blog

Blog – Weerzien met Jože Plečnik

Stedenbouw

Door Harm Tilman – Het werk van de Sloveense architect Joze Plečnik blijft verbazen. Vijfendertig jaar na de eerste kennismaking bracht ik opnieuw een bezoek aan Ljubljana waar de meeste van zijn projecten te vinden zijn. Het werk van Plečnik is fascinerend maar wat maakt het zo goed?

Steden kennen bloeiperioden en wisselen elkaar daarin af. Zo nam Amsterdam in de zeventiende eeuw de rol van Lissabon als centrum van de wereld over om die vervolgens een eeuw later weer kwijt te raken aan London. Wat steden tot bloei brengt is vaak een combinatie van factoren. Amsterdam profiteerde bijvoorbeeld van haar enorme achterland, maar ook van de uitvinding van het fluitschip. Maar dan nog blijft het verbazingwekkend dat in Amsterdam in die tijd zoveel goede schilderijen zijn gemaakt.

Mythe in Plečniks werk

Tussen beide wereldoorlogen in de vorige eeuw overkwam de Midden-Europese stad Ljubljana iets soortgelijks. De architect die daaraan gestalte gaf, was de bij Otto Wagner in Wenen opgeleide, Sloveense architect Jože Plečnik (1872-1957). Plečnik werkte en bouwde eerst in Wenen en Praag, alvorens terug te keren naar zijn geboortestad. Als stadsarchitect realiseerde hij vanaf 1927 een groot aantal publieke werken en gebouwen. Maar los van het aantal, is nog opmerkelijker de rol die de mythe in zin werk speelt.

Reconstructie van Romeinse muur in Ljubljana door Jože Plečnik. Beide kolommen naast de entree zijn opgetild en lijken te zweven. Beeld Harm Tilman

Het Ljubljana van Plečnik

In de herfst van 1984 maakte ik een lange reis door midden Europa en kwam bij toeval in Ljubljana terecht. Van Jože  Plečnik wist ik wel wat, maar niet heel veel meer. Het bezoek aan de stad bleek een revelatie. Zeven jaar later schreef ik een artikel dat samen met een artikel van Pieter Jan Gijsbers in de Architect is gepubliceerd. Een deel van het oorspronkelijke artikel is hieronder te vinden.

Pieter Jan Gijsberts, ‘Het verlangen naar bestendigheid. De architectuur van Jože Plečnik’, de Architect, maart 1991, p 79-85

Stadion in verval

Afgelopen zomer bezocht ik Ljubljana opnieuw. Het werk van Plečnik glorieert nu in ieder stadsgids. De literatuur over deze architect beslaat inmiddels een volle boekenkast. Zijn werk is grondig in kaart gebracht. Schaduwzijde hiervan is dat veel projecten, voor zover nog niet afgebroken of ontmanteld, in slechte staat verkeren. Dat is het meest schrijnend het geval bij het ‘Centralni Stadion’ dat in 2008 voor renovatie is gesloten en sindsdien ten prooi is gevallen aan een serieus verval.

Duurzame architect

Zijn werk bezit nog steeds een enorme vitaliteit. Jože  Plečnik wordt in Slovenië nu vooral geëerd als duurzame architect. Dat is niet voor niets. Het is bijvoorbeeld verbazingwekkend te zien hoe soepel hij architect rioolpijpen inzet als kolommen, maar door ze door te zagen ook als dakpannen of als bestrating. Zo is de binnenplaats van cultureel centrum Krizanke bestraat met afgezaagde riolering pijpen die zijn opgevuld met steenafval en kiezels. Plečnik betrok zijn “bouwafval” uit de geheel stad en paste dat op vrije wijze toe in zijn projecten.

Jože Plečnik maakte een nieuwe entree voor de St Florian kerk. Hij maakte daarbij gebruik van de oude treden van de hoofdingang en die van de Ursuline kerk Beeld Harm Tilman

Burcht als centrum

Plečnik blijft voor mij toch vooral de architect die de stad naar zijn hand zette. Naast de projecten die ik opnam in het artikel uit 1991, bezocht ik ditmaal ook uitgebreid de burcht van Ljubljana. Plečnik beschouwde dit kasteel niet alleen als onderdeel van de stad, maar als het stedenbouwkundige centrum van Ljubljana. Voor het kasteel zelf maakte bij verschillende plannen, van een Acropolis in 1931 tot het parlement in 1947. Ook ontwierp hij verschillende paden naar het kasteel toe, evenals een pergola en de renovatie van het voormalige fort Šance.

