Door Harm Tilman - In de Jaren 90 onderscheidt de Nederlandse architectuur zich door conceptuele bravoure en een zoektocht naar de grenzen van de architectuur. Zo verwerft ze zich een positie in de grote maatschappelijke vraagstukken die zich in de loop van het decennium aandienen: de vernieuwing van de steden, de grote woningbouw opgave aan de randen van de steden en de modernisering van de stedelijke en nationale infrastructuur. Dat leidde tot een buitengewone pluriformiteit aan architectonische benaderingen waarbij de zogenoemde Superdutch architectuur de meeste aandacht trok.

TIP:

Blader door de magazines van de Architect, verschenen tussen 1990-1999. Ga naar het archief >>

'Less is a bore'

In het dit jaar verschenen boek 'Less is a bore' breekt Owen Hopkins een lans voor de architectuur van het postmodernisme. De auteur plaatst het postmodernisme als het culturele antwoord dat de architectuur geeft op de post-industriële stad, de consumptie, de zogenoemde de-urbanisatie en de globalisering. Architectuur weerspiegelt de nieuwe wereld die eind jaren tachtig begint te ontstaan en geeft daar betekenis aan. Ze laat de complexiteit en contradicties ervan zien.

Nederlandse projecten

In dit boek zijn ook een aantal Nederlandse projecten te vinden. Tot de gebouwen die de selectie haalden, behoren de Piramides uit Amsterdam door Sjoerd Soeters, het Universiteitscollege in Amsterdam door Mecanoo, het inmiddels al weer gesloopte Danstheater in Den Haag door OMA, hotel Zaandam door WAM architecten, de Oudhof in Utrecht door Mart van Schijndel, het Gronings Museum door Atelier Mendini, de woningbouw op de Kop van Zuid door Hans Kollhoff, het Wall House in Groningen door John Hejduk, het Landmark gebouw in Nieuw Bergen door Monadnock en de Markthal in Rotterdam door MVRDV. Landmark Nieuw Bergen door Monadnock

Superdutch architectuur

Over deze selectie valt het nodige te zeggen, maar duidelijk is dat het merendeel van de architecten uit deze selectie (op Monadnock na) in de jaren negentig hun opwachting maakten in de architectuur. In dit decennium gaat het de Nederlandse architectuur bijzonder voor de wind. In retrospect wordt deze periode in ons land veelal geassocieerd met de opkomst van de Superdutch-generatie, een generatie die zich onderscheidde door zijn conceptuele inventiviteit.

Normalisering van de Nederlandse architectuur

In het gelijknamige boek van Bart Lootsma dat in 2000 verscheen, is het werk van architecten als Wiel Arets, UN Studio, Erick van Egeraat, Atelier van Lieshout, Mecanoo, MVRDV, Neutelings Riedijk, Nox, OMA, Oosterhuis.NL, Koen van Velsen en West8 samen gebracht. Buiten beschouwing blijven architecten als Sjoerd Soeters, Liesbeth van der Pol, Benthem Crouwel, Bert Dirrix en Meyer en Van Schooten. Het boek markeert het begin van de normalisering van de Nederlandse architectuur in het volgende decennium en gaat een grote rol spelen in de internationale marketing ervan.

Geld, zorg en aandacht

Zoals Owen Hopkins de opkomst van het postmodernisme relateerde aan systematische ontwikkelingen, wordt in het Nederlandse debat vaak verwezen naar het architectuurbeleid van de overheid. In dat kader werden het NAI en het stimuleringsfonds voor architectuur opgericht. Een andere reden is gelegen in het feit, dat architecten nadrukkelijk werden uitgedaagd de stad weer aantrekkelijk maken door het realiseren van beeldbepalende gebouwen. Om al deze redenen wordt in Nederland in deze periode geld, zorg en aandacht besteed aan de meest uiteenlopende bouwopgaven.

