Overdracht van ‘het leukste baantje van het land’

Door Merel Pit - Een krappe lift brengt me bovenin de jaren tachtig flat. Hier woont Harm Tilman, met prachtig uitzicht over Delft-Zuid. Vanwege de coronamaatregelen is het kantoor dicht. Zijn baard is langer dan anders. Omdat ik hem opvolg als hoofdredacteur van de Architect moeten we bijpraten. Liever niet via een scherm.
Harm Tilman. Beeld Dik Nicolai

Als mijn leidinggevende kwam Harm ook ooit bij mij thuis. Ik was een van de drie vakredacteuren in zijn redactie. Net bevallen van mijn eerste kind zat hij tegenover mij aan onze keukentafel om te vertellen over een aanstaande reorganisatie, die ook hij liever niet had gehad. Onvermijdelijke bezuinigingen, mogelijke scenario’s en nieuwe plannen rolden mijn kant op. Melle was in mijn armen in slaap gevallen en verroerde zich niet totdat Harm vertrok. Hij had zich verbaasd over zo’n zoet kind.

Volgens het meester-gezel principe leidde Harm me op. Afgestudeerd als architect moest ik leren schrijven. Elk artikel dat ik maakte, keek hij minutieus na. Vraagtekens, pijlen en krabbels werden een op een in zijn kantoortje toegelicht. Bij een dt-fout krulden zijn mondhoeken omhoog. “Betrapt.” Of ik voor morgen een nieuwe versie toestuurde. En de deur dicht deed.

Binnen Harms redactie was ik niet de meest volgzame, bijdehand zou je zelfs kunnen zeggen. Zonder enige werkervaring van belang had ik ideeën over hoe het anders kon, die ik kracht bijzette met een informeel lezersonderzoek onder mijn jonge architectennetwerk. Later ontving ik eens een boze lezersbrief: ik had niet het verhaal van de architect opgeschreven, maar mijn eigen visie op het gebouw. Harm stond erop te reageren, hij loste dit wel op.

Na vijf jaar vertrok ik om de wereld buiten de redactie te verkennen. Uitgevers, marketeers, verkopers, grafisch vormgevers en redactieleden van de Architect; ze komen en gaan. Maar Harm zit al meer dan 18 jaar op zijn post. Hij ontbijt met architectuur en gaat ermee naar bed. Onvermurwbaar reist hij op zijn fiets en met de trein het hele land door, en daarbuiten. “Je kunt pas over een interieur, gebouw of gebied schrijven als je het met eigen ogen hebt gezien.” Vakantie of niet, op zondag schrijft hij een blog.

Nieuwsgierig kijk ik rond in zijn appartement. Ik zie stapels boeken, van internationale vakliteratuur tot pas verschenen romans. ‘Building and Dwelling: Ethics for the City’, ‘Handbook of Tyranny’, ‘Een klein land met verre uithoeken’ en ‘Alle mensen die ik ken’. Vast en zeker allemaal gelezen. Harms referenties zijn onuitputtelijk.

“Het leukste baantje van het land” draagt hij nu over aan mij. We nemen plaats aan een ronde, glazen tafel. Hij een kop koffie, ik een glas water. Allebei een notitieboekje en een pen. Of hij nog voor de Architect mag blijven schrijven. Om te beginnen een vast aantal artikelen dit jaar. Graag zwart op wit, “want dan weten alle partijen waar ze aan toe zijn”.

Dus beste lezers, komend jaar hoeven jullie Harm nog niet te missen.