Waarom staat Nederland nog niet vol met houten gebouwen?

In vuur en vlam van hout, dat zijn Michelle Gulickx aan Ariadne Onclin. Ze hebben zich daarom deze keer verdiept in dit hippe bouwmateriaal. Zo weten ze nu dat het beste hout uit Duitsland komt en dat mensen zich aangetrokken voelen tot natuurlijke materialen. Daarnaast vragen ze zich af hoe sterk de lobby van de fossiele industrie is. Lees hun tweegesprek.
Delen:
woontoren HAUT door Team V Architectuur. Beeld Zwartlicht

He Michelle,

Het is je vast ook niet onopgemerkt gebleven, maar hout is hot! Waar de afgelopen jaren steeds meer mensen vrijwillig steigerhouten meubels in huis haalden, wordt de meubeltrend nu overtroffen door de ruimte waarin ze staan. De hele woning wordt van hout. En dan heb ik het niet over de Amerikaanse woningen van Extreme Home Makeover die in één dag in elkaar worden gezet om na een “Move that bus” momentje het leven van de eigenaren voor altijd te veranderen. De houten gebouwen van nu zijn groot, hoog – HAUT in het Amstelkwartier in Amsterdam wordt zelfs 73 meter – en huisvesten hotels en appartementencomplexen.

Als je de marketingcampagnes van de houten bouwers van nu mag geloven is bouwen met hout nieuw. Het is duurzaam, flexibel, betaalbaar, makkelijk en energiezuinig. Hét bouwmateriaal om de woningbouwcrisis mee op te lossen. Op elk architectuurplatform is wel een betoog terug te vinden over de voordelen van bouwen met hout. Maar waarom staat Nederland dan niet al vol met houten gebouwen?

De 19e-eeuwse architectuurboeken verklaren de kern van het probleem: de natuur heeft Nederland met weinig bossen bedeeld. Nog geen tien procent van de 19e-eeuwse behoefte aan hout kon uit eigen land worden gehaald en dus werd het hout uit andere landen gehaald. Via de Rijn werd het beste eikenhout – geroemd vanwege zijn hardheid, duurzaamheid en werkbaarheid – uit Duitsland gehaald. Het hout uit de Moezel en Saarland was perfect voor burgerlijke bouwkunst en het hout uit het Rijnland voor waterbouwkunde, sluizen en bruggen.

Ook nu wordt het beste hout uit Duitsland gehaald. Zo heeft HAUT haar wortels in Duitsland en Oostenrijk achtergelaten. Bevindt hout zich in een Renaissance? Het komt in ieder geval als constructiemateriaal (opnieuw) uit de coulissen en laat het saaie rolletje dat het had in de bekisting achter zich. We kunnen dit denk ik alleen maar toejuichen, want de bouwsector van nu is vervuilender dan de luchtvaart.

Het grootste voordeel van hout is wel het gegeven dat we ons als mensen aangetrokken voelen tot natuurlijke materialen. Het doet ons goed voelen. Het is niet voor niks dat alle fastfoodketens, snelle pasta tenten en Starbucksen naar ons lonken met houten interieurs en soms zelfs gevelbekleding. Dat hout ons in vuur en vlam zet, is misschien ook de onverklaarbare reden waarom steigerhouten meubels worden gekocht. En dan heb ik over het palletmeubel nog gezwegen.

Groet, Ariadne

Hé Ariadne,

Hout waait als een frisse wind door de betonnen zeilen van de stad. Zo verschijnt op vele plekken modulaire houtbouw: duurzame high-tech lego als veelbelovend antwoord op onze woningcrisis. De bouwsector moet maar snel de overstap maken naar dit ‘nieuwe’ materiaal. Daar zijn we het over eens, toch?

Nou: ik ontdekte dat het zo simpel niet ligt. Onderzoeksorganisatie TNO publiceerde in januari een jubelend rapport over de toepassing van hout in de bouwsector. De conclusie leek helder: het materiaal werd gepresenteerd als duurzaam alternatief voor beton, waarmee we de komende honderd jaar de helft minder CO2 kunnen uitstoten in de bouw. Want: hout heeft de fijne eigenschap dat het enorm veel koolstof opslaat, in zowel productie als gebruik. Hoezee!

Hierop kwam het vooruitstrevende deel van de bouwsector in actie. Want waarom is deze ‘absorberende’ eigenschap van hout niet meegenomen in de MPG, de rekenmethode van de overheid om de duurzaamheid van een gebouw te bepalen? Goede vraag, vond ook de minister. Zij heeft inmiddels toegezegd om deze weeffout te herstellen. Eind goed, al goed?

Nou, nee. TNO trok namelijk enkele dagen geleden het jubelrapport over hout terug, omdat het ‘niet voldoet aan de kwaliteitsstandaard die TNO hanteert’. Mede door kritiek vanuit de Metaalunie – die belang heeft bij de productie van betonnen woningen. Onschuldig rekenfoutje van TNO? Of zien we hier de lobby van de fossiele industrie aan het werk, zoals critici beweren?

Het leidt in ieder geval tot verwarring. Onder welk krachtenveld komt zo’n rekenmethode tot stand? Wie bepaalt waar het containerbegrip ‘duurzaamheid’ begint, en waar het ophoudt? En is integrale duurzaamheid eigenlijk wel meetbaar met een rekentool, in een complex speelveld waar we te maken hebben met modulaire nieuwbouw, herontwikkeling en grootschalige gebiedsontwikkeling?

We gaan dit niet in één column oplossen. Maar de politiek belooft ons 1 miljoen nieuwe woningen die op korte termijn moeten worden gebouwd. Dan lijkt het mij handig om te weten van welk materiaal we die gaan maken.

Ik zie de toekomst in elk geval houtkleurig tegemoet. Kom maar op met die revolutie!

Groetjes,

Michelle

Dit gesprek over hout komt ook terug in de 13e aflevering van de podcast Landmassa. Luister hier de aflevering