Marlies Rohmer: “Ik was helemaal klaar met mijn bureau als doel op zich”

Van een stage bij Rem Koolhaas tot aan het doorwerken met een hernia. En van hoe als vrouw je binnen een mannenwereld te bewegen tot aan de veranderde organisatie van haar bureau. Ik sprak met Marlies Rohmer over de bepalende momenten in haar carrière.
Marlies Rohmer

Tekst Marieke Giele

Tijdens een bezoek aan het getransformeerde Vossius Gymnasium in Amsterdam valt op hoe betrokken Marlies Rohmer is bij haar projecten. Als we de nieuwe studiezaal binnengaan, beklaagt ze zich over het gekozen meubilair omdat het er zo rommelig uitziet. Ze biedt de aanwezige docent direct aan om een schets te maken en een keertje met de leerlingen alles te verslepen.

Die passie voor een goed eindresultaat en de hands-on mentaliteit zijn een rode draad in de carrière van Rohmer. Genoeg reden voor een gesprek. We strijken neer op een bankje in de school en Rohmer begint als vanzelf te vertellen. Over het beginnen van een eigen bureau, hoe dat vervolgens een vlucht nam en waar ze nu graag naartoe wil.

Waarom begon je direct na je afstuderen je eigen bureau?

“Het voelde veel logischer om een eigen bedrijf te beginnen dan voor iemand anders te werken. Tijdens mijn studie heb ik stagegelopen bij OMA; het bureau stond toen nog in de kinderschoenen. Ik vond die stage geweldig, maar werken voor iemand anders bracht bij mij een soort gespletenheid teweeg.

“Telkens vroeg ik me af wat Rem vond dat ik moest doen. Denken in het spoor van iemand anders maakte mij gespannen, waardoor ik niet op mijn best functioneerde. Ik wil zelf de lijn uitzetten en niet die van iemand anders volgen. Ook niet als ik diegene zo goed vind. Dus na het afronden van mijn studie in Delft heb ik direct een bord boven de deur gespijkerd en ben zelfstandig aan de slag gegaan.”

En hoe ging dit? Had je een vliegende start?

“De start was geen makkelijke periode, zo middenin de crisis van de jaren tachtig. Behalve mijn afstudeerproject had ik nog niks om te laten zien. Ik besloot de gele gids erbij te pakken en heb een maand lang iedereen van A tot Z opgebeld. Daardoor raakte ik met veel projectontwikkelaars in gesprek en dat heeft mij diverse opdrachten opgeleverd. Die tactiek breidde ik verder uit. Als ik op straat een container zag staan, dan rende ik naar binnen met de vraag of ze al een architect hadden. Ook dat bleek succesvol.

“Zo heb ik in korte tijd idioot veel initiatief ontplooid. Natuurlijk ging ik wel eens op mijn bek, maar dat interesseerde mij niks. De succesratio was bijzonder hoog en mensen kunnen enige bravoure bij jonge ontwerpers vaak waarderen. Op oudere leeftijd moet je zoiets niet doen, dan ben je eerder een sneu geval.”

Hoe heb je dat vervolgens uitgebouwd tot een gerenommeerde architectenbureau?

“In al die jaren heb ik absurde werkweken van rond de tachtig uur gedraaid. Ik kreeg waanzinnige kansen, maar daardoor moest ik ook keihard aan de bak. Dat vond ik niet erg, want al die opgaven waren zo interessant en spannend. Voor mij was het geweldige werk altijd de belangrijkste drijfveer.

“Daarnaast had ik ontzettend goede mensen in dienst. Samen werkten we nachtenlang door aan prijsvragen. Met resultaat, maar de keerzijde was dat ik door al dat harde werken roofbouw op mezelf pleegde.

“Op een gegeven moment gaf ik in mijn eentje leiding aan zo’n dertig tot veertig mensen. Ik was de hele tijd aan het troubleshooten en daar had ik ook fysiek last van. Rond mijn vijftigste heb ik achter elkaar een paar hernia’s gekregen. Dan liet ik mij plat naar een vergadering rijden en lag daar vervolgens op die vergadertafel mee te praten, want ik vond dat ik die vergadering echt zelf moest doen. En niemand die daar vreemd over sprak. Iedereen vond het juist geweldig.

“Uiteindelijk heb ik twee jaar lang liggend gewerkt. En dan toch doorgaan hè, want ik had die hele toko. Dat geeft veel verantwoordelijkheidsgevoel. Bovendien wilde ik graag zelf de touwtjes in handen houden. Dus dan deed ik zowel de gesprekken met opdrachtgevers als het tekenen van de belangrijkste details.”

Heb je nooit overwogen om een partner aan te trekken en zo het werk meer te verdelen?

