nieuws

Debattenreeks: De stad als utopisch ideaal

Stedenbouw

Debattenreeks: De stad als utopisch ideaal
De Bijlmermeer in Amsterdam is geen probleemwijk meer zegt Frank Wassenberg; wie er vandaag doorheen wandelt, ziet eigenlijk niets wat niet ook elders in voorsteden te zien is. Dat ‘De Bijlmer’ ooit place-not-to-be was, weten alleen 30-plussers nog.

De Idealenfabriek organiseert een reeks debatten rond het thema ‘De stad als utopisch ideaal’. De zes bijeenkomsten zijn steeds op donderdag en starten om 20.14 uur op drie locaties, te weten Amsterdam, Wageningen en Leiden.

Onderstaand de zes thema’s:

1: Tussen solidariteit en kloof
Amsterdam 12 september. Leiden 26 september en Wageningen 19 september zijn uitverkocht
Met onder meer aandacht voor de Bijlmermeer
Spreker Frank Wassenberg

Frank Wassenberg stelt dat het hebben van idealen rond stedenbouw geen aantrekkingskracht meer heeft. Na de Tweede Wereldoorlog kende men wat dat betreft geen grenzen: de ideale woning werd niet alleen bedacht maar ook gebouwd. Met als een van de resultaten in een later stadium wijken zoals de Bijlmermeer: hoogbouw, veel groen, rust, ruimte. Wassenberg: “Vandaag daarentegen is het ieder voor zich – met als resultaat een toename van de kloof tussen rijk en arm. De beweging van de gele hesjes die eind 2018 in Frankrijk opkwam, laat zien waartoe dat kan leiden.”

Wassenberg daagt tegen deze achtergrond uit te bedenken hoe het ideale evenwicht tussen de dwingende solidariteit van na 1945 en het ontwrichtende individualisme van vandaag eruit kan zien – wie weet zelfs móet zien, als alternatief voor de huidige “berekenende samenleving”. “In hoeverre zijn idealen belangrijk, in hoeverre moet mensen de vrije hand gegeven worden?”

2. Erfgoed in de ideale toekomst
Amsterdam 17 oktober. Leiden 31 oktober en Wageningen 24 oktober
Met aandacht voor het Justus van Effen-complex
Spreker Charlotte van Emstede

De erfgoedsector heeft lange tijd autoriteit en expertise kunnen claimen ten aanzien van de historisch gebouwde omgeving. Die claim is niet langer houdbaar: participatie van burgers en andere partijen staat in de erfgoedzorg inmiddels hoog op de agenda.Deze verschuiving dwingt de erfgoedsector ertoe haar rol te herzien. In wetgeving en beleid is dit vertaald naar deregulering en decentralisatie.

Volgens de geest van het Verdrag van Faro zouden alle betrokken partijen en vakgebieden evenredig autoriteit moeten krijgen; met name zou de inbreng van de burger een even groot gewicht moeten hebben als die van de expert. De praktijk laat vooralsnog echter een ander, niet per se egalitair speelveld zien.

Justus van Effencomplex

Justus van Effen-complex

Charlotte van Emstede nodigt uit over onze ideale gebouwde toekomst na te denken. Kan streven naar een betere, mooiere gebouwde omgeving wel gelijk opgaan met streven naar een betere maatschappij voor iedereen? Of, specifieker gesteld: hoe kunnen we het ideaal van een participatieve en inclusieve erfgoedzorg vormgeven in een verbreed en multidisciplinair erfgoedveld? De “casus Justus van Effen” – het Rotterdamse wooncomplex dat in de 20ste eeuw tweemaal “aangepakt” werd – dient als concreet vertrekpunt.

3: Maakbaar geluk à la Thoreau
Amsterdam 21 november 2019, Leiden 12 december 2019 en Wageningen 28 november 2019
Met aandacht voor Nescio, Van Eeden en de Almeerse wijk Oosterwold
Spreker Hans Valkhoff

Voor wie utopische stadsidealen heeft en ruimte zoekt om die in praktijk te brengen, kan Oosterwold een uitkomst zijn. Je kunt in de buitenwijk bij Almere je eigen Waldenhut of tiny house bouwen, zelf je voedsel verbouwen en zelfs samen met je buren bepalen waar de weg komt te liggen. Tip voor wie zulke dromen koestert: lees Thoreau’s Walden nog eens. Het boek bevat een schat aan praktische informatie over ecologisch bouwen, eten, stoken en tuinieren. Ook Nederlandse schrijvers/utopisten zijn relevant – met name Van Eeden en Nescio.

