Veel architecten zullen het herkennen. Je streeft naar het gebruik van duurzamere materialen, maar dan liefst met zo min mogelijk impact op de ontwerpvrijheid en de toepassing ervan. Het bruggetje naar de kanaalplaatvloeren van VBI is snel gemaakt. Want die blijven ontwerptechnisch hetzelfde, maar het milieuprofiel ervan wordt steeds duurzamer.
VBI doet dat vooral omdat het bedrijf zeer grote duurzaamheidsambities heeft, vertelt Dennis Duffels, hoofd Marketing en Communicatie. ‘Wij omarmen de klimaatdoelen van Parijs die voor 2030 en 2050 gesteld zijn. Sterker nog, wij streven zelfs naar koploperschap door deze doelen al veel vroeger te bereiken.’
Eén van de groenste kanaalplaatvloeren in de markt
Om die klimaatneutraliteit te realiseren, heeft VBI al duidelijke stappen gezet. Niet alleen is de holle kanaalplaatvloer op zichzelf al duurzamer dan een massieve vloer (40 procent minder materiaal), maar ook ontwikkelt VBI zijn producten voortdurend. ‘Zo gaan we efficiënt om met grondstoffen en gebruiken we optimale betonmengsels’, zegt Duffels. ‘Bovendien is ook ons productieproces zeer efficiënt ingericht. Door uitgekiende productieschema’s kunnen we uiteindelijk toe met nog minder cement.’
Zo kijkt VBI in elk hoekje en gaatje van het productieproces. ‘We hebben groene energievoorziening, geoptimaliseerde productiecycli met minder cementverbruik door langere uithardingstijden, gecertificeerd duurzaam staal en schoner transport door gebruik van HVO-brandstof. Daarmee realiseren we een MKI die tot de groenste in de markt behoort.’ Dat geldt al voor het standaardassortiment kanaalplaatvloeren van VBI (Groen), maar voor de speciale GroenPlus-lijn in het bijzonder.

Innovatieve productlijn
Naast VBI Groen en VBI GroenPlus biedt VBI het label GroenLab. ‘Dat is een experimentele productlijn’, zegt Duffels. ‘Met VBI GroenLab bundelen we onze krachten met partners om innovatieve technieken en materialen te testen en te ontwikkelen. Projectmatig en in beperkte volumes. Een gezamenlijk doel is elkaar inspireren en samen innoveren om de hoogst mogelijke CO₂-reductie te bereiken.’
Duffels illustreert de duurzaamheid van de GroenLab-producten met een concreet rekenvoorbeeld. ‘Het is nog in ontwikkeling, maar CO₂-budgetten en bijbehorende grenswaarden voor gebouwen worden straks een nieuwe norm en gaan de spelregels in de bouw bepalen. Grenswaarden drukken straks de maximale hoeveelheid CO2 uit die een gebouw per vierkante meter bvo mag bevatten.’
Voor de jaren 2021 tot 2050 zijn verschillende waarden voorgesteld. ‘Dat geeft ons een richtlijn voor onze innovatie en het verlagen van onze CO₂-footprint. Voor 2021 is de Paris Proof-grenswaarde bijvoorbeeld gesteld op 200 kilogram CO2 per vierkante meter. De vloer vertegenwoordigt ongeveer 25 procent van de CO₂-impact van een gebouw. Dat betekent dat onze ‘doelwaarde’ vandaag 50 kilogram CO2 per vierkante meter is. We zitten daar met onze ontwikkelingen in GroenLab nu al onder en lopen daarmee voor op de Parijse ambities.’
Stappen vooruit door samenwerking in de keten
Deze duurzaamheidsambities van VBI zijn geen soloproject. Want als er iets is waar VBI naar streeft, is het naar samenwerking. ‘We maken deze transitie samen met partners in de keten, zoals bouwbedrijven, ontwikkelaars en architecten.’ Duffels merkt bij hen een duidelijke beweging. ‘Duurzaamheid wordt steeds meer de norm. Grote bouwbedrijven hebben aangegeven zich te conformeren aan de grenswaarden en dus te kiezen voor duurzaam beton. Hun opdrachtgevers eisen ook steeds meer. Kortom, de sector is echt in beweging op dit gebied.’
Ook in de ‘horizontale keten’ werkt VBI met tal van partijen samen om verder te verduurzamen. Zoals met toeleveranciers. ‘Samen met hen trekken we bijvoorbeeld op in grondstofinnovatie. Met leveranciers van bindmiddelen, maar ook met instituten als TNO, kijken we hoe we kunnen komen tot CO2-arme mengsels.’

Samenwerking TBI Woonlab en Voorbij Prefab
Een actueel voorbeeld is de samenwerking met TBI Woonlab en Voorbij Prefab. Samen met hen is er een betoncasco gerealiseerd dat circa 75% minder CO2 uitstoot dan reguliere betoncasco’s. Duffels: ‘Dit door gebruik te maken van cementvervangers, biochar (biokool) in de wanden en nagenoeg cementloze kanaalplaten, zodat het materiaalgebonden CO₂-profiel fors daalt. VBI draagt bij aan dit casco door kanaalplaatvloeren te leveren met het label GroenLab. Door gebruik te maken van het alternatieve bindmiddel INVIE van ASCEM, is een CO2-reductie van 75% gerealiseerd ten opzichte van reguliere bindmiddelen.’
Einddoel van dit alles is een duurzame sector. ‘Daarom streven we naar opschaling van de vraag en de toepassing van duurzame oplossingen’, zo besluit Duffels. ‘Want opschaling leidt niet alleen tot een duurzaam ‘nieuw normaal’, maar ook tot een verbetering van de kostprijs. Zo wordt een klimaatneutrale bouw niet alleen haalbaar en schaalbaar maar ook betaalbaar.’
Dit artikel is gesponsord door VBI.








