blog

Blog – Gemeenschappelijk wonen: Bewoners ontwerpen mee

Stedenbouw

Blog – Gemeenschappelijk wonen: Bewoners ontwerpen mee
Hof voor gemeenschappelijk wonen door Flip Krabbendam. Beeld Thomas Fell

Door Philip Krabbendam – Hoe nodig je uit tot betrokkenheid van mensen op elkaar en hun woonomgeving? Dat demonstreer ik aan de hand van een hof voor cohousing. Hoe kan je bewoners betrekken bij het ontwerpproces?

In deze serie wil ik laten zien welke kwaliteiten kunnen uitnodigen tot betrokkenheid, van mensen op elkaar en op hun woonomgeving. Dit aan de hand van een project voor ‘gemeenschappelijk wonen’ of ‘cohousing’, zie de bovenstaande illustratie.We kijken nu welke rol de toekomstige bewoners kunnen spelen in het ontwerpproces in samenwerking met de architect.

Definitief ontwerp

In dit fictieve proces gaan bewoners, samen met een architect, aan het werk om het definitieve ontwerp vorm te geven. Waarbij zij zullen beslissen over de voorzieningen en de activiteiten op de verschillende schaalniveaus. Zij zullen de kwaliteiten van het voorontwerp, die door de stedenbouwkundig ontwerper zijn ingebracht, opvatten als aanbevelingen.

Om deze uitwerking te vergemakkelijken kan het voorontwerp worden vertaald naar een schaal van 1:200. Nu staat een volume voor een oppervlak van 5 bij 10 meter en een hoogte van 2,5 meter, als benadering van een gemiddelde woon- of slaapverdieping.

Het voorontwerp op schaal 1:200

Het voorontwerp op schaal 1:200

Nadere eisen 1

In de eerste ronde vragen bewoners om een verkleining van de groepen van zeven naar vijf huishoudens. Dit maakt ruimte voor twee extra groepen, die behalve een groepstuin ook een woonkeuken delen. In de illustratie hieronder zijn deze aangegeven met gele blokjes.

De groene blokjes die zijn toegevoegd aan de linkerkant, zijn bedoeld als fietsenbergingen. Het blokje in het midden staat voor een prieeltje op het schaalniveau van de hof. Daarbij wil men ook gebruik maken van dakopbouwen de woninggrootte te variëren.

Kleinere groepen, twee extra groepen met een gemeenschappelijke woonkeuken, fietsenbergingen, een prieeltje op hofniveau en variatie in woninggrootte door toepassing van extra verdiepingen

Kleinere groepen, twee extra groepen met een gemeenschappelijke woonkeuken, fietsenbergingen, een prieeltje op hofniveau en variatie in woninggrootte door toepassing van extra verdiepingen

Nadere eisen 2

De dakopbouwen zouden kunnen worden omringd met daktuintjes… maar waarom zouden deze daktuintjes dan niet worden samengevoegd tot een moestuin waar bewoners hun eigen groenten en fruit kunnen verbouwen. De oogst zou dan kunnen worden verwerkt (wecken), verdeeld, geconsumeerd of misschien wel verkocht aan buurtbewoners in een gemeenschappelijke ruimte op hofniveau. Zo kan, door samen te werken en door samen de vruchten daarvan te plukken de onderlinge betrokkenheid worden vergroot. In deze perspectief zouden de dakopbouwen plaats kunnen maken voor kassen. Met als bijkomend voordeel dat deze in de zomer gekoeld kunnen worden waarbij de ‘geoogste’ warmte kan worden opgeslagen in de grond, om in de winter te worden gebruikt voor de verwarming van de woningen. Deze verandering van focus betekent ook dat een van de groepen met woonkeuken plaats moet maken voor de nieuwe gemeenschappelijke ruimte.

Kassen op de daken met links de gemeenschappelijke ruimte

Kassen op de daken met links de gemeenschappelijke ruimte

Nadere eisen 3

Nu wil men toch twee groepen met woonkeuken wil, wordt de afgeschafte groep teruggeplaatst op de plaats van een van de groepen met alleen een gemeenschappelijke tuin. Ook worden deze groepen met woonkeuken groter en daarmee hoger gemaakt. Hierdoor kunnen de daken van deze groepen geen aansluiting meer vinden met het dak waar en groente en fruit wil verbouwen. Men vindt het niet praktisch om hiervoor een liftje te bouwen voor de trollies waar men de producten en het gereedschap op verplaatst. De hogere daken zouden nu gebruikt kunnen worden voor zonnepanelen. Zo kan men voorzien in de eigen energievoorziening. Mogelijk kunnen deze gemonteerd worden op schuine daken die de onderliggende woonruimte een extra kwaliteit kunnen geven.

Groep met woonkeuken teruggebracht

Groep met woonkeuken teruggebracht

Nadere eisen 4

Enkele toekomstige bewoners verklaren dat zij een groepstuin te veel vinden, zij willen liever direct op het hofniveau worden ‘geënt’. Zij denken dat deze context niet te groot is voor hun individuele huishoudens. Zo is een ruimtelijke opzet ontstaan waarin verschillende leefstijlen op een hoger niveau, het niveau van de hof, kunnen worden geïntegreerd. Met groepskeuken en groepstuin, met alleen een groepstuin en zonder groepstuin. Deze ruimtelijke opzet gaat er nu als volgt uitzien:

Eén groepstuin verwijderd

Eén groepstuin verwijderd

Hiermee is geïllustreerd dat de ontwerpmethode ‘Veld en Volume’ de vrijheid biedt om de voorgestelde schaalniveaus verschillend in te vullen (een groep met of zonder woonkeuken) of over te slaan. Om het nieuwe programma van eisen zichtbaar te maken is het hieronder schematisch in beeld gebracht.

Twee groepen met woonkeuken en tuin, twee groepen met alleen tuin en een vijf huishoudens die direct op het hofniveau zijn aangesloten

Twee groepen met woonkeuken en tuin, twee groepen met alleen tuin en een vijf huishoudens die direct op het hofniveau zijn aangesloten

Nadere eisen 5

Voordat het definitief ontwerp architect zal worden uitgewerkt geeft de bewonersgroep nog aan de architect mee dat het ook de bedoeling is dat regenwater wordt opgevangen voor het verbouwen van groenten en fruit, het doen van de was en voor sanitair gebruik. Verder ziet men ook graag een verticale geveltuin.

Voorbeeld van een verticale geveltuin aan de Paseo del Prado Boulevard in Madrid. Beeld Shutterstock

Voorbeeld van een verticale geveltuin aan de Paseo del Prado Boulevard in Madrid. Beeld Shutterstock

Nadere eisen 6

Wat de bewoners nog aan de ontwerper willen meegeven is iets over de sfeer waarin zij graag willen wonen. Deze worden omschreven met de volgende trefwoorden: niet gesloten, verschillen tussen de groepen, toch het gevoel van een geheel, niet koel en modernistisch. De architectuur mag een gevoel opwekken van een dorpspleintje in een mediterrane streek.

Volgende aflevering

In de volgende aflevering wil ik laten zien hoe een architect de eisen van de bewoners kan verwerken in een definitief ontwerp, waarbij mogelijk nieuwe kwaliteiten zijn toegevoegd…

Lees verder

 

 

Reageer op dit artikel