Aan de rand van het ronde platform van Sance zijn een oude bron en een boom voorzien van een ommuring Beeld Harm Tilman

Platform met radiomast

Deze bestaat uit een rond platform met radiomast, dat door middel van een stenen arcade gekoppeld is aan de muren die Plečnik had laten uitgraven. In het plateau zijn twee kleine constructies aangebracht, op de plek waar een bron ontspringt en een bestaande oude eik staat. Vervolgens is aan de voet de Šance de kleine Šance aangelegd waar een kinderspeelplaats met zwembad had moeten komen.

Toegang tot de promenade die Jože Plečnik aanlegde op de oude muren van Sance Beeld Harm Tilman

Nieuwe ervaring

De ruimte is dynamisch opgebouwd en gericht op een geheel nieuwe ervaring met wisselende uitzichten op de stad aan de voet van de heuvel. De paden zijn geen routes maar ruimtes waarin het leven zijn keer neemt. Zo heb je de rondgang op en onder het plateau. Maar ook is er de promenade over de muur en de stenen arcade. Tot slot is er de vluchtweg gelegen tussen de oude uitgegraven muur en de nieuwe muur die de rondgang onder het plateau begrenst.

Vanaf Sance is door Jože Plečnik uitzicht gecreëerd op de stad en de omgeving ervan Beeld Harm Tilman

Altijd geweest

Op ansichtkaarten die ik uit Ljubljana verstuurde schreef ik dat het leek alsof de projecten van Jože  Plečnik er altijd zijn geweest. Ze vormen een referentie voor het maatschappelijke geheugen, maar ze doen dat niet op stilistische of op folkloristische wijze. Zijn publieke gebouwen en civiele werken vieren de toekomst, maar liggen op een vanzelfsprekende wijze verankerd op de plek. Dat lijkt me vijfentwintig jaar later nog steeds de kern van Plečniks werk.

Monument en Flux. Een stedebouwkundige les van Plečnik

Oorspronkelijk de Architect, maart 1991

Harm Tilman, Monument en flux. Een stedebouwkundige les van Jože Plečnik, de Architect, maart 1991, p 70-78

De ontwerpen die Jože  Plečnik voor Ljubljana tussen 1921 en 1957 maakte , kunnen worden begrepen in het licht van de extreme condities waaronder nu ontworpen moet worden. Plečnik zocht in zijn ontwerp een antwoord op een stedelijke werkelijkheid die voor een groot deel de zelfde kenmerken bezit als de hedendaagse steden, met hun overmaat aan leegte en gefragmenteerde ruimte. Om deze reden kan een studie van zijn werk van belang zijn.

Ljubljana is een centraal Europese stad die qua opzet vergelijkbaar is met steden als Salzburg en Graz. De middeleeuwse stadskern is gesitueerd tussen de heuvel waarop de burcht gelegen is, en de Ljubljanica, de rivier die aan de voet van deze heuvel stroomt en waarin twee kleinere stromen uitmonden, de Gradascica en de Mali Graben. Op de andere oever ontstond in de negentiende eeuw bij de brug over de rivier een nieuwe nederzetting die begrensd werd door de restanten van de muur van een nederzetting uit de Romeinse tijd. Op 14 april 1895 werd de stad door een aardbeving verwoest. De wederopbouw van Ljubljana vond plaats op basis van een plan dat door Max Fabiani was opgesteld.

Schoenmakersbrug over de Ljubljanica door Jože Plečnik, 1931-1932

Slovenië als referentiepunt

Het plan dat Plečnik in de jaren twintig voor Ljubljana ontwierp heeft weinig op met Fabiani’s plan, dat nog tot stand gekomen was onder Oostenrijkse overheersing. Plečnik sloeg een andere weg in, die verband hield met het idee van Slovenië als een zelfstandige natie. De keuze voor het vaderland impliceert in dit verband de reconstructie van het nationale verleden. Zijn ontwerp staat in het teken van de keuze voor een nieuw verleden. Zowel de burcht als de Romeinse nederzetting spelen hierin een belangrijke rol.

Op de heuvel ligt de burcht (Grad) die de stad ruimtelijk domineert. Voor Plečnik vormde dit onaanzienlijke bouwwerk het belangrijkste stedelijke monument en het dominante motief in het stedelijke landschap. In ontwerpstudies uit de jaren veertig trachtte hij de relatie tussen stad en burcht te versterken, in een compositie waarin de burcht het bepalende stedelijke element is. Dit onderzoek mondde ten slotte uit in het voorstel voor de Sloveense Acropolis (1947) die in de plaats zou komen van de burcht zelf.

