Aanpak
Het antwoord: de normale verhouding tussen gebouw en landschap omkeren. Het ontwerp volgt de logica van de plek: reliëf, licht en gebruik. Naar het voorbeeld van de plaggenhut verdwijnt het kantoor van buiten onder een begroeid dak in de hei. Een smalle snede in dat dak brengt daglicht diep naar binnen. Binnen keert de verhouding om: de natuur is nooit weg, omkaderd als een schilderij.
Samenwerking met andere disciplines
Studio Massimo voerde de regie en bracht de disciplines samen die het idee bouwbaar maakten. Het begroeide dak en landschap werd ingevuld door landschapsarchitect Bonnie Chopard en gerealiseerd door Groendak, bovenop de constructie van Breed ID en de bouwfysica van Physibuild. De volledig houten draagstructuur kwam tot stand met houtbouwer Woodteq en aannemer Van de Kolk. Interieurbouwer Van Vliet en installateur Campus werkten het binnenwerk en de techniek onzichtbaar weg.
Duurzaamheid
Het gebouw is biobased en circulair: houtvezel als isolatie, oude meerpalen en tweedehands grindtegels vormen keerwanden en de regenkettingen zijn voormalige kraankettingen. Wat het nodig heeft, lost het zo veel mogelijk zelf op. Comfort komt uit de vorm: een overstek en noordelijk daglicht weren de zon. Energie wekt het zelf op met verborgen zonnepanelen en houdt die vast via Solareis en warmteterugwinning. Het water blijft rond: regenwater wordt opgevangen, gefilterd en hergebruikt.
Materiaal en techniek
De gevel is bekleed met populierenbast, een biobased restproduct uit de houtindustrie, in korte stukken aangebracht tot een ruwe, bijna geologische huid die vanzelf veroudert. Daarachter staat een volledig houten draagstructuur van CLT en gelamineerd hout. Binnen zet het hout zich voort in wanden, plafonds en inbouw, een warme, rustige ruimte waarin het materiaal de sfeer bepaalt.
Maatschappelijke impact
Erf en daken zijn geen tuin maar voortgezet landschap, ingericht met meer dan honderd inheemse soorten heide, kruiden en grassen. Overal is habitat verweven: openingen tussen de hergebruikte entreetegels, gaten in de overstek voor insecten, losse stenen, vergaand hout en het intensief met heide begroeide dak. Zo vinden o.a. bijen, vlinders, hagedissen, vogels en vleermuizen een plek, vlak naast de mensen die er werken. Zo geeft het kantoor het landschap meer terug dan het inneemt.
Fysieke impact
Het gebouw staat niet in het landschap maar is er onderdeel van. De begroeide daklijn begint op ooghoogte met vegetatie, zodat het lage volume eerder als terreinplooi leest dan als gebouw. Vanaf de heide is het nauwelijks te zien. Waar er wel iets van bouw zichtbaar is, is het terughoudend: overgroeide grindtegels, vergrijsde meerpalen, een kopgevel van schors die stil overgaat in het bos, en in de schemering een zachte, warme gloed door de gevelopeningen.
Overig
Vanuit elke werkplek opent de gevel volledig naar de hei. Maar ze blijft geen schilderij: ze komt binnen, te horen, te ruiken, te voelen tot op de huid. Hier wordt tijd voelbaar: het licht over de dag, de heide door de seizoenen, de natuurlijke materialen die verouderen met de jaren. Dat is vorm volgt natuur ten voeten uit: geen gebouw in het landschap, maar een landschap dat onderdak biedt.













