Chassetheater in Breda door Herman Hertzberger
Door Deborah Hauptmann en Herman van Bergeijk -

Door Deborah Hauptmann en Herman van Bergeijk -

Ed Melet en Liesbeth Melis bespreken het plan van Jo Coenen voor de Vaillantlaan in de Haagse Schilderswijk: "Het project straalt zeker eenheid uit. Doordat het grootste deel van de aandacht en het budget echter naar de gevels ging, valt bij de kwaliteit van de woningen de nodige vraagtekens te zetten."

Door Ed Melet - Het ontwerpen van een luchthaven-terminal heeft veel weg van het vormgeven van een machine, waarbij alle functionele eisen nauwgezet gedicteerd zijn. Alle mogelijke bouwfysische voorwaarden, het type bagage-afhandelingssysteem en een grote indelingsvrijheid vormen slechts een willekeurige greep uit de eisen die mede bepalend zijn voor de uiteindelijke vorm. Daar deze voor de meeste luehthavens in grote lijnen identiek zijn is het niet verwonderlijk dat zij qua organisatie als tweeëiige tweelingen ogen. Tijdens het ontwerpen van deze vaak gigantische complexen lijkt een zo groot mogelijke transparantie ter verhoging van de oriëntatie een belangrijk uitgangspunt te vormen. Gezien de functie van het gebouw een haast utopisch streven. Ook de architectencombinatie Benthem Crouwel NACO is het niet gelukt om binnen het strakke keurslijf haar zeer geslaagde ontwerp van de terminal-West van Schiphol meer dan een indruk van een potentiële doorzichtigheid te laten uitstralen.'

Door Arnold Reijndorp - De door Mecanoo ontworpen Ringvaartplasbuurt in Rotterdams nieuwste wijk Prinsenland heeft al veel enthousiaste commentaren opgeroepen. De dagbladpers begroette dit jongste succes van de toch al zo succesvolle architectengroep met paginagrote interviews in de weekendbijlagen. Het Nederlands Architectuurinstituut wijdde een kleine tentoonstelling aan de bijzondere vormgeving van de plantsoenen in de buurt. Het project werd daarbij gepresenteerd als een model voor de nieuwe tuinwijk. Wat in de commentaren vooral opvalt is de vrolijke toon. Er wordt niet alleen gesproken over 'dansende huizenrijen', het is net of de journalisten door deze architectuur zelf ook aan het dansen zijn gebracht en op hun beurt de lezers in de feestroes willen meetrekken. In een Engelse tekst heet Prinsenland 'land of princes' en in een Spaanse vertaling nog mooier 'el pais de los infantes'. Je ziet ze voor je, die prinsjes en prinsesjes spelend in de Franse tuin, zo weggelopen uit een schilderij van Velasquez. Onwillekeurig vraag je je af of ze wel zo gelukkig zijn in die mooie, maar stijve kleren.

Door Janny Rodermond en Harm Tilman - De voortvarendheid waarmee de gemeente Rotterdam werkt aan de vernieuwing van haar verouderde havenareaal tot een internationaal aantrekkelijke bouwlocatie, heeft het project voor de Kop van Zuid een belangrijke plaats bezorgd in het open debat over de ontwikkeling en transformatie van de stad. Bovendien zou de Kop van Zuid als 'sleutelproject' bewijzen kunnen leveren voor de stelling dat het realiseren van een nieuw hoogwaardig stadsdeel in samenwerking met de private sector geen 'wishful thinking' is van een deregulerende overheid. In dit verband zijn de methoden die door de Rotterdamse stedenbouwkundigen worden ingezet in de verschillende fasen van het ontwerp en de uitvoering van dit complexe project van buitengewoon belang. Harm Tilman en Janny Rodermond spitsen hun beschouwing over het planproces toe op het spanningsveld, dat zich bevindt in de overgang van het zorgvuldig opgebouwde stedenbouwkundig kader naar architectonische projecten met een eigentijds programma; een spanningsveld waarin de grootste krachtmetingen plaats vinden tussen overheden, opdrachtgevers en architecten en dat zich vertaalt in een discussie over plinten, schillen en zichtlijnen.