Oosterwold Bureau SLA. Beeld Filip Dujardin

Oosterwold, Almere. Beeld: Filip Dujardin

Hans Valkhoff zal “zijn” Idealenfabriekavonden structuur geven door de visies van Thoreau, Van Eeden en Nescio via Oosterwold naar het heden te trekken en vervolgens verder te denken. “De stad” is tenslotte veel meer dan Oosterwoldse wijken of Walden-achtige samenlevingen. Aan de ene kant wil hij dat heel praktisch doen, door antwoorden te zoeken hoe bij restauratie van stedelijk erfgoed “vernaculaire” – streekeigen – bouwmateriaal een rol kan spelen. Tegelijk echter ook heel theoretisch. “We moeten immers wel te weten komen waarom millennials het idee van de autarkie niet relevant lijken te vinden.” Anders gezegd: Valkhoff komt bepleiten dat we “anarchisten in de positieve zin van het woord” durven te zijn.

4. Geen ideaal kan zonder contrapunt
Amsterdam 20 februari 2020, Leiden 5 maart 2020 en Wageningen 27 februari 2020
Spreker: Erik de Bom

Thomas’ Mores Utopia is geen stad maar een land. Nadenken over de stad als utopisch ideaal verlangt dus ook – en in feite allereerst – nadenken over het land als utopisch ideaal, of zelfs het continent; zoals Europa. In wezen is het principe hetzelfde: het gaat om ontwikkelen en implementeren van beleid.

Erik de Bom neemt die “opdracht” serieus en richt zich daarom als utopisch denker op de Europese Unie “als een in tijd en ruimte gesitueerde politieke constellatie met eigen actoren en wetmatigheden”. Dat geeft hem een aangrijpingspunt om te wijzen op Thomas Mores belangrijkste waarschuwing. De Bom: “Als we het ideaal van een sociaal Europa al kunnen bereiken, dan zal dat alleen via de (tergend trage) weg van de complexe Europese democratie kunnen. De lidstaten, het parlement, de commissie: allemaal hebben ze een zeg en bij allemaal moet een draagvlak worden gecreëerd.” Vertaald naar de stad: de stadsdelen, het stadsbestuur, het college van burgemeester en wethouders hebben een strategie nodig die een duidelijke aanpak voorstelt en rekening houdt met wat mogelijk en haalbaar is. “In elk ander geval blijft de ideaaltheorie wat ze is: een utopie.” De praktische beslommeringen ontslaan ons er daarom bepaald niet van idealen uit te denken. “Utopia heeft zeker niet afgedaan als gids(ei)land.”

Rode draad door de Idealenfabriek-avonden met Erik de Bom is via routes als deze nadenken over de eenvoud van Utopia. “Met die eenvoud is niets mis,” meent hij. “Het is een middel om de complexiteit van de realiteit te reduceren en te controleren. Maar in de niet-ideale wereld kunnen we uiteraard niet om die complexiteit heen. Een contrapunt in de vorm van een niet-ideaaltheorie is dan nodig om de stap te zetten van de idealiseringen naar de ‘echte’ wereld – een voorbeeld zijn alle wetten, conventies en afspraken in verband met onze sociale zekerheid.” Beseffen we dat niet, dan neemt de afstand tussen ideaal en realiteit toe. “Des te zwaarder de opdracht om idealen naar de realiteit te vertalen.”

