ARC22: Het Groote Museum, Amsterdam - Merk X

Herstel en actualisering van het Groote Museum (Johannes van Maurik, 1848-1854) om het bruikbaar te maken voor een grote tweeledige bezoekersstroom en de herinnering aan decennia van verwaarlozing en verrommeling uit te wissen. Het gebouw toonde een grote tegenstelling: op plekken was het gebouw zwaar aangetast, maar tot onze grote verbazing bleken de museumzalen en galerijen op de verdieping onaangetast en zeventig jaar bevroren in de tijd.

Toelichting Merk X | Beeld Filip Dujardin

Uitgangspunt was het respecteren van de buitengewone architectonische monumentale kwaliteit die het gebouw in zich heeft. Noodzakelijke ingrepen zijn altijd bescheiden en vaak vrijwel onzichtbaar ingepast. De belangrijkste nieuwe toevoeging is een souterrain: zo kon een nieuwe ontsluiting ontstaan voor de twee totaal gescheiden bezoekersstromen. Essentiële functies als toiletten, garderobe en lockers konden daar worden geplaatst die onmogelijk via de centrale in de rotonde gerealiseerd kon worden.

Beeld Filip Dujardin
Beeld Filip Dujardin

Het gebouw is opgezet als oranjerie, doorkijken van de straat naar het Artis park. Op de begane grond, naar het nieuwe Artisplein toe, zijn twaalf openslaande deuren vernieuwd en opnieuw aangebracht daar waar ze ontbraken, openend naar het park. De unieke, maar ooit ernstig beschadigde dubbele monumentale trap in de rotonde is hersteld en binnen een 21ste-eeuwse context geplaatst. Het oorspronkelijke materiaal werd gerestaureerd: hout, staal en messing rozetten en leeuwenkopjes.

Ten behoeve van de duurzaamheid zijn er verschillende energiebesparende ingrepen gedaan. In de betonnen funderingspalen zitten zogenaamde ‘groene palen’ waarmee warmte uit de grond wordt teruggewonnen. Het dak is geïsoleerd aan de buitenkant en alle ramen zijn verdubbeld met monumentenglas en op de begane grond door middel van een ondiepe vitrine verdubbeld aan de straatzijde. Overal is dubbel geïsoleerd glas gebruikt, ook in de deuren bijvoorbeeld. Er wordt warmte teruggewonnen in de ventilatie.

Beeld Filip Dujardin
Beeld Filip Dujardin

Met twee gescheiden ingangen zijn twee ruime ontvangsten gecreëerd voor zowel museumbezoekers (vanuit het park) als voor de gebruikers van de twee verhuurbare ontvangstzalen (vanuit de Plantage Middenlaan). Deze verschillende bezoekersstromen lopen gescheiden door het gebouw en hebben hun eigen voorzieningen.

Voor de museale ruimtes en gaanderijen op de verdiepingen was het motto: alles vrijwel onzichtbaar, onnadrukkelijk en zonder zich op te dringen in ere te herstellen. De routing enorm te verbeteren en alle kwaliteiten van het oude te respecteren. Begane grond: De zwaar aangetaste zalen nieuw cachet geven met in gedachte de wens van Van Maurik (feestelijk en uitbundig) te honoreren. Souterrain: Op hoog niveau de facilitaire eisen realiseren.

Opsomming van de materialen en technieken

  • Verdubbeling vitrineglas en versteviging oude vitrines
  • Terazzovloer in het souterrain met ingevreesde tekening van 200 vierkante meter
  • Houten 25 meter lange wand van ayous
  • Dunne slanke stalen toegangspuien begane grond en verdieping
  • Verdubbeling van alle leuningen in staal om de oorspronkelijke fragiele leuningen te sparen
  • Twee luchtbruggen in staal en glas
  • Smalle en tribunetrap ingepakt in akoestische panelen
  • Onzichtbare doorvoer van alle kanalen boven de vitrines

De redactie van de Architect selecteert elke dag het belangrijkste nieuws. Heb je nieuws dat misschien voor ons interessant is? Mail dan naar redactiedearchitect@vmnmedia.nl.