artikel

Start-up: Atelier Tomas Dirrix

Architectuur Premium

Start-up: Atelier Tomas Dirrix
Tomas Dirrix, beeld Dik Nicolai

Door Marieke Giele – Vorig jaar won Tomas Dirrix de ARC18 Jong Talent Award. De jury was onder de indruk van zijn onderzoekende houding en de installaties die daaruit voortkomen. Inmiddels werkt hij aan verschillende projecten, waar zijn fascinatie voor de fysieke gesteldheid van architectuur in naar voren komt.

Tussen het levendige winkelgebied van het Oude Noorden en de groene kades van de Rotte hangt een rustige sfeer. In een klein hoekpand aan de Zwaanshals is sinds kort Atelier Tomas Dirrix gevestigd. Voor de ramen hangen brede stroken noppenfolie, die diffuus zonlicht over een grote stalen tafel laten vallen. Een hoge stellingkast met maquettes fungeert als scheiding richting het achterste gedeelte van de studio, waar twee bureaus met computers zijn opgesteld. Hier zijn Tomas Dirrix en Ada Finci Terseglav druk aan het tekenen voor een deadline.

Anderhalf jaar geleden besloot Dirrix zijn verschillende activiteiten op een plek onder te brengen en Atelier Tomas Dirrix op te richten. Sindsdien is het hard gegaan. Voor de beurs Unfair18 realiseerde hij al de inrichting van de tentoonstelling en binnenkort start de bouw van een multizintuiglijke installatie in het Van Abbemuseum. Daarnaast won hij in 2017 de Meesterproef van de Vlaams Bouwmeester, is hij vorig jaar geselecteerd voor het programma Talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds en ontving hij in november de ARC18 Jong Talent Award.

Tomas Dirrix, beeld Dik Nicolai

Tomas Dirrix, beeld Dik Nicolai

Fysieke mogelijkheden

In zijn werk toont Dirrix een sterke fascinatie voor de fysieke gesteldheid van architectuur. Dat kwam al naar voren in zijn eerdere samenwerking met Alessandra Covini, waarmee hij in 2015 Studio Ossidiana oprichtte. Zo deden ze onder andere onderzoek naar nieuwe productietechnieken voor beton. Dat resulteerde in het project Petrified Carpets dat ze op de Dutch Design Week 2016 presenteerde.

Maar het meest spraakmakende project van het duo is toch wel het ontwerp voor Op Het Dak, een restaurant bovenop het Schieblock in Rotterdam. “Hier willen we de bestaande dakopbouw echt als verlengstuk van de nieuwe daktuin laten fungeren”, vertelt Dirrix. “Zo hebben we de betonnen tafel in aarde gegoten. Dat tekent zich af in de grove onderkant, die voor een bijzondere tactiliteit zorgen.”

Daarnaast gaat het project in op de betekenis van het weghalen van materiaal. “In de muur hebben we enkele grote gaten gemaakt, waarbij de brute actie van het slopen bepalend was voor de grove vorm van de gevelopeningen. Dat leidde tot een interessante zoektocht naar de fysieke mogelijkheden van materiaal en constructie.”

Restaurant Op Het Dak in Rotterdam door Tomas Dirrix, Alessandra Covini, beeld EH (Kyoungtae Kim)

Restaurant Op Het Dak in Rotterdam door Tomas Dirrix, Alessandra Covini, beeld EH (Kyoungtae Kim)

Van bouwsteen naar installatie

Dergelijke vraagstukken vereisen een goed begrip van de fundamentele aspecten van de architectuur. Voor Dirrix begint elk project bij de bouwsteen. Dat kan in zekere zin elk materiaal zijn: daadwerkelijk een steen, doek of bijvoorbeeld noppenfolie. Vanuit een onderzoek naar de mogelijkheden van het specifieke materiaal, werkt hij uiteindelijk richting de realisatie van een project.

Dat komt goed naar voren in het ontwerp voor Unfair18, een tijdelijke tentoonstelling in de Westergasfabriek in Amsterdam. Vanuit de organisatie was voorgeschreven dat deze installatie uit MDF-platen moest bestaan en dat de kunstenaars deze zelf konden bouwen. Met deze randvoorwaarden heeft Dirrix een slim ontwerp gemaakt dat als een bouwpakket in elkaar zit.

“Door de losse bouwstenen te schakelen, ontstaat een reeks aan interessante ruimten voor de kunstenaars”, legt Dirrix uit. “Dat is echt voortgekomen door vanuit de mogelijkheden van het materiaal te denken. Kan je zo’n plaat bijvoorbeeld goed buigen? En hoe blijft deze vervolgens stabiel? Deze vragen liggen ten grondslag aan het ontwerp.”