5. Sociale visioenen – de tuinsteden en Mondriaan
Met aandacht voor de tuinsteden van Howard en de strenge dromen van Mondriaan
Leiden 16 april 2020 en Wageningen 9 april
Spreker Maarten Hajer

Hoe moet het collectieve leven er uit zien? Wat is sociaal gezien een werkbare utopie? In de afgelopen honderd jaar zijn verschillende antwoorden op de stad geprojecteerd. Maarten Hajer een paar van die “sociale utopieën” in kaart – om vervolgens uit te leggen waarom ze faalden de gewenste maatschappelijke verandering teweeg te brengen. Na analyse van de faalfactoren kijkt hij tenslotte naar het beeld van de stad als utopie. De tekst dateert uit 1989, en verscheen als een van de bijdragen aan de “huldebundel” Voor Arthur Lehning. Over anarchisme, anarchosyndicalisme en architectuur (onder redactie van T. van Helmond en J.J. Overstegen gepubliceerd bij Gerards en Schreurs in Maastricht).

Nu, dertig jaar later, zal Maarten Hajer terugkijken op zijn tekst van toen, en op basis daarvan vooruitkijken. Aan de orde komen de tuinsteden van Ebenezer Howard en de strakke principes van Piet Mondriaan; “De idee ‘tehuis’ (Home, sweet home) moet verloren gaan,” verordonneerde Mondriaan maar liefst. Hajer ziet vandaag opnieuw een toenemende “behoefte aan idealen”, en noemt dat een “niet toevallige” ontwikkeling. Hij juicht die toe: “zonder idealen neemt de politieke macht van het verleden het over” – de mechanismen die de wereld de afgelopen jaren zijn gaan regelen worden dan alleen maar sterker.

De vraag of de stad een utopie kan zijn, is daarmee complexer dan ooit geworden. Want onder welke voorwaarden zou dat dan kunnen? In zijn in 2014 samen met Ton Sassen gepubliceerde boek Smart – about – Cities geeft Hajer een deel van het antwoord. Het wereldwijde streven naar “smart cities”, waarin technologie ervoor zorgt dat de stad veiliger, schoner en vooral efficiënter wordt, zou plaats moeten maken voor bevorderen van “smart urbanism”, dat het “metabolisme” van de stad weer als essentiële factor herkent. Datgene dus wat een stad doet leven, en niet per se op efficiëntie is gericht. Een bepaald onmodern idee, dat precies daarom de moeite van het bespreken meer dan waard is.

6. De droom via een vrouwelijk perspectief
Amsterdam 14 mei 2020, Leiden 28 mei 2020 en Wageningen 21 mei 2020
Spreker: Hilde Heynen

De bijeenkomst

In 2016 was het precies vijfhonderd jaar geleden dat Thomas More’s Utopia in Leuven verscheen. Dat werd in Leuven zelf groots gevierd, met manifestaties, tentoonstellingen en andere evenementen. Het inspireerde Metaforum, de denktank van de Katholieke Universiteit Leuven, om een utopische visie te ontwikkelen voor de stad. De “denkoefening” resulteerde in een boekje met als titel Lutopia en als auteur “Thomas Metaforius”. Lutopia verbeeldt de droom van een nieuwe utopie – een nieuw en beter Leuven, een ideale stad in een ideale wereld. Lutopia werd uitgewerkt door een interdisciplinaire werkgroep van wetenschappers, onder leiding van Hilde Heynen, die overigens treffende overeenkomsten vertoont de “vertelster van dienst” in Lutopia, Dorothea Smithsonia.

Hilde Heynen zal Lutopia op haar Idealenfabriekavonden naar het heden halen door zich af te vragen of onze steden wel “inclusief” zijn. “De ideale stad van de toekomst is een inclusieve stad,” vindt zij. “Een stad waar gelijkwaardigheid tussen individuen gegarandeerd is, en waar verschillen in geslacht, ouderdom, klasse, afkomst en gezondheid geen gevolgen hebben voor de mogelijkheden van alle bewoners.” Heynen stelt daarom voor eens te kijken “naar de impact van geslacht: kunnen we werkelijk stellen dat mannen en vrouwen identiek dezelfde kansen krijgen in onze stedelijke omgevingen?”

Meer informatie op www.idealenfabriek.nl

Lees ook:

Blog – Architectuur en ontwikkeling

Mens en machine in het niet-stedelijke landschap

Reageer op dit artikel