artikel

Start-up: Mato Architecten

Architectuur

Door Marieke Giele – Floor Frings is oprichter van Mato Architecten. Met haar bureau onderzoekt ze de fysieke invulling van de ruimte door middel van materiaalexperimenten. Dat resulteert in projecten waar sfeer en tactiliteit centraal staan.

In een voormalige fabriek aan de rand van Eindhoven bevindt zich het onderkomen van Collaboration O. Dit is een collectief van tien ontwerpers die individueel aan opdrachten werken en waar nodig strategische samenwerkingen met elkaar aangaan. Samen delen zij de machines in de gemeenschappelijke werkplaats, maar elke deelnemer heeft ook een zelfgebouwde studio in de industriële hal.

De enige architect binnen het collectief is Floor Frings, oprichter van Mato architecten. Met haar bureau richt ze zich op de fysieke en materiële aspecten van een ruimte. Dat resulteerde in een breed scala aan projecten: van kleinschalige installaties tot grootschalige renovaties. Bovendien geeft Frings les op de universiteit, waar ze haar manier van werken deelt met studenten.

Floor Frings van Mato Architecten. Beeld Dik Nicolai

Floor Frings van Mato Architecten. Beeld Dik Nicolai

Tussen design en architectuur

In haar werk toont Frings een sterke fascinatie voor kleur en materialiteit. Ze begint dan ook nooit met het schetsen van een plattegrond, maar zoekt met schetsmaquettes naar een passende sfeer voor een project. Vanuit dat gebaar werkt ze uiteindelijk naar een ontwerp toe, waarbij maquettes haar blijven helpen om
meer inzicht te krijgen in de atmosfeer.

“Eigenlijk heb ik altijd al op dat grensvlak tussen design en architectuur gezeten,” begint Frings. “In 2004 ben ik naar Eindhoven gekomen om te studeren aan de Design
Academy. Daar miste ik toch wel de natuurkunde en de wiskunde, dus ben ik na een jaar Bouwkunde gaan studeren aan de Technische Universiteit. Maar daar was ik degene die altijd bezig was met bouwen en materiaalonderzoek.”

Dat was goed te zien in haar afstudeerproject ‘Beleefde Ruimte en Architectuur’, waarvoor Frings in 2013 een nominatie voor de Archiprix NL ontving. “Ik heb toen een volledig kartonnen ruimte gebouwd in de leegstaande Schellensfabriek. Dat was voor mij een manier om de materialiteit vanuit de maquette te onderzoeken,” legt Frings uit.

Beleefde Ruimte en Architectuur door Mato Architecten

Beleefde Ruimte en Architectuur door Mato Architecten

Werkplaats

Tijdens haar afstuderen was Frings werkzaam bij Open Architecture Office, waar ze na haar afstuderen een traject inging om partner te worden. Gedurende deze periode bleek echter dat de visies op het onderzoek in de werkplaats te veel verschilden. Uiteindelijk was dat reden om uit elkaar te gaan en richtte Frings haar eigen bureau op.

“Toen begon voor mij de zoektocht naar hoe ik als architect wil werken. Ik wil niet de hele tijd achter mijn MacBook zitten, maar juist hands-on met projecten bezig zijn. Mijn generatie is echt gedreven om met het maken bezig te zijn als een antwoord op de technologische wereld om ons heen,” vertelt Frings.

“Daar probeer ik mijn werkweek naar in te richten door een dag per week niet aan opdrachten te besteden. Dan kan ik vrij werken zonder te weten wat er uit gaat komen. Zo ben ik betonboringen gaan polijsten, waarmee het oude materiaal een hele strakke uitstraling krijgt. Nu ga ik deze techniek daadwerkelijk toepassen op een vloer van oude stoeptegels.”

Van experiment naar ontwerp

Maar Frings werkt niet alleen met standaard bouwmaterialen in haar studies. Ze ging ook aan de slag met gedroogde varkensblazen die ze opspande. Dat gaf haar de mogelijkheid om de relatie tussen atmosfeer en ruimte op een andere manier te onderzoeken. En uiteindelijk vindt dat op een of andere manier altijd zijn weg in een project.

Blow door Mato Architecten

Blow door Mato Architecten

“Ik ga natuurlijk niet daadwerkelijk een varkensblaas opspannen als plafond,” lacht Frings. “Maar dit onderzoek heeft wel degelijk invloed gehad op de uitbreiding van een oud havenmeesterhuis aan de Oosterschelde. Daar ben ik vanuit de materiaalexperimenten over het ontwerp gaan nadenken.”

Voor dit project bleef het voor Frings niet alleen bij het bouwen van maquettes. “Ik heb een week vrij genomen om samen met de meubelmaker aan de kasten te werken. Niet omdat ik de leiding niet uit handen wil geven, maar omdat ik juist nieuwe dingen van hem wil leren. Dat geeft mij inzichten die ik kan gebruiken in andere projecten.”