Unfair18 door Atelier Tomas Dirrix, beeld Jeroen Verrecht

Unfair18 door Atelier Tomas Dirrix, beeld Jeroen Verrecht

Grenzen oprekken

Voor deze onderzoeken werkt Dirrix veel met maquettes. “Die beschouw ik niet zozeer als een presentatieobject, maar vooral als een mogelijkheid om te experimenteren. Juist het uittesten van verschillende opties geeft mij de mogelijkheid om uiteindelijk een doordachte beslissing te nemen.”

Dirrix wijst naar een papieren maquette in de kast. “Dat is een fragment van een nieuwe installatie in het Van Abbemuseum. We hebben een multizintuiglijke ruimte ontworpen waar bezoekers het gebouw op fysieke manier kunnen ervaren. Juist in de maquette konden we deze zintuiglijke aspecten onderzoeken en verschillende dingen uitproberen. Daarmee hebben we eigenlijk de grenzen van de architectuur een beetje opgerekt.”

In dit ontwerp fungeert de muur als de drager van de ervaring. Deze is weer opgebouwd uit verschillende bouwstenen, die bijvoorbeeld kleine nissen vormen. Het idee is dat deze het geluid versterken, zodat slechthorenden er samen een gesprek kunnen voeren. Binnenkort start de bouw van de installatie, dus dan zal blijken hoe dat precies uit gaat pakken.

Installatie voor het Van Abbemuseum in Eindhoven door Atelier Tomas Dirrix in samenwerking met Peter-Willem Vermeersch

Installatie voor het Van Abbemuseum in Eindhoven door Atelier Tomas Dirrix in samenwerking met Peter-Willem Vermeersch

Ervaring en frisse blik

Maar Dirrix werkt ook aan projecten op een veel groter schaalniveau. Voor de Prijsvraag WHO CARES van de Rijksbouwmeester aan een uitgebreide studie naar een verbeterde inpassing van het verzorgingstehuis in de stad. Het project ‘De Dwarsstraat’ koppelt de verschillende functies los van elkaar en brengt ze onder in een centraal gelegen promenade. Voor dit complexe vraagstuk werkte Tomas Dirrix onder andere samen met diederendirrix en DELVA.

Die samenwerking komt niet uit het niets. Eerder was Dirrix al betrokken bij de oprichting van de Rotterdamse vestiging van diederendirrix. “Hoewel ik mij in eerste instantie probeerde vrij te vechten van mijn vader, begon ik me op een gegeven moment te realiseren dat het heel mooi is dat we zo’n bureau in de familie hebben. Ik vond het interessant om daarvanuit aan de dagelijkse leiding in Rotterdam mee te werken”, vertelt de jonge architect enthousiast.

“Toch wilde ik ook graag aan mijn eigen projecten werken. Daarom hebben we besloten om op projectbasis de samenwerking met elkaar aan te gaan. Dat geeft mij genoeg vrijheid en tegelijkertijd kunnen we elkaar, door de combinatie van ervaring en een frisse blik, versterken waar nodig.”

De Dwarsstraat in de wijk Carnisse Rotterdam voor de Prijsvraag WHO CARES van de Rijksbouwmeester door Atelier Tomas Dirrix, diederendirrix en DELVA

De Dwarsstraat in de wijk Carnisse Rotterdam voor de Prijsvraag WHO CARES van de Rijksbouwmeester door Atelier Tomas Dirrix, diederendirrix en DELVA

De hut, de grot en de tent

Hoewel Dirrix het belang van een goede samenwerking benadrukt, is hij ook kritisch: “We zijn als architecten gewend om altijd voor een opdrachtgever te werken. Dat heeft te maken met de grote omvang van de projecten, maar het lijkt mij juist interessant om ook zelfstandig projecten te initiëren. Dat geeft ons de vrijheid om zelf thema’s te selecteren die we belangrijk vinden.”

Met steun van het Stimuleringsfonds doet Dirrix nu onderzoek naar architectonische structuren voor ruimtevorming, een thema dat hem erg bezighoudt. Vanuit de primitieve structuren van de hut, de grot en de tent wil hij toewerken naar een experimentele ideevorming over het samenstellen, uitgraven en opspannen van materialen. Het resultaat presenteert hij in oktober tijdens de Dutch Design Week.

Maar dat is pas het begin van iets groters. “Uiteindelijk wil ik die lessen natuurlijk doorvoeren in mijn projecten. Met installaties die grotere architectonische vraagstukken aanstippen en zo de fysieke context te onderzoeken.”

Lees verder

 

 

Reageer op dit artikel