Aanpak
Het project is ontwikkeld vanuit zes dogma's: uit observatie groeit het project, ontwerpen gebeurt op locatie, het lichaam is het meetinstrument, de ontwerper bouwt zelf, materiaal komt uit lokale reststromen en het ontwerp blijft zich ontwikkelen. Ontwerpen en bouwen zijn volledig samengevallen in een proces van testen, maken, aanpassen en opnieuw beginnen.
Samenwerking met andere disciplines
In dit project vallen de rollen van architect, opdrachtgever, maker en bouwer samen. Door zelf te bouwen ontstond een directe relatie tussen ontwerp, constructie, installaties en afwerking. Kennis uit meubelmaken, restauratie, hergebruik en uitvoering werd ingezet tijdens het maakproces. Hierdoor konden keuzes voortdurend worden heroverwogen en afgestemd op de mogelijkheden van materiaal en gebouw.
Duurzaamheid
Meer dan 80% van de toegepaste materialen is afkomstig uit het gebouw zelf of uit reststromen binnen een straal van 10 kilometer. Het project beschouwt duurzaamheid niet als een technische toevoeging, maar als een ontwerphouding. Beschikbaarheid van materiaal bepaalde het ontwerp. Alle nieuwe ingrepen zijn bovendien demontabel uitgevoerd zodat materialen in de toekomst opnieuw kunnen worden gebruikt.
Materiaal en techniek
Het project is opgebouwd uit geoogste materialen zoals staal, elektra, isolatiemateriaal, berkenmultiplex, dakramen, textiel, scharnieren en een houtkachel. Materialen werden niet geselecteerd op uniformiteit maar op hun aanwezige kwaliteiten. Sporen van eerder gebruik, afwijkingen en bestaande beschadigingen zijn zichtbaar gebleven en vormen een integraal onderdeel van de architectonische uitwerking en detaillering.
Maatschappelijke impact
De bouwsector spreekt veel over circulariteit, maar blijft vaak afhankelijk van lineaire processen en vooraf vastgelegde eindbeelden. Dit project onderzoekt welke gedragsverandering nodig is om werkelijk circulair te bouwen. Het laat zien dat opdrachtgevers, ontwerpers en bouwers flexibeler moeten omgaan met materiaal, proces en resultaat. Circulariteit vraagt niet alleen nieuwe technieken, maar vooral een andere houding.
Fysieke impact
Door plafonds en wanden selectief te verwijderen en bestaande constructies zichtbaar te maken, komt het karakter van de woning opnieuw aan het licht. Nieuwe dakopeningen brengen licht diep in het interieur. Multifunctionele elementen combineren opslag, verblijf en gebruik. De woning is ruimtelijk opener, beter bruikbaar en leesbaarder geworden, terwijl de geschiedenis van het gebouw zichtbaar aanwezig blijft.
Overig
"Wat wil het huis?" is zowel een gerealiseerde woning als een ontwerpend onderzoek. Tijdens het proces verschoof de aandacht van een vooraf bedacht beeld naar een voortdurende dialoog met gebouw, materiaal en omgeving. Het project toont hoe architectuur kan ontstaan door aandachtig kijken, luisteren en maken. Het resultaat is geen vast eindbeeld, maar een gebouw dat zijn eigen karakter opnieuw zichtbaar maakt.













