artikel

Trends in de wereld van gevels

Techniek

De gevelsector is in verandering. Vanaf 2021 wordt nieuwe wetgeving van kracht en moeten nieuwbouwwoningen bijna energieneutraal zijn. Tegelijk speelt de sector in op de circulaire economie en bedenkt systemen om gevels als leaseproduct te beschouwen. Architecten Jan Peter Wingender, Winy Maas en Paul de Ruiter oriënteren zich op de veranderingen.

Door Willem Wopereis

Jan Peter Wingender past Brick BENG-model toe

Als partner-architect van Office Winhov is Jan Peter Wingender betrokken bij het onderzoek naar zelfdragende metselwerkgevels. Het model is een middel om gevels nog beter te isoleren. In plaats van metselwerk op te hangen aan de constructie, draagt het metselwerk zichzelf. Dat betekent geen geveldragers en minder spouwankers, en daarmee minder koudebruggen.

In het Brick BENG-model kan de gevel worden beschouwd als bijna zelfstandige constructie. Vanwege de draagkracht van het metselwerk kan het tot middelhoogbouw worden toegepast. Daarbij kunnen galerijen en balkons met nokken op het metselwerk worden gelegd, wat complexere oplossingen met harde isolatie (isokorf) overbodig maakt. Office Winhov ontwierp appartementencomplex Freilager in Zürich, waar dit model succesvol is toegepast in een zevenlaags gebouw.

Woongebouw Freilager in Zürich door Office Winhov

Woongebouw Freilager in Zürich door Office Winhov

Het onderzoeksteam zette de voor- en nadelen van zelfdragend steensmetselwerk ten opzichte van een buitenschil in halfsteensmetselwerk op een rij. Naast esthetische voordelen zoals minder dilataties en meer expressieve vormgeving, is zelfdragend metselwerk ook duurzaam. Naast de uitzonderlijk lange levensduur, de vereenvoudiging in de uitvoering en een sterke reductie in staalgebruik, is isolatie gemakkelijker aan te brengen en een dik pakket beter mogelijk. Als nadelen noemt het team circa vijf procent meer bouwkosten, een iets ongunstiger BVO/GO-verhouding en meer verlet-gerelateerde werkzaamheden.

Volgens Winy Maas wordt de gevel onzichtbaar

Op de Gevel-vakbeurs in Rotterdam signaleerde Winy Maas drie ontwikkelingen waardoor de gevel zal verdwijnen. De meest futuristische is de opkomst van materialen die zich laten vormen tot ramen, deuren, dichte wanden en installaties. Daarmee kan de gevel zich aanpassen naar het gebruik van dat moment. Het ‘Barbapapahuis’ is zo altijd in beweging.

De tweede ontwikkeling is volgens Maas de zoektocht naar transparantie. Deze resulteert in volledig glazen gevels met geïntegreerde functies en sensoren, om aspecten als lichtinval, doorzicht en klimatisering te reguleren. Materiaaltechnologisch onderzoek ligt hier aan de basis. De glazen bakstenen van het winkelpand in de PC Hooftstraat passen ook in deze lijn.

Barbapapahuis door The Why Factory

Barbapapahuis door The Why Factory

Vergroening van de stedelijke omgeving is de derde trend die gevels onzichtbaar zou maken. “We zijn zowel binnen ons bureau als op de universiteit bezig met onderzoek naar levend groen in het interieur én het volledige exterieur – dak, gevel en openbare ruimte”, zo stelt Maas. De Floriade 2022 in Almere waarvoor MVRDV het masterplan maakt, zal worden gehuld in een tapijt van groen.

Paul de Ruiter concretiseert hybride gevel

Al 25 jaar is Paul de Ruiter bezig met gevels die zich kunnen aanpassen en reageren op de omgeving, bijvoorbeeld op temperatuur, zon of CO2. In plaats van een statisch element wordt de gevel daarmee een actief onderdeel in de energiehuishouding van een gebouw. Gebouwen kunnen zo uiteindelijk energie produceren in plaats van consumeren.

Het nieuwste voorbeeld daarvan is het QO in het Amstelkwartier, dat hij samen met Mulderblauw ontwierp en bijna wordt opgeleverd. De hotelkamers gedragen zich allemaal als een kameleon. Wanneer de gasten de kamer verlaten, sluit de gevel zich als een cocon om alle warmte binnen te houden. Dit levert niet alleen een duurzaam gebouw, maar ook een spannend gevelbeeld op.

QO Hotel door Paul de Ruiter Architects

QO Hotel door Paul de Ruiter Architects

Om de uitholling van het begrip duurzaamheid tegen te gaan is De Ruiter een voorstander van de certificering van gebouwen. Dit geeft opdrachtgevers eveneens de mogelijkheid om verwachtingen vast te leggen in een contract, architecten kunnen daarop teruggrijpen. Op deze manier ontstaat een sterke stimulans waardoor ze steeds net een stapje verder te gaan.

Gevelbranche maakt lease- en circulariteitsplannen

Niet alleen architecten denken na over de betekenis van gevels in een duurzame toekomst. Ook de producenten en bouwers zetten hier sterk op in. De nationale branches voor houten (NBVT), metalen (VMRG) en kunststofgevels (VKG) hebben gezamenlijk een plan ingediend bij het transitieteam Bouw. De focus is gevels geschikt te maken binnen een circulaire economie.

De plannen volgen drie stappen. De eerste is het garanderen van terugname en hoogwaardig hergebruik van materiaal binnen de keten. De tweede betreft het leveren van een product/dienst-combinatie op basis van kwaliteitseisen. Tot slot draagt de gevelbouw zorg voor periodiek onderhoud, vernieuwing en aanpassing aan veranderende behoeften.

De gevel gaat circulair

De gevel gaat circulair

VKG-directeur Albert J. Zegelaar hoopt snel concrete stappen te kunnen zetten. “Het unieke van dit circulaire projectvoorstel is dat de drie gevelbranches intensief samenwerken en ieder hun eigen achterban kunnen mobiliseren. Dit project zou als pilot kunnen dienen voor de rest van de bouw in Nederland. De gevelbouw is tenslotte een overzichtelijke en goed georganiseerde sector waar snel grote stappen te zetten zijn op circulair gebied.”

Meer over gevels? Lees het interactieve digimagazine.

Digimagazine Gevels

Reageer op dit artikel