikel wordt gesponsord door Haardenexpert.






