blog

Blog – Knap staaltje archiwashing: Nederlandse paviljoen Venetië

Architectuur

Door Harm Tilman – Terwijl architecten op de Biënnale van Venetië zich concentreren op het vraagstuk van ‘Freespace’, komt Nederland met een tentoonstelling die de toekomst van fysieke arbeid onder de loep neemt. Via lockers worden bezoekers een blik gegund op de veranderingen die architectuur als gevolg daarvan al ondergaan. Maar wat houden deze in?

Het Nederlandse paviljoen dit jaar op de Architectuur Biënnale in Venetië is een oranje interieur met deuren die toegang geven tot lockers, maar ook tot verborgen ruimtes waar bezoekers installaties kunnen bekijken. Alle zijn ze deel van een tentoonstelling die is samengesteld door onderzoeksdirecteur Marina Otero Verzier van het HNI en die gaat over de toekomst van de fysieke arbeid.

Lockers

De tentoonstelling wil belichten hoe het leven gaat veranderen, naarmate de techniek verder begint op te rukken en voor een deel ook taken en werkzaamheden gaat overnemen die voorheen door mensen werden verricht. Dat doet ze in de eerste plaats door in de lockers de meest uiteenlopende typologieën te tonen. Maar in een aantal gevallen ontstaat in de oranje wanden voldoende ruimte om een achterliggende ruimte te betreden.

New Babylon

In een van deze ruimtes staan en liggen opblaaspoppen op een opblaasbed met een schaakbord patroon. Deze installatie van Simone C Niquille gaat volgens de toelichting over de digitale avatars die worden ingezet om de veiligheid van werknemers te meten. In een andere ruimte onderzoekt Mark Wigley het project van New Babylon (1956-1974) door beeldend kunstenaar Constant Nieuwenhuys, door na te denken over het geweld van gerobotiseerde arbeid.

Winy & Beatrice

Verderop is de ‘fucktory’ nagebouwd, een replica van kamer 902 van het Hilton Hotel in Amsterdam waar popsterren John Lennon en Yoko Ono in 1969 verbleven. Nooit van je leven zul je kunnen zeggen dat je in bed lag met hedendaagse sterren als Odile Decq, Madelon Vriesendorp, Beatriz Colomina, Hans Ulrich Obrist en Winy Maas en dat je met deze personen over sex hebt mogen praten.

Bed als slaap- en werkplek

Beatriz Colomina vraagt zich af of het bed de plek is waar we vandaag de dag werken, slapen en je weet wel. Het is een vraag die bij Het Nieuwe Instituut (HNI) al vele malen eerder voorbij kwam, onder andere via de tentoonstelling ‘Playboy Architecture, 1953-79’, en opnieuw is het antwoord bevestigend. Mobiele telefoons, iPads en andere technische apparaten betekenen immers dat je altijd en overal kunt werken, dus ook in bed.

Banale ruimte

Met deze presentatie keert het Nederlandse paviljoen zich resoluut tegen ‘Freespace‘, het centrale thema van de Biënnale (waarover een andere keer meer). Het paviljoen is ingericht als een banale ruimte met lockers die we overal gebruiken. Ruimte voor vrije tijd en werkruimte lopen steeds meer in elkaar over, aldus curator Marina Otero Verzier.

My Lucky Day

Het Nederlandse paviljoen doet mij in meer dan een opzicht sterk denken aan de Moldavische inzending dit jaar voor het euro songfestival in Lissabon. De Balkan formatie DoReDoS voerde daar hun liedje ‘My Lucky Day’ op in een decor met veel actie in de vorm van open- en dichtslaande deuren en met behulp van talloze dubbelgangers. Het nummer zelf springt er echter niet echt uit en dat gaat in zekere zin ook op voor ‘Work, Body, Leisure‘.

Plastic Pop

De eerste zeg twintig seconden van ‘My Lucky Day’ zijn aanstekelijk, maar dat gevoel ebt al snel weg als je de rest van het nummer hoort – een gedateerde melodie die sterk doet denken aan de ‘plastic’ popsongs die in de jaren 90 uit je transistor radio kwamen. Met ‘Work Body Leisure’ is het niet anders. Het begin is leuk maar na het zoveelste deurtje is de lol er wel af.

Falende systemen

Het paviljoen wil architecten uitdagen. Maar tot wat eigenlijk? Het wrange is natuurlijk dat in Nederland de wettelijke of financiële systemen die dit mogelijk kunnen maken zijn afgeschaft en dat architectuur de afgelopen vijftien jaar tot op het bot is uitgekleed. Maar ook de architectuur zelf is veranderd.

Nieuwe architectonische vormen

Rem Koolhaas wilde aan het begin van deze eeuw zijn bureau OMA ombouwen tot een organisatie die bedrijven als Google en Prada van advies zou kunnen dienen. UN Studio gaf in die zelfde tijd blijk van vergelijkbare aspiraties. Jacob van Rijs en Winy Maas begonnen begin jaren 90 in Rotterdam in the slipstream van diezelfde Rem Koolhaas datascapes te construeren.

Archiwashing

Al deze bureaus zijn daarvan afgestapt en en hebben zich ontwikkeld tot zeer professionele bureaus met een enorme output op het gebied van bouwproductie. Tegelijkertijd zijn er veel jonge bureaus met nieuwe ideeën, opvattingen over politiek, technologische aanzetten en nieuwe ontwerpen, die een internationaal podium zouden verdienen. Het blik Amerikaanse architectuurtheoretici dat het HNI in het paviljoen opentrekt, werkt in dit opzicht eerder verhullend dan verhelderend en is uiteindelijk een knap staaltje Archiwashing.

Reageer op dit artikel