artikel

Beste boeken 2018: Monografieën van architecten (deel 2)

Architectuur

Door Harm Tilman – Monografieën over het werk van architecten, van Vincent van Duysen en Neutelings Riedijk Architects tot John Lautner en Lotte Stam-Beese: in 2018 verschenen veel interessante publicaties op het gebied van architectuur. De Architect selecteerde de meest opmerkelijke boeken van het afgelopen jaar.

Vincent van Duysen Works 2009 – 2018, Lannoo

Deze nieuwe monografie van een van Vlaanderens beste architecten omvat dertig werken die hij in het afgelopen decennium heeft gemaakt. Daartoe behoren de woningen die Van Duysen heeft gerealiseerd in Europa en Amerika, alsmede commercieel en publieke projecten. Ook bevat het boek enkele product- en meubelontwerpen waaruit opnieuw Van Duysens aandacht voor het detail spreekt. Nicola di Battista en Marc Dubois belichten in boeiende essays Van Duysens bijdrage aan de hedendaagse architectuur.

Neutelings Riedijk Architects, Ornament and Identity, Hatje Cantz

Met ‘Ornament and Identity’ wil Neutelings Riedijk Architects aantonen dat hedendaagse ornamentiek resulteert in gebouwen met een krachtige expressie. Deze gebouwen kunnen de gewenste nieuwe lokale identiteit bieden in een verder geglobaliseerde wereld. In twaalf themahoofdstukken verkennen de architecten het verband tussen vorm, betekenis en hedendaagse ornamenten. Deze monografie is geïllustreerd met gerealiseerde gebouwen, schaalmodellen, materiaalsamples en unieke ornamenten. ‘Ornament and Identity’ is de opvolger van het eerdere boek ‘At Work’, waarin de ontwerpmethode van Neutelings Riedijk centraal staat.

Jan-Richard Kikkert en Tycho Saariste, Lautner A-Z. An Exploration of the Complete Built Work, ArtEZ Press

John Lautner (1911-1994) is een van de belangrijkste Amerikaanse architecten van de twintigste eeuw. Voor Lautner is het doel van architectuur ‘het verbeteren van het menselijk leven’. Zijn drie bekendste werken zijn de Chemosphere in Los Angeles, het Arthur Elrod House in Palm Springs en de Sheats-Goldstein House in Beverly Hills. Deze monografie is de neerslag van de fanatieke en gedegen zoektocht naar Lautner’s gebouwde werk door de Nederlandse architecten Jan-Richard Kikkert en Tycho Saariste. Ze bezochten alle nog bestaande gebouwen en spraken met opdrachtgevers, bewoners en werknemers van Lautner.

Christoph Grafe en Walter Herfst, Orphanage Amsterdam: Building and Playgrounds by Aldo van Eyck, Architectura & Natura Press

In 1954 had de Nederlandse architect Aldo van Eyck (1918-1999) 300 speelplaatsen in Amsterdam ontworpen. Op dat moment begon hij aan het ontwerp van het Burgerweeshuis in Amsterdam (1955-1960), dat al snel uitgroeide tot een van de belangrijkste gebouwen in de moderne architectuur. Reeds voordat het af was, bezochten architecten als Richard Buckminster Fuller en Louis Kahn dit meesterwerk en schreven erover op een lyrische manier.

Hubert Thomas, Het bezield modernisme van A.H. Wegerif. Architectuur als beschavingsideaal, nai010 Uitgevers

Henk Wegerif (19888-1963) is de ontwerper van vele tientallen woonhuizen, maar ook monumenten en openbare gebouwen. Zijn ontwerp voor de duinvilla van Heineken in Noordwijk, maar ook dat voor de Haagse Willemsparkflat krijgen veel aandacht. Daarnaast publiceerde hij over economisch bouwen en doelmatige woninginrichting, en schreef hij een reeks ‘Bouwmeesters der Middeleeuwen’. Tot slot ontwierp hij decors voor speelfilms, waaronder ‘Willem van Oranje’, ‘Boefje’ en ‘Sterren stralen overal’. Het boek is gebaseerd op het proefschrift dat Hubert Thomas over deze Wassenaarse architect schreef.

Hanneke Oosterhof, Want de grond behoort ons allen toe’. Leven en werk van stedenbouwkundig architecte Lotte Stam-Beese, Vantilt

Lotte Beese (1903-1988) studeerde aan het Bauhaus in Dessau en werkte als architecte achtereenvolgens in Berlijn, Brunn (het huidige Brno) en op verschillende plaatsen in de Sovjet-Unie. Eind 1934 vestigde zij zich met haar man, de Nederlandse architect en ontwerper Mart Stam, in Nederland. Vanaf 1946 werkte ze als stedebouwkundige in Rotterdam, waar ze naam maakte met de ontwerpen voor de Rotterdamse woonwijken Kleinpolder, Pendrecht, Het Lage Land en Ommoord. Ook had zij een grote stem in het toenmalige stedebouwkundige debat. ‘Wonende zijn wij allen stedebouwers’, was haar lijfspreuk. In haar opvatting maken bewoners van hun huis een ‘woonstede’ en zijn zij zelf verantwoordelijk voor hun fysieke woon- en leefomgeving: ‘de grond behoort ons allen toe’.

Jessica van Geel, I love you, Rietveld. De geheime liefde tussen Gerrit Rietveld en Truus Schröder, Lebowski

Gerrit Rietveld ontwierp in 1924 zijn eerste huis volgens vernieuwende, modernistische principes. De bouw van het huis resulteerde niet alleen in een architectonisch hoogtepunt, maar ook in een lange heimelijke affaire met de opdrachtgeefster: Truus Schröder-Schräder. In haar huis werd op de benedenverdieping een kamer voor Rietveld ingericht, die hij gebruikte als ontwerpzaal voor zijn architectenbureau. Jessica van Geel vertelt in deze monografie hoe de ontwikkeling van dit huis Rietveld een ‘tweede gezin’ gaf.

Lees verder

Reageer op dit artikel