Fragment van de Romeinse muur, ontworpen door Jože Plečnik, 1932-1938

Daarnaast deed Plečnik uitvoerige studies naar de Romeinse stedebouw. Een belangrijk moment in de geschiedenis van Ljubljana was de ontdekking, dat de stad een Romeinse stad is geweest. Deze ontdekking bood de mogelijkheid tot een nieuwe visie op de gehele stad, waarvan Plečnik dankbaar gebruik maakte. Hij zocht in het behoud van de weinige bewaard gebleven restanten uit het Romeinse verleden een modus om de gekozen oorsprong van de stad te onderstrepen. Zijn ontwerp voor de Romeinse muur (1932-1938) is in dit opzicht een statement.

Wagners onbegrensde Groβstadt

De confrontatie met de geschiedenis, het geheugen van de stad en haar belangrijkste plekken, is een constante in het stedelijke ontwerp van Plečnik. Toch kan het hiertoe niet worden herleid. Zijn invalshoekhoek is wijdser. De monumentale structuur van de stad vormt het uitgangspunt, maar is tegelijkertijd een keuze die gemaakt wordt ten behoeve van de ontwikkeling van een architectonische taal. Deze keuze wordt gemotiveerd door de opvatting, dat de stad een grote stad is, een Groβstadt.

Sluizen in Ljubljanica rivier door Jože Plečnik

Plečnik kreeg zijn opleiding tot architect in de school van de Weense architect Otto Wagner. Wagner maakte een onderscheid tussen gebouwen op het niveau van de symbolische orde van de architectuur (stedelijke voorzieningen) en de netwerken van circulatie en snelheid (stedelijke verbindingen). Aan deze laatste wordt verder geen aandacht besteed. Plečnik doorbreekt deze impasse door de vraag te stellen in hoeverre de open stedelijke ruimte kan worden onttrokken de door circulatie en snelheid veroorzaakte leegte. Kenmerkend voor Plečniks werk is de wens om uit de leegte de condities voor een nieuw stedelijk ontwerp terug te winnen, waarmee de vernieuwing van Ljubljana vorm gegeven kan worden.

Piramide van Zois

De monumentalisering van de stedelijke infrastructuur vormt de centrale as in het werk van Plečnik. Het gaat hem erom de meest banale dingen van de stad te Iaden met architectonische betekenissen. De stedelijke ruimte is ontworpen met behulp van fragmenten die een sterke uitstraling hebben op de ‘stad zonder eigenschappen’. De architectuur van deze fragmenten vormt geen ‘gelukkige onderbreking’ in het onrustige stromen van de stad, maar het teken van een ‘weldadige verwarring’ (Alberto Ferlenga), waaruit de vormen en regels van een nieuwe stedelijke bestemming kunnen worden afgeleid.

Een goed voorbeeld van deze werkwijze vormt de inrichting van de Cojzova Cesta in Ljubljana. Deze verkeersweg in het zuiden van de stad verbindt de nieuwe stadsuitbreidingen via de Sentjakob brug met de oude stad, alwaar ze aansluit op de tunnel die onder de heuvel doorloopt. Het groeiende belang van deze weg noopte tot een herinrichting ervan. Deze bestaat uit verschillende ingrepen die voltooid werden in meerdere fasen. In 1927 werd de piramide van Zois opgericht. In 1954 werden de werkzaamheden voortgezet met de plaatsing van een nieuw toegangsportaal tot de architectuurschool. De herstructurering werd af gesloten met de aanleg van de tuin langs de muur van Krizanke (1956).

Piramide van Zois

Opmerkelijk is dat Plečnik geen samenhang denkt tussen piramide, portaal en tuin. Het totaalontwerp is de som van de afzonderlijke ingrepen, in analogie met de kenmerken van de context waarin de ingrepen worden gesitueerd. Dit keert op architectonisch niveau terug in een gevarieerd gebruik van stijlen en materialen.  Aan de andere kant versterken de ingrepen de banden met de bestaande stad. De opgerekte piramide is bij voorbeeld niet alleen een stedelijk element dat een herinnering vormt aan de piramide, maar markeert tevens het punt waarop de richting van de straat afgebogen wordt naar de rivier. Ze ordent de ruimte in relatie tot de horizon van de rivier aan de voet van de heuvel.