Constructivistische architectuur

Zeker is wel dat de jaren negentig een bijzonder vruchtbare tijd is geweest in de Nederlandse architectuur. Dat geldt zeker voor het werk dat in OMA onder leiding van Rem Koolhaas in deze periode wordt gemaakt. Aan het begin van het decennium wordt de Kunsthal in Rotterdam opgeleverd, een gebouw dat door de critici in die tijd wordt bestempeld als een constructivistische bouwwerk. Het is een opwindende oefening in scheve geometrie: hellende gangen culmineren in de aflopende vloer van de lezingenzaal. KunstHAL in Rotterdam door OMA KunstHAL in Rotterdam door OMA

Stedenbouw in Lille

Ongeveer in dezelfde periode zet OMA ook nadrukkelijk stappen op het gebied van de stedenbouw. In de Noordfranse stad Lille ontwerpt het bureau het nieuwe stadscentrum Euralille dat rond de TGV-halte zal ontstaan, juist buiten de voormalige omwalling van de stad. Het station wordt uitgerust meet een ‘espace piranesien’. Boven het station zijn vijf kantoorgebouwen gepland, waarvan er twee worden gerealiseerd. OMA zelf bouwt het Congresgebouw, Jean Nouvel realiseert het winkelcentrum.

Slipstream van OMA

In de slipstream van OMA komen een aantal jonge bureaus op die ook heden ten dage hun stempel drukken op de Nederlandse architectuur. Tot deze behoren MVRDV, KCAP, Neutelings Riedijk Architecten, NL Architects. Villa VPRO in Hilversum door MVRDV Villa VPRO in Hilversum door MVRDV Beeld Edwin Walvisch

Woningbouw en plananalyse

Een andere grote factor in de Nederlandse architectuur is Mecanoo architecten. Deze architectengroep, opgericht in 1984, belichaamt de continuïteit van het modernisme in Delft, dat via het plananalyse onderwijs uit de jaren zeventig en het manifest De Elite teruggaat op het werk van enerzijds Jacob Bakema en anderzijds Aldo van Eyck. Mecanoo onderscheidt zich door de verwerking van historische ontwerpen uit het modernisme tot verbeterde eigentijdse varianten.

Woningbouw

De woongebouwen van Mecanoo zijn door hun grote kwaliteit richtinggevend voor de woningbouw in die tijd. Voorbeelden hiervan zijn het Woonhuis in Rotterdam uit 1991 en het woongebouw aan het Herdenkinsgplein uit 1994. In dit decennium realiseert Mecanoo dat na het vertrek van de andere oprichters wordt geleid door Francine Houben, ondermeer de Faculteit voor Economie en Management in Utrecht (1995) en de Bibliotheek in Delft (1998). Centrale Bibliotheek in Delft door Mecanoo Centrale Bibliotheek in Delft door Mecanoo

Eindhovense School

Tegenhanger van Delft is de Eindhovense school waartoe Sjoerd Soeters, Jo Coenen, Wim van den Bergh en Wiel Arets worden gerekend, maar ook Bert Dirrix, René van Zuuk en John Kormelingh. Het werk van deze architecten is zeer uiteenlopend, maar onderscheid zich door een specifieke belangstelling voor theorieën en geschiedenis. Architectuur is ‘poëzie, aangedreven door verschillende betekenislagen die doelbewust omgaan met de menselijke conditie.’

Stedelijke projecten

Jo Coenen studeerde in Eindhoven en richtte, na achtereenvolgens bij Luigi Snozzi, James Stirling en Aldo van Eyck te hebben gewerkt, in 1979 zijn eigen bureau op. Tot zijn grootste werken behoren ondermeer de Vaillantlaan in Den Haag (1993), de Sfinx Ceramique wijk in Maastricht, het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam (1993) en het Kunstencluster in Tilburg (1996). Deze reeks stedelijke projecten culmineerde in het afgelopen decennium in het ontwerp voor Centrum Leidsche Rijn. Jo Coenen, Prijsvraagontwerp Nederlands Architectuurinstituut Collectie Het Nieuwe Instituut

Theoretische studies

Wiel Arets won in 1989 de Maaskantprijs voor Jonge Architecten. De architect die tot dan toe vooral naam had gemaakt met theoretische studies en enkele woonhuizen, kreeg toen de opdracht voor de Academie van Beeldende Kunsten in Maastricht (1993), het AZL hoofdkantoor in Heerlen (1995) en het politiebureau in Vaals (1995).