“Dat heb ik wel gedaan en had ik ook graag gewild, maar is niet zo eenvoudig. Ik moest daarvoor de juiste persoon zien te vinden, een hele zoektocht. Bij iemand die al werkzaam was binnen het bureau, bleek het lastig om van een werkgever-werknemer relatie naar een partnerverband te gaan. En bij iemand van buitenaf ben je weer minder zeker of het gaat werken. Het is net een huwelijk, want je moet elkaar goed aanvoelen en ook nog eens qua architectuur op elkaar aansluiten.”

‘Als vrouw krijgt je te maken met een harde mannenwereld. Daar moet je wel tegen kunnen, want er komt behoorlijk wat commentaar over je heen.’

Marlies Rohmer

Van jouw generatie ben je een van de weinige vrouwen die zelfstandig een bureau leidt. Waarom kiezen andere vrouwen vaak niet voor dit pad, denk je?

“Terugkijkend op mijn werkzame leven snap ik wel dat veel vrouwen die weg niet hebben genomen. Met meerdere partners zijn taken beter te verdelen, terwijl ik er altijd alleen voor sta. Dat kan pittig zijn, zeker gecombineerd met een privéleven. Vaak is het de man die zo’n drukke baan heeft en die vindt het niet altijd leuk als een vrouw ook voor haar carrière kiest.

“Daarnaast heb je als vrouw ook te maken met een harde mannenwereld. Daar moet je wel tegen kunnen, want er komt behoorlijk wat commentaar over je heen. Ik word in zo’n geval pittig, maar dan ben je als vrouw al snel een bitch. Terwijl een man alles mag roepen. Wat dat betreft kan je de bouwwereld vergelijken met een apenrots. Dat mag best benoemd, want ik vraag me af of we, vrouwen, dit altijd maar moeten accepteren.”

Vijf jaar geleden publiceerde je het boek What happened to my buildings, waarvoor je terugging naar oude projecten. Heeft dat jouw kijk op de architectuur veranderd?

“Jazeker. Met dit boek wilde ik laten zien hoe duurzaam mijn werk is en daar ben ik me nu nog bewuster van. Gebruikers gaan heel anders om met een gebouw dan ik ooit had bedacht. Ik vraag me nu altijd af of een ontwerp zo’n verandering ook aankan. Bijvoorbeeld door een flexibel casco te ontwerpen, waardoor functies makkelijker kunnen veranderen.

“Daarnaast realiseer ik me meer hoe gebouwen verouderen. Tijdens het detailleren let ik daar nog beter op dan vroeger. Soms betekent dit dat ik opdrachtgevers overtuig om meer geld te investeren. Dan wijs ik ze er op dat ik probeer te bouwen voor honderd jaar, dan moet de gevel ook mooi verouderen.

“Wat mij betreft zou daar in tenders meer op gestuurd moeten worden. Nu vragen ze altijd om een bepaald aantal recente projecten, terwijl het ook belangrijk is dat een gebouw er na lange tijd nog mooi bij staat. Juist met referenties van vijf of tien jaar oud is dat aan te tonen.”

Doe je nu nog veel mee aan tenders?

“Daar ben ik grotendeels mee gestopt. Dat is echt topsport, terwijl de kans om te winnen zo klein is. Nu richt ik mij meer op de een-op-een acquisities. Vaak gaat het dan om het doorontwikkelen van een school of een woonomgeving. Uit die opgaven valt veel eer te behalen en door alle ervaring word ik er steeds beter in. En ik kan er steeds trotser op zijn als ik een hele goede woonomgeving heb ontworpen.”

Waar wil je nu met je bureau naartoe?

“Inmiddels heb ik niet meer een bureau met 35 mensen in dienst, maar werk ik met een flexibele schil van freelancers. Vaak zijn ze begonnen in mijn bureau en hebben ze zich tot zelfstandige specialist ontwikkeld. Zo kan ik voor elke opgave de juiste mensen selecteren waar ik ook nog eens een goede band mee heb.

“Tegelijkertijd geeft deze werkwijze mij meer vrijheid in mijn hoofd. Ik was helemaal klaar met mijn bureau als doel op zich. Al die administratieve en organisatorische zaken leiden af van waar het eigenlijk om draait. Nu ik mij kan omringen met goede zelfstandigen voel ik mij veel minder een moeder-overste. Dit geeft mij de vrijheid om andere zaken op te pakken, zoals lesgeven en het superviseren van projecten. Ik blijf wel gebouwen maken, maar zonder alle zorgen van een bureau. Zo kan ik mij meer richten op het ontwerpen en detailleren van architectuur zelf, uiteindelijk het leukste wat er is.”

Rectificatie: In een eerdere versie van dit artikel gebruikten we als kop ‘Marlies Rohmer: “Ik was helemaal klaar met mijn bureau”’. Dat heeft verwarring veroorzaakt. Zoals in het artikel ook staat beschreven is Marlies Rohmer niet gestopt met haar bureau, maar heeft ze gekozen voor een andere organisatie.

Lees ook