Stad en rivier

De overtuiging dat de invoeging van krachtige architectonische fragmenten in de stad tot een nieuwe ordening kan leiden, komt zo mogelijk nog sterker naar voren bij de ingrepen langs de rivier. Deze ingrepen vloeien voort uit de beslissing om van de rivier een stedelijke as te maken, die de middeleeuwse nederzetting rond de burcht verbindt met de stadsuitbreidingen op de andere oever. De ingrepen vormen een promenade langs de Ljubljanica, die in de opvatting van Plečnik de graduele transformatie van het natuurlijke landschap door de menselijke nederzetting weerspiegelt. Het meest interessant in de opeenvolging van ingrepen langs de rivier is dan ook hoe deze een relatie aangaan met de stad en het beeld ervan veranderen.

Zonder enige twijfel vormen de Drie bruggen (Tromostovje) in dit verband een hoogtepunt. Zij leggen de verbinding tussen het Presernov plein en de hoofdstraat van middeleeuwse stadskern. Ter weerszijden van de bestaande brug (1837-1842) die te klein was geworden, ontwierp Plečnik in 1929 twee voetgangersbruggen. Op deze manier wordt het drukke stadsverkeer verdeeld over drie bruggen die convergeren naar de burcht op de heuvel. De promenade op het niveau van de rivier is bereikbaar via trappen die ter weerszijden van de voetgangersbruggen gemaakt zijn. De trappen zijn de verbindende elementen tussen de stad en de rivier; de diep liggende rivier wordt zo teruggewonnen voor de stad.

Drie bruggen door Jože Plečnik

De twee nieuwe bruggen zijn vooral bruggen krachtens hun relatie met het water, waar hun gebogen verschijning de indruk van een rivier als buis vermijdt (zoals bij de meer traditionele bogen van de bestaande brug). Op het niveau van de stad vormen de Drie bruggen daarentegen een plein waarmee een breuk in de stad wordt hersteld. Het vlak dat middels beide nieuwe bruggen toegevoegd wordt aan het bestaande plein, vormt nog niet direct een plein, maar in eerste instantie een door verkeer en snelheid gedicteerde lege ruimte. Plečnik plaatste om deze reden op de zes balustrades van de drie bruggen kolommen. Dit woud van kolommen die ondersteboven staan, versterkt de relatie met de burcht op de heuvel en articuleert het plein als een plein in een plein.

Gebouw in gebouw

Tot de promenade langs de rivier behoren voorts de herinrichting van de oevers van de Ljubljanica en de Gradascica, het Marktgebouw (1939-1942) en de Riviersluizen (1939-1945). Het Marktgebouw is gesitueerd op de plek waar vanaf het einde van de negentiende eeuw de markt werd gehouden. Aan het einde van de jaren dertig kreeg Plečnik de opdracht een plan te ontwikkelen voor de herinrichting van dit gebied. Tot dit plan behoorden, behalve het marktgebouw, een overdekte brug en een uitbreiding van het gemeentehuis. De laatste twee onderdelen zijn nooit gerealiseerd.

Het marktgebouw in Ljubljana, ontworpen door Jože Plečnik. Situatie in 1984. Beeld Harm Tilman

De markt is verdeeld over twee niveaus: de vismarkt op het niveau van de rivier en de groentemarkt op het niveau van de stad. De overgang van de rivier naar de stad wordt gearticuleerd in het materiaalgebruik in de opstand. Het ruwe en op het eerste gezicht rommelige metselwerk van de gevel bij het water gaat over in het pleisterwerk waarmee de gevel met de boogvensters wordt vormgeven, alsmede in het grote portaal van de geplande overdekte brug.

Bloemenkiosk op de kop van het Marktgebouw in Ljubljana vormt een gebouw in een gebouw. Beeld Harm Tilman

In het marktgebouw zijn elementen van de klassieke architectuur gecombineerd in een nieuwe voorstelling van stad en landschap. Dit komt het duidelijkst naar voren in de bloemenkiosk, waarmee het marktgebouw ter hoogte van de Drie bruggen wordt afgesloten. Deze kiosk is vormgegeven als een gebouw in een gebouw. Het verwijst naar de twee systemen die Plečnik voor het ontwerp van de ruimte hanteert: de infrastructurele elementen waardoor het leven van de stad stroomt en de architectuur die wordt gearticuleerd op de verdwijnpunten van deze elementen.

Lees ook

Reageer op dit artikel