Cementloze kanaalplaatvloeren dragen bij aan versnelde duurzaamheidsambities

De betonsector wil versnelling zien van de verduurzaming van beton. Om internationale klimaatafspraken te halen spraken 35 Nederlandse betonbedrijven, grote bouwers, gemeenten, rijksopdrachtgevers en ministeries in 2018 met elkaar het Betonakkoord af. In mei dit jaar maakten de ondertekenaars van het Betonakkoord de balans op van deze versnelling en concludeerden dat er een tandje bij moet.

De belangrijkste constatering bleek te zijn dat vanuit de cementproducenten ontwikkelingen van opschaalbare alternatieve bindmiddelen voor cement zijn uitgebleven. Vrijkomende betonreststromen uit sloop in de vorm van betongranulaat worden nog steeds slechts mondjesmaat hergebruikt in nieuwe betonproducten. In 2016 liet producent VBI, een van de eerste ondertekenaars van het Betonakkoord, met hun toenmalige, cementloze en demontabele kanaalplaatvloeren zien hoe hun producten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het verder reduceren van de CO2-uitstoot. Want: holle producten zijn in basis al veel duurzamer dan massieve varianten. Het hergebruik van extern betongranulaat wordt sinds 2021 bij VBI standaard toegepast. Dit percentage stijgt jaarlijks zodat minder primaire grondstoffen nodig zijn.

Cementloos beton

Beton is nog altijd het meest populaire Nederlandse bouwmateriaal. Het levert wereldwijd een bijdrage van circa 7 procent aan de totale uitstoot van CO2. In Nederland is dat fors minder maar toch nog ca 2-3%, waarbij vooral het bindmiddel cement een negatief effect heeft op het klimaat. Sinds 2016 produceert VBI, producent van prefab kanaalplaatvloeren VBI ‘groene’ kanaalplaatvloeren, die worden gemaakt met klinker reducerend bindmiddel. Deze cementen -toegepast in de productie van betonnen vloersystemen- hebben een significant lagere CO2 -footprint dan Portlandcement en worden bij VBI standaard toegepast.  Het bedrijf VBI bouwt jarenlang mee aan het verduurzamen en innoveren van de betonsector. Naast de toepassing van cementen die een veel lagere uitstoot bewerkstelligen in de VBI-kanaalplaatvloeren Groen, betrof een verdergaande innovatie de ontwikkeling van de cementloze kanaalplaatvloeren. Deze zijn in 2016 voor het eerst toegepast in het nieuwe kantoorgebouw van Sensata Technologies Holland in Hengelo.

Cementloze kanaalplaatvloeren dragen bij aan versnelde duurzaamheidsambities

Tijd ver vooruit

Nu zes jaar later, blijkt dat VBI met deze pilots zijn tijd ver vooruit was. “Door service, innoverend vermogen en onze focus op industrialisatie dragen we eraan bij dat onze partners hun doelen bereiken. Dat geldt dus met name voor de klimaatdoelen die we als gezamenlijke bouwsector voorstaan”, zegt Peter Musters, adviseur bouwconcepten van VBI. Peter Harpe, producttechnoloog bij VBI legt uit dat voor deze cementloze kanaalplaatvloeren geopolymeer-beton is gebruikt. “Portlandcement is het meest toegepaste bindmiddel, maar is tevens de belangrijkste oorzaak van CO2-uitstoot van beton. Voor deze pilot hebben we in samenwerking met ENCI geopolymeren toegepast om een aanzienlijke CO2-reductie te bereiken”, zegt Harpe. In getallen: de VBI-kanaalplaatvloeren Groen leverden een reductie van 30% ten opzichte van de vloeren met portland-cement. Met de circa 10.000 vierkante meter VBI-kanaalplaatvloeren Groen bij Sensata werd al een reductie van ca. 100 ton CO2 gerealiseerd! Met de cementloze kanaalplaten met geopolymeer werd de reductie zelfs ruim 60% ten opzichte van platen met portland-cement.

Cementloze kanaalplaatvloeren dragen bij aan versnelde duurzaamheidsambities

Koploper

Nederland wil koploper blijven door het versneld verduurzamen van de betonsector via de doelstellingen van het Betonakkoord. “We gaan in Nederland al spaarzaam om met gebruik van cement, getuige het aandeel in de nationale CO2-uitstoot”, zegt Musters. “Om koploper te blijven wordt er volop ruimte geboden om duurzame betoninnovaties te kunnen ontwikkelen onder de paraplu van dat Betonakkoord. Onder andere de ontwikkeling van alternatieve bindmiddelen behoort daartoe, in navolging van de eerdere pilots met geopolymeer-beton. Zorgvuldig onderzoek naar deze alternatieven is volop gaande in een consortium waarin onder anderen TNO, Voorbij Prefab, BTE, 2R Recycling en VBI participeren. Aspecten als kennisopbouw van juiste mengselsamenstellingen, van lange termijn gedrag van beton met deze bindmiddelen en het ontwikkelen van rekenregels zijn noodzakelijk om het succesvol te kunnen gaan toepassen. Het alternatieve bindmiddel dat hieruit zal voortkomen zal in de nieuwe generatie VBI-kanaalplaatvloeren Groen worden toegepast. De kennis die in het consortium wordt opgebouwd wordt via het Betonakkoord aan de sector beschikbaar gesteld om hiermee de gehele betonsector versneld te verduurzamen”, aldus Musters.

Betonakkoord

Duurzaam beton moet vanaf 2023 in wetgeving worden opgenomen, zijn de partijen van het Betonakkoord begin dit jaar met elkaar overeengekomen. Een besluit dat een flinke kentering inhoudt voor de betonsector. De Nederlandse betonsector wil vooroplopen in Europa. In het voorjaar van 2022 kwam het Betonakkoord met de aanpak om de betonsector versneld te verduurzamen. Het Betonhuis en de Betonvereniging staan achter deze aanpak. De eerste maatregelen leiden tot een reductie van 15% tot 20% van de CO2-uitstoot in 2023 ten opzichte van 2021 en een flinke verhoging van de recyclingpercentages. Het Betonakkoord streeft naar een CO2-neutrale en circulaire betonsector in 2030, door emissies zo ver als mogelijk terug te dringen. Volgens de partijen van het Betonakkoord komt het verduurzamen alleen optimaal van de grond als dit in aanbestedingen een verplichting wordt. De inzet is dat deze verplichting vanaf 2023 in werking treedt. Het Betonakkoord wil het minimum percentage betongranulaat in beton vanaf 2025 en 2027 verhogen. En in 2030 moet al het vrijkomende beton hoogwaardig worden hergebruikt, als gebouw, product of als nieuwe grondstof.

Dit artikel is gesponsord door VBI.