Na onderzoek naar meerlaagse woningtypologieën is gekozen voor een rijwoningtypologie. Het resultaat is een reeks zeer smalle woningen met een beuk van 3,1 meter. Elke woning heeft op de begane grond een woonruimte met keuken en op de verdieping een slaapruimte. Beide niveaus zijn verbonden door een vide die doorloopt tot in de nok. De appartementen hebben een oppervlakte van 33 m². Door de compacte opzet zijn alle functies nauw op elkaar afgestemd. De badkamer is onder de trap geplaatst en het meubilair is grotendeels vast ingebouwd.
Het ontwerp sluit aan bij het concept van de ‘tiny house’. Deze woonvorm ontstond in de 19e eeuw en kreeg vanaf de jaren 1990 nieuwe betekenis, mede door aandacht voor verminderd ruimtegebruik, lagere kosten en veranderende huishoudensamenstelling. De woningen in Kappel zijn bedoeld voor één tot twee personen en spelen in op deze ontwikkelingen. Ze combineren wonen en meubilair in één samenhangend systeem, met een efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte.
De woningen zijn uitgevoerd in houtskeletbouw met CLT-panelen, die ook het interieur bepalen. Wanden, plafonds en balustrades zijn van hetzelfde materiaal, aangevuld met ingebouwde kasten en planken. Alleen de begane grond en de kelder zijn van beton, afgewerkt met terrazzo. De gevels bestaan deels uit glas en deels uit houten latten. Koperen details markeren dakranden en raamopeningen; het dak is gedekt met rode pannen. Zo sluit het nieuwe gebouw aan bij de schaal en materialiteit van het kloostercomplex.





































