blog

Blog – Maken mensen de stad? In Almere een tijdje wel

Architectuur

Door Harm Tilman – In 2006 stond Almere voor de opgave door te groeien van een stad met 250.000 inwoners naar 350.000 inwoners. Onder de energieke leiding van wethouder Adri Duivesteijn werd een begin gemaakt met de schaalsprong naar Almere 2.0. Belangrijk onderdeel hiervan was een aanpak waarin institutioneel bouwen plaats maakte voor particulier opdrachtgeverschap. Kunnen mensen de stad maken?

De eerste keer dat ik in Almere kwam, moet in de zomer van 1977 zijn geweest. Met een aantal studiegenoten bezocht ik toen woningbouw De Werven die architect Joop van Stigt (1934-2011) tussen 1974 en 1977 in Almere-Haven realiseerde. Afgelopen vrijdag was ik er weer en in Almere is het nodige veranderd. Tegenover de geschakelde woningbouw van destijds, staan de vrijstaande woningen van nu.

Mensen maken de stad

Aanleiding voor het bezoek was een uitnodiging van Adri Duijvestein om in select gezelschap een aantal recente stadswijken te komen bekijken die daar de afgelopen jaren zijn gebouwd onder het motto ‘Mensen maken de stad’. Ontwikkelingen als de Floriade en de wijk Duin van Amvest stonden nadrukkelijk niet op het programma.

Groepsfoto van de deelnemers aan het werkbezoek, afgelopen vrijdag in Almere

Titanen

Duivesteijn behoort tot de titanen van de Nederlandse politiek. Hij maakte als PvdA-wethouder in de jaren tachtig naam met zijn aanpak voor de stadsvernieuwing in Den Haag. Om de culturele kant daarvan te versterken organiseerde hij manifestaties als ‘Stadsvernieuwing als culturele activiteit’ en niet veel later ‘Werkgroep 5×5’. Zijn naam zal voor altijd zijn verbonden met de bouw van het Haagse Stadhuis (ontwerp Richard Meier). Aanvankelijk fel betwist, wordt dit gebouw nu geroemd om zijn grote publieke betekenis voor de stad.

Stadsontwikkeling Almere

De besluitvorming over dit Stadhuis leidde tot zijn vertrek uit de Haagse gemeentepolitiek. Achtereenvolgens was hij de eerste directeur van het toenmalige Nederlandse Architectuurinstituut, lid voor zijn partij van de Tweede Kamer en wethouder ruimtelijke ordening in Almere. In die hoedanigheid was hij tussen 2006 en 2013 verantwoordelijk voor de stadsontwikkeling in Almere. Daarna was hij nog een tijdje lid van de Eerste Kamer.

Van woonconsument naar woonproducent

Volgens Duivesteijn hoeft de burger in het maken van een stad niet louter woonconsument te zijn. Als lid van de Tweede Kamer zette hij zich in voor een ruimtelijke ordening waarin de burger als woonproducent inhoud geeft aan zijn eigen wonen. Een kamermotie uit 1998 legde vast dat een derde van de nationale bouwproductie in particulier opdrachtgeverschap zou verlopen. Daarvan is het in de Vinexwijken niet gekomen.

Burgers als spil van de ruimtelijke ordening

Het wethouderschap van Almere (vanaf 2006 tot 2013) bood hem de kans dit idee zelf in de praktijk te brengen. Hij slaagde erin om een aanpak van de grond te krijgen waarin de burgers de spil zijn van de ruimtelijke ordening en “mensen zelf de stad maken”. Belangrijke voorwaarde daarbij was dat de grond grotendeels in bezit was van de overheid.

Homeruskwartier

Het levendige bewijs hiervan is het Homeruskwartier, door gebiedsontwikkelaar Jacqueline Tellinga “de grootste, door mensen zelf gebouwde wijk” genoemd. Van de 1400 zelfbouwkavels in deze wijk is dertig procent voor de sociale doelgroep gebouwd volgens het programma ‘ikbouwbetaalbaarinalmere’, afgekort tot IBBA. Ook zijn in deze wijk de nodige woningen in mede-opdrachtgeverschap ontwikkeld.