Pluriformiteit architectuur

In de jaren negentig maakte de Nederlandse architectuur een periode van grote bloei door. Het begrip Superdutch dekt dat in bescheiden mate. Van belang daarbij is dat de architectuur in deze periode een grote verscheidenheid aan methoden en benaderingen laat zien, die niet tot één noemer zijn te herleiden. Juist deze pluriformiteit maakte dat de architectuur uit deze periode buitengewoon duurzaam en veerkrachtig was.

Plek, context, transformatie en continuïteit

De stedelijke vernieuwing die in het decennium hiervoor is gestart en als doel heeft bewoning en bedrijvigheid in de kernstad vast te houden, resp aan te trekken, beleeft in de jaren negentig een nieuwe hoogtepunt. Architectuur speelde in deze activiteit een bijzonder grote rol . Centraal komen begrippen als plek, context, transformatie en continuïteit te staan. Dit heeft de ontwikkeling van een pluralistische architectuur niet in de weg gestaan. Ceramique terrein in Maastricht (ontwerp Jo Coenen)

Continuïteit van de stad

Op de Kop van Zuid ontwerpen uiteenlopende architecten als Ben van Berkel, Norman Foster, Erick van Egeraat en Alvaro Siza projecten. In Groningen waar de binnenstad op uiteenlopende punten wordt vernieuwd, vinden zowel Josef Paul Kleihues als Rem Koolhaas, Alessandro Mendini als Girogio Grassi emplooi. Pas met het Waagstraat project van Adolfo Natalini wordt min of meer gebroken met deze traditie en wordt de continuïteit van de stad opgezocht. Groningen onder supervisoren Stadsontwerp Verbindingskanaal Maquette van de in december 1987 gepresenteerde voorstellen voor de Verbindingskanaalzone in Groningen, gezien naar het westen. Beeld Arthur Blonk

1990

Circustheater Zandvoort door Sjoerd Soeters

Circus Zandvoort is het ultieme postmodernistische gebouw in Nederland. Het is ontworpen door onze enige echte postmodernistische architect, Sjoerd Soeters, die daarmee zijn meest fantastische gebouw tot nu toe aflevert: sterk als beeld, virtuoos qua ruimtelijkheid en technisch van hoog niveau. Circus Zandvoort is niet alleen postmodernistisch in stijl, maar ook typisch postmodern wat het programma aangaat. Lees verder>> Circustheater Zandvoort door Sjoerd Soeters Circustheater Zandvoort door Sjoerd Soeters

1991

Erasmusbrug in Rotterdam door Ben van Berkel

Op 14 november 1991 nam de Rotterdamse gemeenteraad met 31 tegen 12 stemmen het besluit een nieuwe stadsbrug te bouwen naar ontwerp van Ben van Berkel. De brug, die Erasmusbrug gaat heten, verbindt de Kop van Zuid met het centrum van Rotterdam en is, komend over het water vanuit zee, beeldbepalend voor de stad. Het is een symbool dat op elk niveau van waarneming ook voor de automobilist of de voetganger- een sterke uitstraling heeft. Lees verder>> Erasmusbrug omslag advies modernisering grondbeleid Foto Thea van den Heuvel Erasmusbrug Rotterdam Beeld Thea van den Heuvel/DAPh