Vertrouwen in elkaar

Nu Frings ‘de werkplaats’ aardig in de vingers heeft, richt zij zich op de invulling van het ontwerpproces. “Ik ben een eenmansbureau begonnen om veel te kunnen onderzoeken, maar hecht veel waarde aan samenwerkingen met anderen. Daarom werk ik nu in een aantal projecten samen met verschillende bureaus,” legt ze uit.

“Zo kwam er een grote opdracht op mijn pad voor de renovatie van een kantoorpand in Helmond, maar met dergelijke budgetten, bouwteams en zo veel tekenwerk heb ik nog nooit gewerkt. Daarom heb ik KOVOS architecten gevraagd om het project samen te gaan trekken. Zij hebben die kennis in huis en zo vullen we elkaar goed aan.”

Duidelijke afspraken zijn in dergelijke projecten natuurlijk belangrijk. “We hebben een aantal momenten vastgelegd waarop we de samenwerking kunnen beëindigen als het niet blijkt te werken. Maar we gaan er allebei met veel enthousiasme in en zijn open in de communicatie. Vertrouwen in elkaar is een belangrijke basis voor een goede samenwerking.”

Samen optrekken

Voor een ander project werkt Frings samen met Werkstatt, een jong bureau dat zich richt op duurzaam bouwen met natuurlijke materialen. “We kennen elkaar sinds onze studie en ik waardeer hun werk al heel lang. Uiteindelijk ontstond er een goed moment om samen op te trekken.”

Nu werken de twee bureaus aan de renovatie van een jachthuis in Riel. “We gaan een deel restaureren en voegen nieuwbouw met een keuken en slaapverblijven toe. Met maquettes studeren we op het daklandschap dat we willen creëren, waarbij ook de kleuren een belangrijke rol spelen,” vertelt Frings.

“Tijdens elke ontwerpsessie weten we elkaar goed aan te vullen. Ik heb veel waardering voor hun kennis op het gebied van duurzaamheid en technische details, terwijl zij mijn gevoel voor esthetica waarderen. Door samen te schetsen en te zoeken, weten we het ontwerp naar een hoger niveau te tillen.”

Vakantiehuis in Riel door Mato Architecten

Vakantiehuis in Riel door Mato Architecten

Ondernemerschap

Ook op andere procesmatige vlakken wil Frings zich nu verder ontwikkelen. “Op dit moment ben ik het zelfstandig opdrachtgeverschap aan het ontdekken. Mijn oom wil graag een huisje kopen op een leegstaand vakantiepark in Limburg, maar het is alleen mogelijk om het volledige park te kopen. Nu kijken we samen of dit middels een CPO haalbaar is,” aldus Frings.

“Zelf vind ik de huisjes die in de jaren zestig zijn ontworpen door architect Van Amstel zo mooi. Dat geeft mij een enorme motivatie om met dit project aan de slag te gaan. Het is zonde dat de huisjes vervallen zijn. We onderzoeken nu of we ze op een duurzame manier kunnen na-isoleren, zodat het park een tweede leven krijgt.”

Als architect die ineens in de wereld van ontwikkelaars stapt, komen nieuwe vragen op haar af. “Die plek is de moeite waard, maar hoe breng je alle partijen bij elkaar? We hebben nu te maken met een makelaar, aannemer en misschien een investeerder. En we moeten natuurlijk nog op zoek naar veertien mensen die daadwerkelijk een bungalow willen kopen. Maar als dat lukt, kan het iets heel moois worden.”

Bungalowpark in Limburg door Mato Architecten

Bungalowpark in Limburg door Mato Architecten

Kwalitatieve architectuur

In de toekomst wil Frings zich bezig blijven houden met dergelijke puzzels, de ene keer ruimtelijk of technisch en de andere keer juist organisatorisch. “Daar wil ik telkens de juiste personen bij zoeken. Het lijkt mij mooi als we met een groep van gelijkgestemde architecten en makers de weg naar elkaar weten te vinden.”

Wat Frings betreft hoeven de projecten niet perse groter te zijn. “Ik wil vooral kwalitatieve architectuur blijven maken waarbij het gaat om de aandacht en liefde voor details. Met toegepaste oplossingen voor elk specifiek project. Dat is naar mijn idee waar de circulaire wereld van morgen om vraagt.”

Frings wil daarom zelf betrokken blijven bij het bouwproces. “We kunnen als architecten veel leren door samen met bijvoorbeeld een meubelmaker aan de slag te gaan. Zo kunnen we ons beter in de bouwer verplaatsen en dat komt het proces alleen maar ten goede. Uiteindelijk hoop ik dat we op die manier samen dingen in beweging kunnen zetten.”

de Architect september 2019

Dit artikel verscheen eerder in ons septembernummer. In deze editie bespreken we ook de James-Simon-Galerie in Berlijn, Museum De Lakenhal in Leiden, het Trippenhuis in Amsterdam en het Park Paviljoen De Hoge Veluwe. En we gaan in op het thema ‘Architect als ontwikkelaar’.

Bestel nu >

 

Lees verder

 

 

Reageer op dit artikel