blog

Blog – Wees eens eerlijk, weet u wat duurzaamheid eigenlijk inhoudt?

Stedenbouw

Blog – Wees eens eerlijk, weet u wat duurzaamheid eigenlijk inhoudt?
Beeld Shutterstock

Door Juliette Bekkering – De bouwgekte is losgebroken. Hijskranen markeren de skylines van de Nederlandse steden, kleurrijke renderings sieren de website van Funda en de stedenbouwkundige visies op onze grote steden kleuren rood. Dit valt in een bed van ambities met betrekking tot groen, flexibiliteit en kwaliteit. De nieuwe stad is uitgevonden: deze moet inclusief, bereikbaar, publiek en vooral duurzaam zijn. En dan niet zomaar duurzaam, maar het állerduurzaamst. Maar wees eens eerlijk: weet u wat duurzaamheid precies inhoudt?

Grote bureaus groeien in omvang en omzet en realiseren in rap tempo hoogbouwprojecten: de torens schieten als paddenstoelen uit de grond in steden als Rotterdam, Den Haag en Amsterdam. En toch gaat iets helemaal niet goed. De prijzen van woningen rijzen de pan uit en je kunt geen krant openslaan of er staat een artikel in over de woningmarkt die op slot zit en dat woonruimte onbetaalbaar is geworden. De inhaalslag is begonnen maar toch kunnen stedelingen geen woonruimte vinden.

Tegelijkertijd klagen ontwikkelaars erover dat er in de grote steden niets meer te ontwikkelen valt, omdat de eisen en risico’s te groot zijn geworden. Veel projecten worden gedurende de ontwikkelingsfase stilgelegd. De investeringen die worden gedaan behelzen voornamelijk het opsplitsen van bestaand vastgoed in telkens kleinere eenheden. Woningbouwverenigingen verkopen hun woningvoorraad uit. Hoogconjunctuur leidt zelden tot grote architectonische kwaliteit.

Ondertussen hijgt Parijs ons in de nek. Het klimaatakkoord, de bouwagenda en de klimaattafels hebben torenhoge ambities opgeleverd. Feitelijk dient fors te worden geïnvesteerd om de bestaande huurwoningen future-proof te maken. De opgave die de klimaattransitie stelt behelst het verduurzamen van 200.000 woningen per jaar, maar dit wordt bij lange na niet gehaald. Ook bij nieuwe ontwikkelingen dient te worden geïnnoveerd en geëxperimenteerd, willen we in 2050 volledig circulair zijn.

Lees ook de voorgaande blog van Juliette Bekkering

Lees ook de voorgaande blog van Juliette Bekkering

Het lijkt inmiddels een onontwarbare kluwen geworden. Alles hangt met alles samen en  de bouwmachine dendert door. Het lijkt hoog tijd voor een pas op de plaats. Tijd voor uitvindingen, smartness en nieuwe paden die deze impasse kunnen doorbreken. Er zou fors in onze steden geïnvesteerd moeten worden om deze klimaatbestendiger te maken: door veel bomen te planten wordt CO2 opgenomen, fijnstof gefilterd en water beter opgenomen. Daarnaast hebben we te maken met het sociale klimaat en ligt het voor de hand om te investeren in publieke gebouwen, publieke ruimte, parken en infrastructuur. Zeker in onze steden die steeds complexer, vervuilender, dichter en internationaler worden, is het van vitaal belang dat we oplossingen aandragen voor circulariteit en vergroening van het stedelijke domein en dat we het verlies aan biodiversiteit adresseren.

Dit doel is te behalen als meer gezamenlijk onderzoek wordt gedaan door de universiteiten, de bouwsector, de overheden en de beroepsgroep. Want experimenteren is iets dat je samen moet doen. Hoogbouw in hout, het ontwerpen met groen, het verkennen van nieuwe materialen, maar ook de ontwikkeling van duurzame strategieën of vernieuwende typologieën zijn voorbeelden van innovatief experimenteel onderzoek. Helaas blinkt de bouwsector niet uit in innovatieve kracht. Alhoewel ongeveer acht procent van het BNP omgaat in de bouw, investeert de sector zelf nauwelijks in onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technologieën, architectonische ontwerpmethoden, typologisch onderzoek en onderzoek naar een duurzaam architectonisch instrumentarium. Dat is merkwaardig want juist op deze vlakken is veel winst te behalen.

De studies die zijn gedaan naar de klimaattransitie, hebben vooral betrekking op installaties en materialen, terwijl juist in architectonische opgaves veel winst te behalen valt. Ook De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is uiterst terughoudend met investeren in architectonisch onderzoek. Terwijl ze bij medische wetenschappen en A.I. van ellende niet weten hoe ze de NWO gelden moeten opmaken, zijn de toegekende onderzoeksgelden aan architectuur minimaal. Dit komt ook omdat co-financiers uit de praktijk met een lampje te vinden zijn.

In samenwerking met de universiteiten dient meer onderzoek te worden gedaan naar innovaties in de bouw en de implementatie ervan. Het gegeven dat we in de bouw met jarenlange aansprakelijkheden te maken hebben en het feit dat elk gebouw een unicum is, nodigt daar niet toe uit. Het is echter heel hard nodig. Het beton raakt langzaam op en geldt als een van de grootste vervuilers in de bouw. Dit vraagt om alternatieven voor bouwen in beton. Ook zijn experimenten nodig met betrekking tot de wijze waarop daadwerkelijk duurzaam, circulair en groen kan worden gebouwd.

Iedere architect moet nu bij elke opgave het wiel opnieuw uitvinden. Echt circulair bouwen willen we allemaal. We roepen allemaal graag dat we duurzaam bezig zijn. Maar als we echt een antwoord willen geven op de vraag wat duurzaamheid inhoudt dan moeten we nu investeren in onderzoek.

 

 

Reageer op dit artikel