Bart Mispelblom Beyer
Bart Mispelblom Beyer is architect en stedenbouwkundige, mede-oprichter van TANGRAM, actief in ontwerp, onderzoek en onderwijs, met focus op stedelijke dichtheid, gemengde functies en maatschappelijke vraagstukken.

Bart Mispelblom Beyer is architect en stedenbouwkundige, mede-oprichter van TANGRAM, actief in ontwerp, onderzoek en onderwijs, met focus op stedelijke dichtheid, gemengde functies en maatschappelijke vraagstukken.


Van Spotify-playlists tot supermarktstellingen: zodra het aanbod onbeperkt wordt, groeit de behoefte aan richting. Diezelfde paradox dient zich nu aan in de architectuur door de opkomst van AI. Het produceren van zoveel mogelijk varianten leidt niet tot meer kwaliteit, maar het maken van een passende keuze wel. Welke waarden zijn hierbij leidend?

Bij de ontwikkeling van Galaxy, een groot en ingewikkeld project van Tangram in het centrum van Utrecht, werd de complexiteit niet opgelost door meer mensen aan het proces toe te voegen, maar door het gerichter inzetten van kennis en ervaring. Waar vergelijkbare opgaven vroeger vroegen om opschaling in capaciteit, blijkt dat met de inzet van AI niet langer vanzelfsprekend. Die verschuiving raakt de kern van het architectenbureau. Want als productie geen beperking meer is, waarop onderscheid je je dan?

In een ontwerpoverleg liggen zes varianten naast elkaar op tafel. Alle passen binnen het programma. De bezonning voldoet. De netto-bruto-verhouding is efficiënt. De bouwkosten blijven binnen bandbreedte. 'Technisch kunnen ze alle zes', zegt iemand. Even blijft het stil. Want precies daar begint het echte ontwerpprobleem.

Het debat over AI in architectuur blijft vaak steken in de vraag of de architect wordt vervangen, maar de werkelijke verschuiving zit elders. Nu het genereren van varianten razendsnel en goedkoop is geworden, verschuift de schaarste van productie naar selectie. Niet het maken van opties, maar richting geven en het onderbouwen van keuzes wordt het onderscheidende vermogen van de architect.

De discussie over kunstmatige intelligentie in de architectuur gaat opvallend vaak over 'tools'. Over beeldgeneratoren, parametrische optimalisatie en efficiëntie. Maar wie beter kijkt, ziet dat AI vooral iets anders blootlegt: niet zozeer een technologische breuk, maar een identiteitscrisis die al veel langer sluimert.

Architecten zouden er goed aan doen hun stem te laten horen over de toepassingen van AI. Hoe? Door samen te werken. De traditionele ieder-voor-zich-aanpak staat niet in proportie tot de urgentie als gevolg van de impact omvang en kracht van AI. Het is zaak dat de beroepsgroep niet in dezelfde valkuil stapt als bij de opkomst van Autocad en REVIT/BIM zo'n tien jaar geleden, waarbij zij weinig invloed heeft uitgeoefend op de ontwikkeling ervan. Het vraagt om een branchebrede en overstijgende samenwerking om regie te nemen in de ontwikkeling van AI.

Er zijn al AI-modellen, gevoed met gemeten data uit een bestaande situatie, die verkavelingen en massastudies genereren en allemaal uit kunnen. Als je even verder doordenkt, kom je uit bij het doembeeld van de architect als plaatjes- en praatjesmaker die pas wordt ingeschakeld in de vergunningsfase, om het voorkeursmodel te voorzien van een aansprekend verhaal om de stakeholders te overtuigen. Hoe realistisch is dit?

Kunstmatige intelligentie is niet meer weg te denken uit onze samenleving. De toepassingen breiden zich razendsnel uit, en het maatschappelijk debat over de impact ervan woedt volop. Ook de architectuur blijft niet buiten schot. Bureaus als Groosman en Tygron Platform maken er al volop gebruik van. 'Architecten zouden zich moeten afvragen welke tijdrovende taken AI kan overnemen.'

Door Bart Mispelblom Beyer - Tijdens de coronacrisis klinkt er veel kritiek op gestapeld wonen. Terecht, want een appartement zonder buitenruimte wordt in deze tijd een gevangenis. Maar ook zonder de bedreigingen van een wereldwijd virus zou gestapeld wonen veel prettiger, gezonder en duurzamer moeten.

Door Bart Mispelblom Beyer - De coronacrisis heeft onze vertrouwde manier van werken volledig op z'n kop gezet. In zeer korte tijd hebben we het kantoor vaarwel gezegd om thuis te gaan werken. Zorgt deze pandemie voor een andere manier van werken en daarmee een nieuw stedelijk programma?