Schoonheid is geen criterium in de hedendaagse stedenbouwpraktijk. Ze staat niet in PvE's, ontbreekt in masterplannen en wordt zorgvuldig vermeden in beleidstaal. Terwijl een nieuw kabinet spreekt over het bouwen van tien nieuwe steden, lijkt het debat zich vooral te richten op aantallen, snelheid en efficiëntie. Maar wat betekent dat voor het culturele project dat stedenbouw óók is? Terugkijkend op Haussmann, Berlage en de wederopbouw dringt zich een ongemakkelijke vraag op: hebben we het maken van mooie steden ingeruild voor het managen van ruimtelijke opgaven?
VMN media
KUBUS