blog

Blog – Het spook van het modernisme

Stedenbouw

Door Harm Tilman – Het spook van het modernisme waart nog altijd rond in Nederland. Bij de gratie van bestaande, goed werkende systemen is dat geen probleem. Maar nu deze systemen zijn ontmanteld, is het enige wat rest improviseren. Maar einde daarvan lijkt in zicht.

Dit is niet de plek om persoonlijk leed door te nemen. Maar afgelopen week slaat alles. Ik moet naar Maastricht en ken alle mogelijke hobbels inmiddels uit mijn hoofd: er zijn werkzaamheden bij Boxtel en is het risico van uitvallende treinen tussen Eindhoven en Roermond.

De avond tevoren leert dat ik in Rotterdam de 7:44 naar Eindhoven kan pakken. De de volgende ochtend voor mijn vertrek geraadpleegde NS reisplanner meldt een minuut vertraging, niet iets om je druk over te maken. Eenmaal aangekomen op Rotterdam Centraal, blijkt de trein uit de dienstregeling te zijn geschrapt. Enig rondbellen leert dat al sinds 6:14 geen trein meer die kant is opgegaan.

Na enige tijd adviseert de omroepinstallatie (de reisplanner zwijgt) om met de Intercity Direct naar Breda te reizen en daar de stoptrein naar Boxtel te nemen. Nog geen vijf minuten later wordt melding gemaakt van een defecte trein op het traject en daarmee een langere reistijd.

In Maastricht bezocht ik onder andere het poppodium Muziekgieterij van Maurer United Architects

Een dag eerder ben ik met de trein ’s ochtends vroeg op weg naar Duivendrecht voor filmopnamen. Bij Leiden worden we opeens uit de trein gedirigeerd. Ditmaal is de reden wel bekend: een defecte trein bij Schiphol. Later blijkt het te gaan om een stukgetrokken bovenleiding over een lengte van vier kilometer bij Hoofddorp.

Een taxi die niet verder wil rijden dan naar Schiphol, een Intercity die in Amsterdam Zuid stopt en wederom een taxi brengen me net op tijd in de filmstudio. Ik ben immers zo verstandig geweest een trein eerder te nemen. De terugreis aan het einde van de dag is een drama. De treinen rijden nog altijd niet. Maar ook de wegen rond Amsterdam staan muurvast.

Weer een dag eerder, vroeg in de avond, ditmaal de stoptrein in de richting van Leiden vanuit Alphen aan de Rijn waar onze uitgeverij is gevestigd. Je snapt het, dit wordt een saai verhaal, alleen de plek is anders, ditmaal staat de defecte trein bij Leiden Lammenschans. Mijn collega Marieke bedenkt dat we het beste om kunnen rijden over Gouda en Rotterdam. Uiteindelijk arriveren we veertig minuten later dan gepland in Delft, wat we enorm vinden meevallen.

Reizen op het spoor

Het gaat mij er hier niet om het reizen op het spoor af te vallen. Dat vind ik nog steeds het mooiste wat er is. In zijn zeer leesbare boek ‘Het klimaat zijn wij’, een frontale aanval op de bio-industrie, spoort Jonathan Safran Foer zijn lezers aan zelf te beginnen met het redden van de aarde. De auto laten staan en vaker het openbaar vervoer nemen ziet hij als een van de concrete manieren om dit te doen. Door met de trein te reizen ben je deel van de oplossing.

Achterstallig onderhoud

Maar het aantal gevallen van haperende wissels, defecte treinen en vierkante wissels is dusdanig groot dat een patroon zich begint af te tekenen. Dat kan louter toevallig zijn natuurlijk, in ieder geval statistisch, maar wat zich opdringt is een beeld van achterstallig onderhoud en gebrek aan investeringen in bestaande diensten.

Grootse plannen

Afgelopen decennia stonden bij de Nederlandse Spoorwegen in het teken van grootse plannen. De sporen zouden worden uitgebreid van 2 tot 4 sporen. Op sommige plaatsen is dat ook gebeurd. In Delft liggen bijvoorbeeld twee ondergrondse tunnels, waarvan er nu een in gebruik is. De andere buis niet, omdat de aanvoerlijnen er nog altijd niet liggen.

Het station in Delft bestaat uit een ondergronds spoorstation dat is vormgegeven door Benthem Crouwel Architecten en een stationshal en stadskantoor die door Mecanoo Architecten zijn ontworpen Beeldo Jannes Linders

Echoput

In dezelfde periode werden meer heroïsche plannen gelanceerd, zoals de Betuwelijn, de goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Duitsland, en de HSL van Amsterdam naar Parijs. Een man van Rijkswaterstaat vertelde me eens, toen hij me het Amsterdam-Rijnkanaal overzette, dat dergelijke projecten echoputten zijn. Al het geld verdwijnt erin, het gaat maar door en het gaat ten koste van reguliere diensten.

Duurder dan begroot

Dat lijkt me de essentie van het probleem. Aan de ene kant worden geldverslindende grote projecten gelanceerd waarbij nauwelijks aandacht is voor uitvoering. Zoals te verwachten is, vallen ze per definitie duurder uit dan begroot. Aan de andere kant een enorme desinteresse in bestaande diensten, gebouwen of producten.

Adriaan Jurriëns: “Veel schoolgebouwen zijn verouderd. Maar vooral beginnen met zonnepanelen.”

Spook van het modernisme

Het spook van het modernisme waart nog altijd rond in Nederland. Bij de gratie van bestaande, goed werkende systemen is dat geen probleem. Een mooi voorbeeld daarvan is het Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam (AUP) dat in 1934 tot stand kwam en dat vooruit keek naar het jaar 2000. Dit plan vormde de basis van de uitbreidingen in westelijke en zuidelijke richting, die na de Tweede Wereldoorlog grotendeels zijn uitgevoerd. Dat plan kon alleen worden gemaakt dankzij een bouwnijverheid met een grote continuïteit.

Algemeen Uitbreidingsplan Amsterdam (AUP) uit 1934

Einde in zicht

Maar nu deze systemen in de afgelopen decennia zijn ontmanteld, gesloopt en afgestoten, is het enige wat nog rest improviseren. Dat zien we overal optreden: van de woningmarkt tot de uitvoering van het stikstof beleid en de renovatie van het Binnenhof. Maar ze laten ook zien dat improvisatie alleen goed werkt bij de gratie van vaste structuren. En afgaande op wat me afgelopen week op het spoor overkwam, is het einde daarvan in zicht.

Reageer op dit artikel