blog

Blog – Veld en volume: Het ontwerpen van een hof voor gemeenschappelijk wonen

Stedenbouw

Blog – Veld en volume: Het ontwerpen van een hof voor gemeenschappelijk wonen
Hof voor gemeenschappelijk wonen door Flip Krabbendam. Beeld Thomas Fell

Door Philip Krabbendam – Hoe nodig je uit tot betrokkenheid van mensen op elkaar en hun woonomgeving? Dat demonstreer ik aan de hand van een hof voor cohousing.

In deze serie wil ik laten zien welke kwaliteiten kunnen uitnodigen tot betrokkenheid, van mensen op elkaar en op hun woonomgeving. Dit aan de hand van een hof voor ‘gemeenschappelijk wonen’ of ‘cohousing’.

Hierbij wil ik ook demonstreren hoe de door mij ontwikkelde ontwerpmethode ‘Veld en Volume’ hier met succes kan worden ingezet, niet alleen op het niveau van het project, maar ook op verschillende ruimtelijke en sociale schaalniveaus en met verschillende actoren: een stedenbouwkundig ontwerper, een architect en bewoners. Om te beginnen wil ik deze methode (waarover ik eerder al meer heb geschreven) kort uiteenzetten.

Boomstructuur

De methode ‘Veld en Volume’ is gebaseerd op de vooronderstelling dat een ruimtelijk en sociaal niveau pas tot zijn recht komt in een passende context. Passend, dat wil zeggen niet te groot. Zo komen een woning en haar bewoners niet tot hun recht in een kilometers lange straat waar zij temidden van honderden andere bewoners anoniem blijven.

Denken we aan een context waarin een woning en haar bewoners wel tot hun recht komen, (bijvoorbeeld een project voor ‘gemeenschappelijk wonen’ of ‘cohousing’) dan zal deze context ook weer een passende, ruimtelijk en sociale context nodig hebben.

Zo voortredenerend ontstaat het concept van een stedelijke boomstructuur, waarin de opeenvolging van ruimtelijke schaalniveaus te herkennen is, met op elk niveau gemeenschappelijke voorzieningen die deze niveaus ook een sociale betekenis kunnen geven: dit concept is de basis van de ontwerpmethode ‘Veld en Volume’.

Daardoor blijven de toepassingsmogelijkheden van deze methode niet beperkt tot het schaalniveau van een project voor ‘gemeenschappelijk wonen’ of ‘cohousing’, de methode kan ook op hogere schaalniveaus worden toegepast, bijvoorbeeld om buurten en wijken te ontwerpen waarin een sociaal leven kan ontstaan en misschien ook commons en coöperaties. Zoals ik en passant zal laten zien.

Beschrijving

Bij deze methode wordt gebruik gemaakt van eenvoudige en makkelijk te hanteren houten volumes, blokjes, en velden, aangegeven door kartonnen kaartjes. Waarbij de kleuren het schaalniveau aangeven in de boomstructuur. Een ‘ambachtelijke’ methode waarin de deelnemers met een tastbaar bouwsel bezig kunnen zijn, zonder gebruik te hoeven maken van geavanceerde elektronica. Een smartphone volstaat om het proces in foto’s vast te leggen.

Velden en volumes, met een eigen kleur voor elk niveau

Velden en volumes, met een eigen kleur voor elk niveau

De volumes hebben een grondvlak van 25 bij 50 mm en een hoogte van 12,5 mm. Bij een  schaal van 1 a 200 gaat het dan om een grondvlak van 5 bij 10 meter en een hoogte van 2,5 meter. Bij benadering een beganegrond of verdieping van een rijtjeshuis.

De methode kan ook voor een stedenbouwkundig ontwerp worden gebruikt door de schaal te verdubbelen naar 1 a 400. Een volume of blokje representeert dan een grondvlak van 10 bij 20 meter en een hoogte van 5 m. Bij benadering een rijtje van 4 eengezinswoningen. Een half volume staat dan voor woningen van het type 2 onder 1 kap. Voor het behoud van de juiste verhoudingen zijn de afmetingen van de ‘velden’ hier gehalveerd.

Een schaal van 1:400 voor een stedenbouwkundig ontwerp

Een schaal van 1:400 voor een stedenbouwkundig ontwerp

Ontwerpfasen

Bij deze ontwerpmethode wordt in eerste instantie een basisstructuur ontworpen. Deze wordt gevormd op basis van gewenste aantallen, oppervlakken (eenheden, kleine, middelgrote of grote woningen) en de wijze van stapelen. (grondgebonden woningen, maisonnettes of flats)

Deze basisstructuur is eigenlijk een ruimtelijk relatieschema dat leidend is bij het ontwerp van de eerste ruimtelijke opzet, waarin gekeken wordt naar de bezonning en de inpassing in de omgeving. De stedenbouwkundig ontwerper kan deze ruimtelijke opzet nog wat verder uitwerken in een voorontwerp waarin de stedenbouwkundig ontwerper de mogelijkheden en de bedoelingen die in de ruimtelijke opzet besloten liggen kan laten zien.

Op basis hiervan kan het voorontwerp door een architect worden uitgewerkt tot een definitief ontwerp.

Volgende aflevering

In de volgende episode kijken we naar hoe een basisstructuur kan worden gevormd op grond van gemeentelijke gegevens en doelstellingen, en hoe deze kan worden uitgewerkt in een ruimtelijke opzet en een voorontwerp voor een klein buurtje dat een zestal hoven bevat.

Lees verder

 

 

Reageer op dit artikel