Centraal staat een doorlopende speelroute die de verschillende ruimtes met elkaar verbindt. Kinderen kunnen via trappen, openingen en verschillende niveaus door het gebouw bewegen. Twee nieuwe entresols vormen een tweede niveau boven de groepsruimtes en zijn met elkaar verbonden tot een doorgaande lus. Elementen zoals een hangnet, ronde openingen, doorkijkjes en een beloopbare glazen vloer maken de route onderdeel van het spel.
Binnen de compacte plattegrond zijn actieve speelruimtes gecombineerd met plekken voor rustigere activiteiten, zoals lezen, knutselen en huiswerk maken. Zichtlijnen tussen de ruimtes zorgen voor onderling contact en maken toezicht door medewerkers mogelijk. De nieuwe constructies en vaste interieurelementen zijn grotendeels van hout gemaakt. Ook zijn biobased materialen toegepast, waaronder kalkhennep en Marmoleum.
Het ontwerp gebruikt de bestaande structuur als basis en voegt daar nieuwe niveaus, routes en verblijfsplekken aan toe. Daardoor wordt de beschikbare ruimte op verschillende manieren gebruikt. Spelen is daarbij geïntegreerd in de architectuur: bewegen, ontdekken en verblijven zijn onderdeel van de ruimtelijke opzet.



















