nieuws

Visafslag op Scheveningen is rijksmonument

Architectuur

Visafslag op Scheveningen is rijksmonument

De Visafslag op Scheveningen is vanaf nu rijksmonument. Gisteren werd het gebouw uit de jaren zestig van de vorige eeuw door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed op de rijksmonumentenlijst gezet.

De enorm lange Visafslag geldt als een belangrijk toonbeeld van de historische ontwikkelingen uit de wederopbouwperiode. De bouw kostte destijds 9 miljoen gulden (nu ruim 4 miljoen euro) en is een ontwerp van Sjoerd Schamhart (1919 – 2007). Hij wist het beschikbare terrein met 25 meter te vergroten door op palen in het water te bouwen, zodat naast een lengte van 400 meter een breedte van 105 meter ontstond.

Aan de landzijde is een doorlopend laadperron op één meter boven straatniveau. De kolomvrije ruimte van 350 meter lang en 26 meter breed met 23 sheddaken met licht op het noordoosten werd gebruikt om de haring uit te stallen en bij daglicht te keuren. In de kop van het gebouw zijn de kantine, kantoorruimten en de mijnzaal (veilingzaal). In de mijnzaal staan banken voor 200 handelaren in rijen van vier trapsgewijs opgesteld. Voorin zit op een verhoging de mijnmeester die de grote razendsnel ronddraaiende mijnklok bedient.

De 10 meter hoge kantine heeft uitzicht over de haveningang. Een reliëf van 500 m2 van kunstenaar Aat Verhoog siert de betonwanden in de entreehal. Vanwege de overgang van haring naar verse vis, het automatiseren van het mijnen en het verschuiven van de aanvoer van schepen naar vrachtwagens is de hal gedeeltelijk verbouwd en gedeeltelijk door andere gebruikers in bedrijf genomen. In 2018 begint een grote renovatie met ingrijpende wijzigingen voor de architectuur en voor de gebruiksfuncties. (Bron: Stichting Haags Industrieel Erfgoed).

In de jaren zeventig richtte Sjoerd Schamhart samen met o.a. Hans van Beek Atelier PRO architekten op.

Het rijksmonument, waar nog steeds jaarlijks 9000 ton vis wordt verhandeld,  staat zo symbool voor de naoorlogse schaalvergroting van de zeevisserij.

Lees ook:

Reageer op dit artikel