artikel

SELECT Levendig stadscentrum: Stedenbouwkundig ontwerp voor Leidsche Rijn Centrum door Jo Coenen Architects & Urbanists

Stedenbouw

Door Harm Tilman – In Leidsche Rijn Centrum viert Jo Coenen de kracht van het stedenbouwkundige ontwerp. Resultaat is een stuk stad dat helder leesbaar is in zijn begrenzingen, in het netwerk van pleinen, straten, plinten en parken en in de publieke en openbare gebouwen. Resultaat is een centrumgebied dat tegen een stootje kan.

In Leidsche Rijn komen 100.000 mensen te wonen. Het is daarmee een stad met de omvang van Delft of Leeuwarden. Het is een centrumgebied dat betekenis heeft voor de wijk maar ook op een hoger schaalniveau. Het ligt om deze reden niet in het middelpunt van Leidsche Rijn, waar het eerst was gedacht, maar decentraal, op de plek waar de verlegde en overkapte snelweg A2 de wijk kruist. De ontwerpers kozen bewust voor deze plek om het centrum onderdeel te laten zijn van Utrecht en niet alleen van het stadsdeel.

Vinex Leidsche Rijn is vergelijkbaar met een stad van 100.000 inwoners

Stedenbouwkundige relatie met Utrecht

Leidsche Rijn ligt vanuit Utrecht bezien aan de overzijde van het Amsterdam Rijnkanaal en de snelweg naar Amsterdam en Den Bosch. Het slechten van deze barrières was al een belangrijk thema in de plannen die Riek Bakker voor Leidsche Rijn entameerde. Zij onderkende dat een goede stedenbouwkundige relatie tussen Leidsche Rijn en Utrecht van levensbelang was, zodat ook de periferie van de stad zou profiteren. Tot veler verrassing kreeg ze de verlegging en overkapping van de A2 voor elkaar. Over het kanaal zijn verschillende nieuwe brugverbindingen aangelegd.

Relatie tussen Leidsche Rijn Centrum en de binnenstad van Utrecht

Ongebruikelijk profiel

Dit gegeven heeft het centrumgebied een ongebruikelijk profiel opgeleverd. Het hoogteverschil tussen het oorspronkelijke maaiveld en het nieuwe plateau dat aansluit op het dak van de snelweg is bijna negen meter. De ontwerpers hebben dit hoogteverschil benut om een lager en een hoger gelegen stadsdeel te maken. De overgangen tussen deze Boven- en Benedenstad worden gevormd door langzaam oplopende hellende straten. Op een aantal punten, rondom de in het plan geïntegreerde oude boerderijen, zijn deze overgangen contrastrijker gemaakt door de introductie van trappartijen die aansluiten bij de bebouwing.

Doorsnede over Leidsche Rijn Centrum

Stedelijk gebied

Het centrum is opgezet als een stedelijk gebied dat sfeervol is en voldoende kwaliteit heeft om er te verblijven. Dit stedelijke karakter contrasteert met de omliggende woonwijken en komt tot uiting in de relatief hoge en dichte bebouwing. Het centrum wordt omzoomd door singels en parken, waarmee de identiteit en herkenbaarheid ervan wordt versterkt. De centrale ligging, de veelheid en variatie aan functies en de hoogteverschillen maken van Leidsche Rijn Centrum een specifiek gebied.

Het centrumgebied wordt omzoomd door singels

Orthogonale opzet

Het plan voor Leidsche Rijn Centrum kent een aantal structurerende elementen. Het plan kent een orthogonale opzet die is afgestemd op een aantal lange lijnen in het plan. De diagonaal waar de bus over heen rijdt, articuleert de overgang van Bovenstad naar Benedenstad. Ze zorgt bovendien voor een formele verbijzondering in het rationale grid.

Bovenstad en benedenstad

Stedelijke massa

De compositie van Leidsche Rijn Centrum bestaat uit een netwerk van openbare ruimtes dat is uitgesneden uit de stedelijke massa. Voor deze massa hebben de ontwerpers een gelijkmatige bouwhoogte van vijf tot zeven lagen aangehouden.

Leidsche Rijn Centrum ligt op een plateau boven de snelweg van Amsterdam naar Den Bosch

Straten en pleinen

De straten en pleinen zijn zo ontworpen dat afwisselende sferen en belevingen ontstaan. De pleinen en straten krijgen hun specifieke betekenis door verschillen in afmetingen, inrichting, textuur en beoogd gebruik. Naast de blauwe en groene omzoming (in de vorm van singels en parken), zijn dat de stadstuin (in de vorm van een slinger), een groot stedelijk manifestatieplein bovenop de A2 (het Berlijnplein), het Brusselplein  in het kernwinkelgebied waar veel horeca is gevestigd. Daarnaast zijn in dit netwerk verschillende ‘stepping stones’ opgenomen en uitgewerkt.

Publieke en openbare stedelijke ruimtes

Publieke gebouwen

Publieke en openbare gebouwen, zoals het treinstation, het busstation, de bibliotheek en de bioscoop, geven in grote mate een gezicht aan deze publieke ruimtes. Met behulp van deze publieke gebouwen is gezocht naar het opspannen en versterken van stedebouwkundige relaties.