Luchtfoto van Homeruskwartier te Almere in 2017

Oosterwold

In Oosterwold, een aan de oostkant van Almere gelegen stadswijk, wordt de gebiedsinrichting geheel aan het eigen initiatief overgelaten. Toekomstige bewoners kiezen zelf een plek uit waar ze een woning willen ontwikkelen en geven tevens vorm aan de wegen, het groen en de openbare ruimte.

Luchtfoto van de stadswijk Oosterwold in 2018

Differentiatie en menging

Kenmerkend in al deze ontwikkelingen zijn de differentiatie aan woonmilieus en de menging aan functies die in de wijken is gerealiseerd. Tijdens het werkbezoek van afgelopen vrijdag bezochten we verschillende woningen en spraken we met de bewoners. Opvallend was dat velen de betaalbaarheid opgaven als reden om zelf een huis te bouwen en in Almere te gaan wonen. De ontwikkelingen zijn dus niet los te zien van de dynamiek die in een veel groter ruimtelijk gebied bestaat.

Tussen rijtjeshuis en vrijstaande woning

Kenmerkend voor de woningbouw van Almere zijn de rijtjes, uitgerust met steeds weer andere gevels. Inmiddels is hier ‘van onderop’ een heel repertoire aan vrijstaande woningtypen toegevoegd. Naast voor de hand liggende types als de bungalow en de villa, kom je ook de woning met (moes)tuin en het herenhuis tegen.

Bouwen as usual

In de crisis was het zelf bouwen een aanlokkelijk model. Bij deze groep zat immers het geld dat langs deze weg kon worden aangewend voor de woningbouw. Nu de crisis voorbij is lijkt het weer bouwen ‘as usual’ te zijn geworden. Dat heeft ook zijn weerslag op Almere. Sinds 2015 zijn bijvoorbeeld de resterende kavels in het Homeruskwartier niet meer bedoeld voor zelf bouwen. Het centrum van het Homeruskwartier met zijn mix van functies en dichtheden kwam nooit van de grond.  Zelfs nabij het nieuwe station Almere Poort worden weer rijtjes huizen gebouwd.

Station Almere Poort (rechtsonder) in aanleg, zomer 2012

Woningbouwdebat

Toch ben ik van mening dat het model ‘Mensen maken de stad’ een bredere betekenis heeft en dat deze episode in de Almeerse stadspolitiek een grote rol kan spelen in het huidige woningbouwdebat.

Verantwoordelijkheid en macht

De grootse verdienste van Duivesteijn’s Almere lijkt me dat hij erin is geslaagd het traditionele ontwikkelingsmodel om te keren en aan te tonen dat mensen zelf wel degelijk verantwoordelijkheid voor hun woonomgeving kunnen nemen. Henk Meijer merkte op dat wil een dergelijk model slagen, je naast de drie P’s van People, Planet en Profit nog een vierde P nodig hebt, die van Power. Jacqueline Tellinga die als gebiedsontwikkelaar vier wethouders meemaakte, gaf aan dat als iemand het verschil kan maken het wethouders zijn.

Proces

De aanpak die Duivesteijn introduceerde om de woonwensen van mensen tot spil van de ruimtelijke ordening te maken, is vooral een proces. Ook de ‘Almere Principles’ die de Amerikaanse architect William McDonough opstelde, zijn hier in zekere zin uitdrukking van. Wat me afgelopen vrijdag opviel is dat velen, ook in de groep die zich rond Duivesteijn had verzameld, zelf-bouwen niet als architectuur zien. Dat lijkt me onterecht en staat verdere discussie en ontwikkeling in de weg.

Zelforganisatie faciliteren

Twee zaken lijken me daarom van groot belang. Het is uitermate wenselijk dat de ervaring van Almere tussen 2006 en 2015 wordt gedocumenteerd, inclusief een typologische analyse van alle woongebouwen die in deze periode tot stand zijn gebracht. Tegelijkertijd lijkt een debat op zijn plaatst over de vraag of en in hoeverre architectuur opnieuw een robuuste zelforganisatie kan faciliteren in de verstedelijkingsopgave die nu voor de deur staat.

Lees ook

Reageer op dit artikel