Blog - Verwezing van de architectuur Deel 1 - HNI

Door Harm Tilman - Bij de verdeling van cultuurgelden resteert voor de architectuur een schamele 7%. Dat deze verwezing zo niet langer door kan gaan, is vriend en vijand duidelijk. De architectuur wereld lijkt eindelijk in beweging te komen.

Het rommelt in de wereld van de architectuur. Het al jaren sluimerende gevoel dat de architectuur er bekaaid van af komt, staat op punt van uitbarsten. Aanleiding voor alle onrust is een onthullende serie artikelen die Kees van der Hoeven deze zomer op de website Architectenweb publiceerde.

Opgeblazen bezoekcijfers

Van der Hoeven toont in een knap staaltje onderzoeksjournalistiek aan dat de bezoekcijfers die Het Nieuwe Instituut (HNI) in 2018 publiceerde, flink zijn opgeblazen. Om tot het indrukwekkende getal van 656.833 bezoekers te komen, waren ook de bezoekers van architectuur biënnales in Italie en China meegeteld. Uiteindelijk resteert slechts een schamele 45.609 betalende bezoekers, berekende Van der Hoeven.

Irrelevant voor architectuur

In NRC van afgelopen week concludeerde Bernard Hulsman dat het HNI voor de architectuur totaal irrelevant is geworden. De vaste tentoonstelling over Nederlandse architectuur is enkele jaren geleden afgebroken en niet meer te zien, de eeuwfeesten van de Stijl (2017) en de Amsterdamse School (2016) gingen aan het HNI voorbij en het Instituut slaagde er niet in belangrijke tentoonstellingen naar Nederland te halen, zoals Countryside (2020) en Maatwerk (2016).

Artikel Bernard Hulsman in NRC, 2 september 2020

Onderbedeeld ten opzichte van andere sectoren

In het HNI is de architectuur sterk onderbedeeld. Het is symptomatisch voor een land waarin de eens ook internationaal gevierde infrastructuur van de architectuur stelselmatig wordt afgebroken. Wie bijvoorbeeld de adviezen van de Raad voor Cultuur en die voor de vierjarige subsidies voor instellingen op een rij zet, ziet dat de architectuur totaal onderbedeeld is ten opzichte van andere sectoren.

Ontwrichte uitslag

Floor van Spaendonck van Bureau Europa uit Maastricht spreekt zelfs van een “ontwrichte uitslag” van de verdeling van cultuurgelden. Terwijl tweederde van de beschikbare middelen naar de digitale cultuur gaat, blijft voor de architectuur een schamele 7,7% over.

Mogelijke relevantie

De discussie spitst zich nu vooral toe op het HNI en de figuur van de huidige directeur. De laatste is een makkelijk doelwit, maar ik weet niet of zijn opstappen alleen en de vervanging door een andere directeur de oplossing gaat brengen. Juist nu haar rol zo is verwaterd, lijkt eerst nood te zijn aan een debat wat met het Nieuwe Instituut kan worden bereikt. De mogelijke relevantie van het Instituut in deze tijden van klimaat en ongelijkheid verdient op zijn minst een nieuwe definitie.

In februari van dit jaar opende de tentoonstelling ‘Countryside’ van Rem Koolhaas in het Guggenheim van New York. Het HNI slaagde er niet in deze naar Rotterdam te halen. Deze zal straks elders in ons land zijn te zien.

Contact verloren

Ook is het sterk de vraag of het samenbrengen van architectuur , design en digitale cultuur heeft gebracht wat er in 2012 van werd verwacht. Het valt het HNI aan te rekenen dat ze het contact met de wereld van de architectuur heeft verloren en er op geen enkele wijze in is geslaagd aan de constructie van het architectonische discours bij te dragen.

Publieke aangelegenheid

Als ergens de plek is om architectuur tot een publieke aangelegenheid te maken, dan zou het toch het HNI moeten zijn. Dat iemand zijn interieur inricht met Ikea spullen, is een ding. Maar dat een land zonder enige zin voor architectuur wordt ingericht, is een grote schande. Want daar zitten de volgende generaties decennia lang mee opgescheept.

Lees ook