Naast het Provinciehuis herbergt de kavel een hotel, de Hisk-kunstschool, een centrum voor volwassenenonderwijs, een kinderdagverblijf, tachtig appartementen, tien grondgebonden woningen en flexibele casco-ruimtes. Het voormalige Paradeplein, een van de grootste pleinen van de stad, is omgevormd tot een openbare groene tuin en verbonden met het omliggende netwerk van openbare ruimten, waaronder het Citadelpark, het Stam en het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst.
De renovatiestrategie was gebaseerd op vier principes: herstellen, snijden en invullen, en uitbreiden. Metselwerk en natuursteen werden gereinigd met behoud van de patina. Nieuwe raam- en deuropeningen zijn uitgevoerd in beton dat aansluit bij de bestaande stenen details. Bestaande gebouwen zijn verbonden door nieuwe tussenvolumes met een informeel, straatachtig karakter. Aan de binnenzijde zijn de bestaande structuren zichtbaar gelaten en aangevuld met houten kiosken voor vergader- en concentratiewerkplekken. Het Provinciehuis is ingericht als een 'multispace'-werkomgeving met activiteitsgerichte zones voor hybride werken.
Het ontwerp respecteert de gelaagde geschiedenis van de kazerne: metselwerk en natuursteen zijn gereinigd met behoud van de patina, terwijl nieuwe toevoegingen visueel herkenbaar blijven door een eigentijds palet dat aansluit bij het bestaande oranje baksteen, donkergrijze leien en natuursteen. Binnen onthult het gebouw zijn structuur: massieve bakstenen wanden, segmentbogen en een nieuwe staalstructuur in roestkleurig staal refereren aan de oorspronkelijke gietijzeren spanten.
Het ontwerp is gebaseerd op het principe van de 'intelligente ruïne', een term van architect Bob van Reeth: een gebouw dat openstaat voor toekomstige aanpassingen, maar tegelijk een herkenbare en betekenisvolle aanwezigheid heeft in het stadsweefsel.
Het architectenteam werkte samen met Delva Landscape Architects en BuroLandschap aan de stedenbouwkundige invulling van het twee hectare grote terrein.












