Door Bart Lootsma/Jan de Graaf - In de jaren tachtig werden musea de paradepaardjes van de architectuur. Een beetje beroemde architect uit die periode heeft dan ook een museum op zijn naam staan. Parallel aan een terugkeer in de kunst naar het ezelschilderij en de sculptuur en de herbezinning op de kunstgeschiedenis werd in de museumarchitectuur de grote, flexibel in te richten ruimte vervangen door een traditioneel stelsel van begrensde zalen en galerieën. Het museum werd na de woelige jaren vijftig en zestig opnieuw een oord van (historische) reflectie. Dit kwam tot uitdrukking in de postmoderne architectuur van de gebouwen. OMA heeft ondanks haar internationale faam nooit een museum gerealiseerd. De interessantste bijdrage van oma aan het architectuurdebat ligt dan ook niet zozeer in de historische reflectie als wel in het ensceneren van intensieve ervaringen. In dat licht bezien is het logisch dat, na het Nederlands Danstheater in Den Haag, het tweede cultuurgebouw dat OMA realiseert geen museum is, maar een KunstHAL.

Door Vincent van Rossem - Het nieuwe gebouw voor het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vormt een paradoxaal gegeven en plaatst de criticus zodoende voor een moeilijke keuze: die tussen moraal en bouwkunst. Ondanks alle postmoderne ruis van de afgelopen vijftien jaar vertrouwt de architectuurkritiek nog altijd op het typisch negentiendeeeuwse idee dat mooie architectuur per definitie een goed doel belichaamt.1 Het nieuwe Ministerie is echter een prachtig gebouw dat is voortgekomen uit een geforceerde lokatiekeuze die geleid heeft tot een moeizaam programma van eisen. Juist van deze opdrachtgever, het Ministerie dat verantwoordelijk is voor de omgeving waarin wij wonen, werken, recreëren en mobiel zijn, had men toch keuzes mogen verwachten die getuigen van een werkelijk doordachte visie op de kantoorarbeid in Nederland.

Michelle Provoost m.m.v. Wouter Vanstiphout - Het theoretische werk van de Milanese architect Giorgio Grassi heeft de laatste twintig jaar grote invloed uitgeoefend op het architectonische debat. Met de realisering van zijn ontwerpen is het slechter gesteld. Terwijl Aldo Rossi, met wie Grassi in de jaren zestig deel uitmaakte van de Tendenza-groep, zich de laatste jaren kan verheugen in een stijgend aantal internationale opdrachten, heeft het strenge en minder verleidelijke karakter van Grassi's ontwerpen ervoor gezorgd dat het leeuwedeel het tot nu tot niet verder heeft gebracht dan zijn fascinerende en alom bewonderde tekeningen. In Chieti in Italië staan Grassi's half-voltooide studentenwoningen. Verder verricht Grassi restauraties in twee Spaanse steden. Aan Groningen valt de eer te beurt het eerste voltooide ontwerp van Grassi binnen haar poorten te hebben: de bibliotheek aan de Oude Boteringestraat, in het hart van het historische centrum. Met dit gebouw op deze bijzondere plaats had Grassi de gelegenheid om veel van de thema's uit zijn eerdere theoretische werk in concreto aan de orde te stellen.

Door Wijnand Looise, Kees van Ruyven en Edwin Santhagens - Voor de wijk Kattenbroek in Amersfoort ontwierp Ashok Bhalotra van bureau Kuiper Compagnons een stedenbouwkundig plan, gebaseerd op poëtische metaforen. Zijn prachtige ontwerptekeningen en zijn bevlogen engagement zorgden ervoor dat de verwachtingen hooggespannen raakten. Nu het eerste gedeelte is gerealiseerd blijkt op ontnuchterende wijze dat het aantal thema's de helderheid beslist niet ten goede is gekomen en dat voorbij gegaan is aan essentiële aspecten zoals de inrichting van de openbare ruimte.