1992

Kunsthal in Rotterdam door OMA

In de jaren tachtig werden musea de paradepaardjes van de architectuur. Het museum werd na de woelige jaren vijftig en zestig opnieuw een oord van (historische) reflectie. OMA heeft ondanks haar internationale faam nooit een museum gerealiseerd. De interessantste bijdrage van OMA aan het architectuurdebat ligt dan ook niet zozeer in de historische reflectie als wel in het ensceneren van intensieve ervaringen. In dat licht bezien is het logisch dat, na het Nederlands Danstheater in Den Haag, het tweede cultuurgebouw dat OMA realiseert geen museum is, maar een KunstHAL. Lees verder>> KunstHAL in Rotterdam door OMA KunstHAL in Rotterdam door OMA

1993

Vaillantlaan in Den Haag door Jo Coenen

Sanering van arbeiderswijken levert zelden bevredigende resultaten op. Ook het in de jaren zeventig en tachtig gesaneerde gedeelte van de Haagse Schilderswijk wordt gekenmerkt door een lappendeken-effect. Om deze ontwikkeling te stoppen, en omdat er politieke winst te boeken viel, vroeg de toenmalige wethouder Adri Duivesteijn Jo Coenen het gezicht van de aan herbouw toe zijnde Vaillantlaan te ontwikkelen. Hij ontwierp hiertoe het Stedenbouwkundig Architectonisch Plan. Het belangrijkste instrument is de zogenaamde bouwdoos.’ Lees verder>> Vaillantlaan in Den haag door Jo Coenen Vaillantlaan in Den Haag door Jo Coenen Beeld Jannes Linders

1993

Terminal West Schiphol door Benthem Crouwel

Het ontwerpen van een luchthaven-terminal heeft veel weg van het vormgeven van een machine, waarbij alle functionele eisen nauwgezet gedicteerd zijn. Alle mogelijke bouwfysische voorwaarden, het type bagage-afhandeling systeem en een grote indelingsvrijheid vormen slechts een willekeurige greep uit de eisen die mede bepalend zijn voor de uiteindelijke vorm. Tijdens het ontwerpen van deze vaak gigantische complexen lijkt een zo groot mogelijke transparantie ter verhoging van de oriëntatie een belangrijk uitgangspunt te vormen. Lees verder>> Schiphol Terminal-West door Benthem Crouwel NACO architecten Schiphol Terminal-West door Benthem Crouwel NACO architecten

1994

Kattenbroek in Amersfoort door Ashok Bhalotra

Voor de wijk Kattenbroek in Amersfoort ontwierp Ashok Bhalotra van bureau Kuiper Compagnons een stedenbouwkundig plan, gebaseerd op poëtische metaforen. Zijn prachtige ontwerptekeningen en zijn bevlogen engagement zorgden ervoor dat de verwachtingen hooggespannen raakten. Nu het eerste gedeelte is gerealiseerd blijkt op ontnuchterende wijze dat het aantal thema’s de helderheid beslist niet ten goede is gekomen en dat voorbij gegaan is aan essentiële aspecten zoals de inrichting van de openbare ruimte. Lees verder>> Kattenbroek in Amersfoort door Ashok Bhalotra Kattenbroek gedeeltelijk gerealiseerd. Luchtfoto Aerocamera, Michel Hofmeester

1995

Politiebureau in Vaals door Wiel Arets

Het werk van Wiel Arets is moeilijk grijpbaar. Daar zijn ontwerpen afgeleiden van de teksten zijn, verliezen bekend veronderstelde begrippen als gevel, constructie en detail hun traditionele betekenis. Gevels zijn in Arets’ gebouwen een gecompliceerd samenstelsel van schillen. Dankzij de plaatsing van de constructie-elementen wordt een zekere beweging gesuggereerd en wordt de constructie van haar statische karakter ontdaan. Details lijken -hoe tegenstrijdig dit ook klinkt in de goed gemaakte gebouwen- volledig te ontbreken. Lees verder>>

