blog

Blog – Detail 31: Trap

Architectuur

Blog – Detail 31: Trap
Screenshot uit de video Dutch Architect Aldo van Eyck – Lina Bo Bardi – Solar do Unhão Museum

Door Marjolein van Eig – “Het is eigenlijk geen trap, het is een wonder. Ze tilt de mensen gewoon omhoog, met een generositeit neemt ze mensen mee naar boven. Ze stimuleert een élégance.” Aldo Van Eyck is lyrisch over de trap van de Italiaans-Braziliaanse architect Lina Bo Bardi in het Solar do Unhão Museum in Brazilië. Hij kan er niet over uit, hoe mooi de trap is.

De treden lopen zo lekker ter plaatse van de aanhechting met de kolom, als ware het een normale trap. Die middenkolom geeft houvast; er is dan ook helemaal geen leuning nodig. De traptreden liggen hier op een kleine houten console en samen met het ritme van de treden en de draaiing rond de ‘poot’ zorgt dit voor een prachtige sculptuur. Je kunt er echter ook voor kiezen om aan de rand te lopen. Van Eyck ervaart dit als het ‘bestijgen van een bordes’. De treden zijn zo breed en verschillend dat het bestijgen een grotere ervaring wordt dan enkel het omhoog lopen.

De houten delen zijn zo enorm, dat kan alleen in een land als Brazilië, constateert van Eyck. Hij is spontaan van zijn hoogtevrees af. “Een goede architect doet dat met je”, mijmert hij. Het maakbaarheidsideaal van de jaren zestig en zeventig schittert er nog doorheen. Het sympathieke filmpje is te vinden op internet en was onderdeel van de tentoonstelling over Lina Bo Bardi in Stroom Den Haag een aantal jaar geleden. Het is fijn om naar opa Van Eyck en zijn prettige dictie te luisteren. Ik herinner me één van zijn laatste lezingen aan de TU Delft: “Luister niet naar OMA, hier spreekt opa!” Architecten met zelfspot, een zeldzaamheid.

Hoogteverschil

Alberti zag de trap als niet meer dan een naar boven lopende gang en zei hierover: “Hoe minder trappen in een gebouw en hoe minder ruimte ze innemen, des te beter.” Later kwam er veel meer aandacht voor de trap, als verbindend, ruimtelijk en architectonisch element. Palladio schrijft in 1570 in I quattro libri dell’architettura over trappen. Hierin zegt hij onder meer dat het trappenhuis lovenswaardig zal zijn als het helder, ruim en geriefelijk is. Het moet als het ware uitnodigen om naar boven te gaan. Ook beschreef hij regels over de op- (10 tot 15 centimeter) en aantrede (30 tot 45 centimeter), het maximaal aantal treden voor een bordes (11 of 13) en dat het totaal aantal treden oneven moet zijn om met dezelfde voet boven uit te komen. Dat laatste heb ik me nooit gerealiseerd. De vraag is ook of het er werkelijk toe doet. Ik denk het niet.

I quattro libri dell'architettura door Andrea Palladio

I quattro libri dell’architettura door Andrea Palladio

Tot en met de zeventiende eeuw was het in Nederland gebruikelijk om in huizen het hoogteverschil op te lossen met een ladder, ook wel trapleer genoemd. Een ladder nam natuurlijk het minste ruimte in. Daarna werden vooral de rechte steektrap en de spiltrap populair. De trappen waren van hout, waarbij de onderste trede vaak in steen werd uitgevoerd in verband met het schoonmaken van de vloer met water. Het gevolg van dit detail is dat de onderste trede een bijzonder accent vormde, niet alleen in materiaal maar vaak ook in vorm. Door de onderste trede wat breder te laten uitlopen, waaiert de trap uit en vormt zo een uitnodigend gebaar om naar boven te gaan. De begeleidende balustrade en leuning krijgen ook een bijzondere vorm en allerlei elegante manieren van uitwaaieren zijn hierbij denkbaar.

Wonder

De voor de hand liggende trap in een hedendaags appartementengebouw is vaak de wokkeltrap. De vluchtwegen zijn dan vanuit de centrale ruimte met voordeuren rondom bereikbaar. Zo zijn de twee vereiste Bouwbesluit-vluchtroutes gegarandeerd. Eén van de oudste en mooiste wokkeltrappen is die van Leonardo da Vinci in het kasteel van Chambord, in het midden van Frankrijk. Hier kon men tegelijkertijd van de trappenhuizen gebruikmaken zonder elkaar tegen te komen.

Wokkeltrap in het kasteel van Chambord door Leonardo da Vinci

Wokkeltrap in het kasteel van Chambord door Leonardo da Vinci

In de categorie ‘vergeten trappen uit de oude doos’ is de scheluwe trap een leuke. Deze start met schuingeplaatste treden, die tijdens het omhooglopen recht worden en vervolgens weer schuin eindigen. Het is eigenlijk een trap met een boven- en een onderkwart, die doet alsof ‘ie recht is. Eens kijken of we die in een volgend project kwijt kunnen. Het uitvogelen van de bijbehorende trapbomen is nog wel een kunst. Wat dat betreft is deze scheluwe trap wellicht een nog groter wonder dan de trap van koningin Bo Bardi. Want op de keper beschouwd, is dat eigenlijk een gewone spiltrap. Een spiltrap met uitzonderlijk grote indrukwekkende dikke houten treden, dat wel.

Lees verder

 

 

Reageer op dit artikel