Door J.E. Abrahamse - Wie de laatste tijd het Franse stedebouwkundige tijdschrift Urbanismes et Architecture heeft gelezen, zal verbaasd zijn over de opvallende koerswijziging van de redactie sinds de leiding ervan in handen is van Michel Cantal-Dupart. Het blad is nu voornamelijk gericht op de problematiek van de grote steden en komt met originele, m aar toch zeer pragmatische oplossingen. Cantal-Dupart waarschuwt in scherpe redactionele commentaren voor ontwikkelingen die de Franse steden problemen kunnen bezorgen vergelijkbaar met die in New York, Chicago of Los Angeles.

Bart Lootsma - Na jaren van schijnbare windstilte werden van de Oostenrijkse architect Hans Hollein kort na elkaar maar liefst drie grote gebouwen opgeleverd: het multifunctionele Haas-Haus en een school in Wenen en in Frankfurt het Museum voor Moderne Kunst. In alle drie gevallen gaat het om gebouwen met een uitgebreid en ingewikkeld programma op een complexe locatie die eigenlijk te klein is. Hollein heeft die problematiek zichtbaar als uitdaging opgevat en hij heeft met een bijna onnavolgbare virtuositeit op alle niveaus de complexiteit tot kwaliteit willen verheffen. Bovendien heeft hij geprobeerd om alle thema's die hij in zijn oeuvre heeft uitgewerkt -het gebouw in het landschap en de verhouding tot de genius loei, de cultus, de architectuur als communicatiemedium- met elkaar in synthese te brengen. Holleins laatste gebouwen zijn ware lessen in architectuur, 'Gesamtkunstwerke' die tot in het kleinste detail zijn bedacht en doordacht. Dat ze daardoor vaak een bepaalde mate van ontspannenheid en vanzelfsprekendheid missen en vooral vaak de emotie ontbreekt die bij echt grote architectuur hoort is jammer, maar doet niets af aan de kwaliteit van deze gebouwen, die als altijd bij Hollein in de eerste plaats gebouwde manifesten zijn.

Door Herman Selier - Of Amsterdam ooit weer aan het IJ komt te liggen is nog zeer de vraag. Voordat de vier waterfronten die in het IJ-oeverproject opgenomen zijn, opnieuw ingericht kunnen worden, valt er nog veel teken- en rekenwerk te verrichten. Nu in juni de Nota van Uitgangspunten aangenomen is, ligt eindelijk wel het kader vast voor het bestemmingsplan dat men eind '92 hoopt vast te stellen. Het rekenwerk is uitbesteed aan de Amsterdam Waterfront Financieringsmaatschappij, waarin naast de gemeente de Internationale Nederlanden en de NMB Postbank aandeelhouder zijn. Herman Selier beschrijft de aarzelende start van een project dat qua om vang vergeleken wordt met de aanleg van de grachtengordel.

Door Bart Lootsma - Circus Zandvoort is het ultieme postmodernistische gebouw in Nederland. Het is ontworpen door onze enige echte postmodernistische architect, Sjoerd Soeters, die daarmee zijn meest fantastische gebouw tot nu toe aflevert: sterk als beeld, virtuoos qua ruimtelijkheid en technisch van hoog niveau. Circus Zandvoort is niet alleen postmodernistisch in stijl, maar ook typisch postmodern wat het programma aangaat. Het programma is immers zowel een antwoord op de toegenomen eisen van de verwende hedendaagse toerist als op de teruglopende belangstelling voor reizende kermissen en circussen. Het is een poor-man's casino, opgebouwd rond gokautomaten en videospelletjes. Eigenlijk zou het gebouw onmiddellijk op de monumentenlijst geplaatst moeten worden. Zo trefzeker als het is, het wordt gerealiseerd op het moment dat het postmodernisme in de architectuur eigenlijk over zijn hoogtepunt heen is. Daarom geeft het gebouw ook aanleiding tot een aantal vragen daarover.