Openbare en publieke gebouwen

Referenties

Als referenties koos Jo Coenen voor voorbeelden van de Midden Europese stad. Willem Lucassen toont mij beelden van het stadhuis dat de Spaanse architect Rafael Moneo aan het Cardinal Beluga Plaza in Murcia heeft ontworpen, van de straten in de binnenstad van Mannheim, de straatprofielen in de Habsburgse wijken van Triëste en van de wijk Ceramique die het bureau gedurende de afgelopen 20 jaar in Maastricht heeft gerealiseerd. Het verraadt een opvatting waarbij gebouwen niet als afzonderlijke, op zichzelf staande objecten worden gezien, maar deel uitmaken van een bredere maatschappelijke en stedelijke context.

Rafael Moneo, stadhuis, Cardinal Beluga Plaza, Murcia, Spanje

Ceramique en Leidsche Rijn Centrum

Op dit punt is het interessant stil te staan bij de verschillen tussen Ceramique en Leidsche Rijn Centrum. Het eerste verschil is de aard van de opgave. Terwijl Ceramique een transformatie is, is Leidsche Rijn een centrumgebied dat van de grond af is opgebouwd. Dat verschil in opgave vertaalt zich in de ontwerpen die zijn gemaakt. Een ander groot verschil is dat in Ceramique een blokgewijze aanpak is gehanteerd. In Leidsche Rijn Centrum is gewerkt met een pandgewijze aanpak.

Jo Coenen, Ceramique, Maastricht

Stedelijke ruimte

De stedelijke gebouwen zoeken nadrukkelijk een verhouding tot de stedelijke ruimtes. Straten, pleinen en boulevards onderscheiden zich door kleur, schaal en proportie in bebouwing. Voor bepaalde entiteiten zoals de Parijsboulevard zijn hoge, lichte arcades voorgeschreven. Ook de bebouwingshoogtes zijn door Coenen vastgelegd. Lucassen rept in dit verband van eenheid in verscheidenheid of in samenhang.

Stedenbouwkundige entiteiten

Maat en demarcatie van architectuur

Per entiteit is door Coenen gestreefd naar een bepaalde maat en demarcatie van architectuur. Aan de singel zijn bijvoorbeeld grote, stoere blokken gemaakt die stevig zijn verankerd in de grond. Aan de Parijsboulevard en de diagonale Centrumboulevard bezitten de blokken een fijnere maat, waarbij per bouwblok twee of drie panden zijn gemaakt. Aan het Brusselplein ten slotte zijn in de gevelwanden kleinschalige panden opgenomen.

Compartimentering van het plan

Zoektocht naar perfecte blokmaat

Lucassen omschrijft het ontwerp verder als een zoektocht naar de perfecte blokmaat. Maak je de blokken te groot, dan wordt het stedelijk weefsel te groot, maar maak je ze te klein, dan kun je onmogelijk nog goede woningen maken. De blokmaten variëren, met als basis een maat van 55 tot 65 meter. Afhankelijk van de context en het specifieke programma dat moet worden gehuisvest, kunnen ze ook langer of breder worden. Zo zijn de blokken tussen Brusselplein en Parijsboulevard bijvoorbeeld halverwege het proces opgedikt.

Schets van Jo Coenen

Hoge plint

Een van de kwaliteiten die in het plan zit en overal is toegepast, is de hoge plint. Deze is overal minimaal 4,5 meter hoog, ook op de plekken waar geen winkels komen. Dat maakt het plan tot een uitermate flexibel plan.

Leidsche Rijn Centrum in Utrecht

Opdrachtgever Leidsche Rijn Centrumplan B.V. Utrecht (een samenwerkingsverband tussen a.s.r. vastgoed projecten en Vesteda) Stedenbouwkundig Ontwerp Jo Coenen Architects Urbanists Projectarchitecten awg, dok, Cruz y Ortiz, Geurst & Schulze, Kollhoff, DeZwarteHond en rphs+ Adviseur constructie Zonneveld Ingenieurs, Rotterdam; Adviseur installaties Huygen, Utrecht Adviseur akoestiek DGMR, Arnhem Aannemers Trebbe/Dura, V.d. Ven, Sprangers, Hurks/Slokker, Smitsbouwbedrijf/De Nijs Structuurontwerp Kokon, Rotterdam BIM uitwerking HFB, Rotterdam Landschapsarchitect Lodewijk Baljon landschapsarchitecten Bruto vloeroppervlakte 250.000 m2 Bruto inhoud 800.000 m3 Programma Jumbo Foodmarkt 5.600 m2 retail 22.400 m2 kantoren 10.000 m2, horeca 4.000 m2 dienstverlening 3.000 m2, maatschappelijke voorzieningen 3.000 m2, 322 koopappartementen en 440 huurappartementen, parkeergarage (1.370 publieke- en 700 private plaatsen, plus fietsenstalling) en ondergrondse expeditiestraat Voorlopig ontwerp juni 2011 Definitief ontwerp februari 2014 Aanvang bouw mei 2014 Oplevering mei 2018 Bouwsom inclusief installaties € 250.000.000 excl. btw Bouwsom exclusief installaties € 200.000.000 excl. btw

Lees meer

Reageer op dit artikel