1996

Waagstraat in Groningen door Adolfo Natalini

In Groningen is de laatste jaren enorm veel gedaan aan stedelijke vernieuwing. In dit proces is een belangrijke rol weggelegd voor de architectuur en stedenbouw. Het Waagstraat project van Natalini voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de geschiedenis die in Groningen geschreven wordt. Dit project kiest ondubbelzinnig voor een veronderstelde continuïteit van de geschiedenis van de stad. De confrontatie met de toekomst ervan wordt zorgvuldig vermeden. Lees verder>> Waagstraat in Groningen door Adolfo Natalini Noordkant van de Grote Markt, doorkijk op de Martinitoren. Foto Arthur Blonk

1997

GWL-terrein in Amsterdam door KCAP

In de meeste woonmilieus is de verhouding tussen bebouwing en open ruimte een van de belangrijkste thema’s. Nergens is dit zo extreem uitgewerkt als op het Amsterdamse GWL-terrein. Het verlangen naar natuur is in deze wijk niet vervuld met een valse harmonie tussen nostalgische architectuur en negentiende-eeuwse buitenruimtes. De wijk dankt haar specifieke karakter juist aan het zowel horizontaal als verticaal naast en boven elkaar plaatsen van contrasten. Dit daagt uit tot een intensief gebruik van de in allerlei gradaties beschikbare buitenruimtes. Lees verder>> Op het voormalige terrein van het gemeentelijke drinkwaterleidingbedrijf (GWL) in Amsterdam realiseerde KCAP tussen 1993 en 1998 een milieuvriendelijke en autovrije woonwijk Foto Pandion Op het voormalige terrein van het gemeentelijke drinkwaterleidingbedrijf (GWL) in Amsterdam realiseerde KCAP tussen 1993 en 1998 een milieuvriendelijke en autovrije woonwijk Beeld Pandion

1997

Villa VPRO in Hilversum door MVRDV

De Villa VPRO is de proeve van bekwaamheid van het bureau MVRDV. Doordat de architecten de gelegenheid kregen om op compromisloze wijze de eigen ideeën te realiseren is de Villa VPRO een exemplarisch gebouw geworden. Het plaatst het bureau in de frontlinies van de architectuurdiscussies. Landschap en labyrint worden hierbij vaak als metaforen ingezet. Lees verder>> Villa VPRO in Hilversum door MVRDV Beeld Edwin Walvisch

1998

Centrale Bibliotheek in Delft door Mecanoo

De Faculteit Bouwkunde van de TUD staat bekend als een bolwerk van neo-modernisme. Lange tijd werd Mecanoo gezien als het bureau dat het modernisme het meest virtuoos wist te restylen voor eigentijds gebruik. Met het ontwerp voor de bibliotheek, symbool van kennis en ideeën, breekt Mecanoo overtuigend met de haar toegedichte positie in de luwte van het modernisme. Het gebouw is expliciet hybride van karakter en onttrekt zich aan de belangrijkste modernistische spelregels. Lees verder>> Centrale Bibliotheek in Delft door Mecanoo Centrale Bibliotheek in Delft door Mecanoo

1999

Borneo Sporenburg in Amsterdam door West8

De interessantste experimenten met het ontwikkelen van nieuwe woonmilieus vinden de laatste jaren in Amsterdam plaats. Met name de voormalige havengebieden zijn een vrijplaats voor het ontwikkelen van woonmilieus voor veeleisende en kapitaalkrachtige stedelingen, die situationele en stedelijke kwaliteiten tegelijk wensen. In tegenstelling tot de suburbane wijken waarin beeldvariatie een opgelegde individualiteit suggereert, biedt Borneo Sporenburg juist een neutraal gezicht, waarachter het pluriforme wonen zich onopgemerkt kan ontplooien. Lees verder>> Borneo SPorenburg West 8 Adriaan Geuze ARC18 Oeuvre Award West 8, woongebied Borneo Sporenburg in Amsterdam Beeld West8