Door Egbert Koster - Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam is onlangs aan twee zijden uitgebreid. In beide gevallen is de nieuwbouw gesitueerd op een voormalig terras. Aan de voorgevel plaatste Alexander Bodon over de hele breedte van zijn 'eigen' nieuwe vleugel een eenlaagse serre-achtige bouw. Aan de achterzijde van het oude hoofdgebouw van Van der Steur uit 1935 ontwierp Hubert-Jan Henket op de plek van het voormalige terras van de museumtuin een paviljoen-vormige uitbreiding. Achter de moderne uitstraling van dit paviljoen blijkt bij nadere beschouwing een klassiek geïnspireerde ontwerpopvatting schuil te gaan.

Door António Sérgio Rosa De Carvalho - In het Nederlands Architectuur Instituut was onlangs een tentoonstelling te zien van het plan van Alvaro Siza voor de wederopbouw van Lissabon.1 In 1988 werd het Chiado, het hart van Lissabon, door brand verwoest. Siza ontwierp een plan, dat de woonfunctie aan het centrum teruggeeft. Volgens Antonio Sergio Rosa de Carvalho, die het plan van Siza in het perspectief van het plan van Pombal ten tijde van de Verlichting plaatst, is de strategie van Siza erop gericht dat het geheugen van de stad ook daadwerkelijk beleefd kan worden door de bewoners.

Door Egbert Koster - De nieuwbouw van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vormt een keerpunt in het oeuvre van Herman Hertzberger. Voor het eerst past hij hier een hiërarchische ruimte-opbouw en een symmetrisch bouwvolume toe. Het onlangs in gebruik genomen ministerie vormt hiermee een eerste aanzet tot de introductie van 'het grote gebaar' in Hertzbergers werk. Aan de buitenkant lijkt deze aanzet in halfslachtigheid te zijn blijven steken. Maar in het interieur laat het schitterende verkeersgebied met grote beglaasde hallen over meerdere verdiepingen zien hoe Hertzberger binnen zijn vertrouwde vocabulair een eigentijdse monumentaliteit weet te bereiken.

Door Seerp Hiddema en Liesbeth Melis - In Groningen werden onlangs de plannen geopenbaard voor het spraakmakende museum in de Zwaaikom van het Verbindingskanaal. De Italiaan Alessandro Mendini (Milaan 1931) tekende voor het ontwerp en nodigde de vormgevers Michele de Lucchi, Philippe Starck en de beeldend kunstenaar Frank Stella als gastarchitecten uit. Voor het gedeelte dat Stella ontworpen heeft is de financiering nog niet rond en dit zal dus pas in een tweede fase in uitvoering genomen worden. Volgens directeur Frans Haks is het grensvervagend, vernieuwend en eigentijds. Volgens Seerp Hiddema en Liesbeth Melis is het vooral vormgeving en is er nauwelijks sprake van architectuur.

Door Hélène Damen - Dit najaar zijn de eerste fasen van twee grote woningbouwprojecten van het architectenbureau Lafour en Wijk opgeleverd. Het eerste project —het Maisbaaiproject in Middelburg— betreft de bebouwing van een voormalig fabrieksterrein in het historisch centrum van Middelburg. Het andere project —het Werfterrein in Amsterdam— voorziet in de bebouwing van een perceel gelegen aan de van Reigersbergenstraat in de Frederik Hendrikbuurt. Beide projecten worden gekenmerkt door eenzelfde transparantie in het stedenbouwkundig ontwerp zoals Lafour en Wijk die eerder op het Abattoirterrein* wisten te realiseren. Met deze nieuwbouw tonen Lucien Lafour en Rikkert Wijk dat zij in staat zijn de uitbundige vormgeving van het Realeneiland* ook op grotere schaal toe te passen, mits hiervoor een duidelijke aanleiding is.