Sportpaviljoen Steeds Hooger, Rotterdam - JagerJanssen architecten

De Rotterdamse voetbalvereniging Steeds Hooger is verhuisd naar een leegstaand sportcomplex aan het Erasmuspad, nabij het Melanchtonpark. Samen met het Sportbedrijf en JagerJanssen architecten is gekozen voor een aanpak waarbij het bestaande gebouw niet is gesloopt, maar duurzaam is vernieuwd. Het sportpaviljoen biedt een nieuwe thuisbasis voor de voetbalvereniging, passend bij de duurzame vernieuwbouwplannen van de gemeente Rotterdam.

Het oorspronkelijke kantinegebouw uit 1962 is ontworpen door Swaneveld en Goslinga architecten. Het gebouw kenmerkte zich door asymmetrische dakvlakken, een luifel en betonnen spanten op een vast stramien. De kantine had een open opzet met grote ramen en een gang naar de kleedkamers. Deze ruimtelijke en functionele kwaliteiten vormden het uitgangspunt voor de vernieuwbouw.

Uit onderzoek bleek dat de fundering en betonnen hoofddraagconstructie nog in goede staat waren. Indien men voor sloop koos, had nieuwbouw op exact dezelfde plek gerealiseerd moeten worden in verband met de kavel indeling. Om deze reden was vernieuwbouw de meest logische keuze. Het sportgebouw is nu volledig gasloos en integraal toegankelijk. Het energiesysteem maakt gebruik van warmtewinning uit het voetbalveld en opslag in de bodem voor voorverwarming van douchewater.

Bij de vernieuwbouw is ingezet op een biobased en circulaire aanpak. De bestaande fundering had beperkte restcapaciteit, waardoor nieuwe toevoegingen licht moesten worden geconstrueerd. Om de constructie licht te houden zijn CLT-wanden en houtvezelgevulde dakelementen toegepast. De bimsbetonnen dakschalen konden doorgebruikt worden en zijn in de vernieuwbouw afgedekt met Isovlas-dakelementen voor isolatie. De plafondlatten uit 1962 werden tijdelijk verwijderd om een akoestische cellulose-laag aan te brengen, waarna ze opnieuw zijn gemonteerd.

De 82,5 meter lange bakstenen gevel aan de slootzijde is niet gemetseld maar gestapeld zonder cement (Drystack-systeem). Het oorspronkelijke ritme van 3.300mm keert terug in de baksteenpenanten. Schanskorven, gevuld met restbakstenen en bijenhotels, zijn in de gevel geïntegreerd voor biodiversiteit. De overige geveldelen en buitenkozijnen zijn uitgevoerd in Platowood Fraké. Om esthetische redenen zijn de houten delen voorzien van een biobased voorvergrijzer. De kozijnen en deuren in het metselwerk zijn afgewerkt met een ecologisch laksysteem.