artikel

Terug naar oorsprong Bauhaus in Weimar

Architectuur

Terug naar oorsprong Bauhaus in Weimar
Hoofdgebouw van de Bauhaus Universität in Weimar door Henry Van de Velde, beeld Shutterstock

Door Marieke Giele –  Bij Bauhaus denk je al snel aan Dessau. Maar de school kent zijn oorsprong in Weimar, waar deze van 1919 tot 1925 gevestigd was. En daar is vandaag de dag nog genoeg van te zien. Wij nemen je mee langs drie belangrijke locaties in de stad.

Dit jaar staat in het teken van het 100-jarig jubileum van het Bauhaus. Reden dus voor een bezoek aan de kenmerkende projecten in Dessau of juist de naoorlogse gebouwen in Berlijn. Maar vergeet niet om ook een bezoek te brengen aan Weimar en terug te gaan naar de beginjaren van het Bauhaus.

1. Kunstgewerbe­schule / Der kleine Van-de-Velde-Bau

Net ten zuiden van het oude centrum ligt de Kunstgewerbe­schule, oftewel Kunstnijverheidsschool. Dit L-vormige gebouw is van 1905 tot 1906 gerealiseerd door Henry Van de Velde. Bijzonder is de belichting van de brede wenteltrap. Daarnaast zijn hier nog drie gerenconstrueerde wandschilderingen van Oskar Schlemmer te zien.

Met de komst van het nieuwe hoofdgebouw heeft deze oudbouw de bijnaam ‘Der kleine Van-de-Velde-Bau’ gekregen. Door de jaren heen waren hier onder andere een laboratorium en een mensa gevestigd. in gevestigd. Vandaag de dag doet dit gebouw dienst als faculteit voor Kunst und Gestaltung van de Bauhaus-Universität Weimar.

Kunstgewerbe­schule in Weimar door Henry Van de Velde

2. Hauptgebäude van de Bauhaus Universität

Aan de overkant van de straat werkte Van de Velde van 1904 tot 1911 eveneens aan een nieuw hoofdgebouw voor de kunstschool. Hier richtte Walter Gropius in 1919 het Bauhaus op. Deze nieuwe opleiding moest verschillende kunst- en architectuurdisciplines met elkaar combineren.

Bijzonder aan het onderwijs was dat studenten samenwerkten in ateliers. Door zelf bezig te zijn met productiemethoden, moesten de studenten tot vernieuwende ideeën komen. Voor deze ateliers was genoeg ruimte achter de grote ramen van dit hoofdgebouw.

Daarnaast ontwierp Walter Gropius hier in 1923 zijn eigen Gropiuszimmer, waarvan het idee gebaseerd is op een kubus van 5 bij 5 bij 5 meter. Deze richtte hij onder andere in met de kenmerkende Gropius-Sessel en de verlichting die is geïnspireerd op de hanglamp van Gerrit Rietveld.

In 1925 verhuisde het Bauhaus naar Dessau en verliet daarmee het Hauptgebäude in Weimar. Tegenwoordig is in dit gebouw de faculteit voor Architektur und Urbanistik van de Bauhaus-Universität Weimar gevestigd.

Ansichtkaart van het Bauhaus in Weimar met tekst van Theo van Doesburg, beeld RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis in Den Haag (archief Theo en Nelly van Doesburg)

3. Haus am Horn

Vanaf de Bauhaus-Universität Weimar wandel je door het Park an der Ilm naar het Haus am Horn. Dit gebouw is in 1923 ontworpen door Adolf Meyer (vanuit Büro Gropius) en Georg Muche voor de eerste Bauhaus-tentoonstelling. Daarmee is het ook het eerste gerealiseerde architectonische project dat vanuit dit gedachtegoed is ontworpen.

Kenmerkend is de vierkante plattegrond van 12 bij 12 meter met in het midden de woonkamer. Hier valt het licht door de hoge ramen naar binnen. Daaromheen zijn alle slaapkamers en de functionele ruimtes gepositioneerd.

Haus am Horn was niet zozeer bedacht als een op zichzelf staand woonhuis, maar vooral als een experiment op het gebied van programma en materiaalgebruik. Daarmee zochten de architecten naar een slim concept dat een oplossing moest bieden voor de grote woningnood van die tijd. Dat toont aan dat de ideeën van het Bauhaus nog steeds actueel zijn.

Haus am Horn in Weimar door Adolf Meyer en Georg Muche, beeld Shutterstock

beeld Shutterstock

Nieuw: Bauhaus-Museum Weimar

Weimar beschikt over zo’n 13.000 stukken die alles vertellen over de oprichting en de eerste jaren van het Bauhaus. Walter Gropius is deze verzameling zelf begonnen, waarmee het de oudste Bauhaus-collectie ter wereld is. 250 van deze stukken, waaronder de lattenstoel van Marcel Breuer en werken van Paul Klee, Peter Kehler en Lászlo Moholy-Nagy zijn samen te zien in het Bauhaus-Museum Weimar.

Tot voor kort was het museum gevestigd in een voormalig koetshuis in het centrum van de stad. Maar vanaf april krijgt het museum in het kader van 100 jaar Bauhaus een nieuw onderkomen tussen het politiek gevoelige Gauforum en het Weimarhallenpark. Dit nieuwe gebouw is ontwerpen door de Duitse architect Heike Hanada, in samenwerking met Benedict Tonon.

Kenmerkend voor het gebouw is de heldere geometrische vormentaal, waarbij horizontale panelen van matglas een sterk ritme in de façade creëren. Via een ruime entreehal betreden de bezoekers het museum waar slim gepositioneerde trappen hen op een natuurlijke wijze door het gebouw leiden. Daarmee gaat de architectuur als een achtergrond voor de Bauhaus-tentoonstelling fungeren.

De opening van het Bauhaus Museum Weimar vindt plaats op 6 april 2019.

Bauhaus-Museum Weimar in aanbouw, beeld Marieke Giele

Bauhaus-Museum Weimar in aanbouw, beeld Marieke Giele

Bezoek het Bauhaus

Lees verder

Reageer op dit artikel