Het Nieuwe Instituut pleit met de tentoonstelling Fungi, Anarchistische ontwerpers voor het motto ‘Architecture must rot’. Schimmels maken duidelijk dat niets op zichzelf staat: wat afbreekt, voedt iets anders. Ze gedijen niet in monoculturen, maar in complexe ecosystemen. Die gedachte is verrassend toepasbaar op architectuur. Ook gebouwen en steden functioneren niet als autonome objecten, maar als onderdeel van een groter geheel van mensen, materialen, geschiedenissen en systemen.
Machiel van Dorst, de nieuwe decaan van Bouwkunde in Delft, onderstreept datzelfde principe. Volgens hem ligt de tijd van de solitaire ‘starchitect’ achter ons. Ontwerpen is een transdisciplinair vak waarin techniek, gedrag, biodiversiteit en sociale rechtvaardigheid samenkomen. Niet het icoon staat centraal, maar de wisselwerking tussen gebouw, gebruiker en omgeving. De menselijke maat is geen beperking, maar een noodzakelijke voorwaarde voor kwaliteit.
Irma van Oort (KCAP) verwoordt het concreet in haar werk in Rotterdam-Zuid: ‘Het gaat niet om de gebouwen, maar om het leven ertussen.’ Verdichting betekent voor haar niet simpelweg meer volume toevoegen, maar voortbouwen op wat er al is. Samenhang ontstaat door uit te zoomen en meerdere schaalniveaus tegelijk te betrekken.
Hoe schrijnend steekt woontoren Hoost in Knokke-Heist daartegen af. Wat bedoeld was als landmark, wordt door velen ervaren als een losgezongen object dat zijn omgeving domineert, erfgoed verving en fysieke schade veroorzaakte. Hier lijkt de dialoog met de context ondergeschikt aan het statement.
Met deze bevindingen schrijf ik mijn laatste editor’s choice. Na bijna vijf jaar neem ik afscheid van de Architect. Dank aan alle architecten, denkers en lezers die het gesprek over architectuur telkens weer verdiepten. Het was me een voorrecht dat te mogen volgen en vertellen.
Dank!













