blog

Blog – Stad van de toekomst: Ontwerp schakels voor nieuwe uitwisselingen

Stedenbouw

Blog – Stad van de toekomst: Ontwerp schakels voor nieuwe uitwisselingen
Stad van de Toekomst: Ontwerp schakels voor nieuwe uitwisselingen. Beeld Yorit Kluitman

Door Robbert Guis – Hoe ontwerp je de stad van de toekomst? Betere uitwisseling van energie, materialen, voedsel, ruimte en grondstoffen is essentieel voor een circulaire stad. Maar hoe creëer je een ecosysteem waarbij productie en consumptie dichter op elkaar zijn georganiseerd en slimmer op elkaar zijn afgestemd?

Na uitgebreid ontwerpend onderzoek met een multidisciplinair team, in opdracht van BNA Onderzoek, formuleerde Robbert Guis 9 lessen voor de stad van de toekomst. Welke houding ten opzichte van deze opgave moeten wij architecten en stedenbouwers hebben in tijden van grote transitie? Dit jaar verklaart hij elke maand een les nader met een blog. Vandaag les 5: Ontwerp schakels voor nieuwe uitwisselingen.

Circulariteit is geen modewoord, de toekomst is circulair. Onze huidige patronen van consumptie zijn op lange termijn niet duurzaam. Ons afval zullen we intens gaan scheiden zodat grondstoffen kunnen worden hergebruikt. De energievraag moet omlaag door bijvoorbeeld slimmer gebruik te maken van elkaars capaciteiten. Zo verandert de economie, wat voor de ene waardeloos is, blijkt voor de ander waardevol. Betere uitwisseling van energie, materialen, voedsel, ruimte en grondstoffen is essentieel voor een circulaire stad. De stromen die hierbij ontstaan tussen bewoners, instellingen, bedrijven en organisaties vragen om nieuwe, soms ook fysieke, schakelingen. Architectuur kan hierin een grote rol spelen door nieuwe systemen en infrastructuur te integreren in het ontwerp.

Zo wordt de stad een ecosysteem waarbij productie en consumptie dichter op elkaar zijn georganiseerd en slimmer op elkaar afgestemd zijn. Deze ingrijpende verandering heeft invloed op de gebouwde omgeving. Het begrip collectiviteit krijgt daarmee een nieuwe lading. Het welzijn in de stad wordt bepaald door de mate waarin we in staat zijn onze patronen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen.

Radicaal genuanceerd

Architecten en stedenbouwers praten graag over uitwisseling, connecties, kruisbestuiving, contact en collectiviteit. We maken graag plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Dat is niet voor niets. In een goed functionerende stad komen we samen omdat we iets met elkaar te delen hebben. Gek is het daarom niet dat er ruimte ontworpen moet worden waar deze uitwisseling kan plaats vinden.

Sinds het modernisme wordt geëxperimenteerd met collectiviteit in woongebouwen. In de loop der jaren heeft dit verscheidende typologieën en vormen gekregen. Een goed voorbeeld zijn de projecten Kasbah in Hengelo en de Kubuswoningen in Rotterdam en Helmond, ontworpen door Piet Blom. In een zoektocht naar nieuwe vormen van wonen, in een stad met een groeiende intensiteit van leven, maakte Blom in 1965 de studie ‘Wonen als stedelijk dak’. Het plan is enerzijds radicaal en tegelijkertijd genuanceerd. Menselijke activiteiten staan centraal in het ontwerp.  Het woonblok wordt geheel op poten gezet, zodat hieronder een grote open ruimte ontstaat. Deze ruimte was bedoeld voor onvoorziene gebeurtenissen en ontmoetingen. Het zou zo een vergelijkbare sfeer krijgen als die in van de vroegere arbeiderswijk de Jordaan. De begane grond werd gebruiksrijp gemaakt voor tal van activiteiten en door middel van liften, trappen, hellingen en steunpunten worden verbonden met het woondak. Het leven van de stad (begane grond) werd zo toegankelijk voor iedere bewoner.

Een groep tweedejaars studenten van mij aan de TUDelft analyseerde het project Kasbah in Hengelo en concludeerde dat Blom een surrealistische versie van de werkelijkheid had gemaakt. In alle opzichten was volgens hen, het woonblok binnenstebuiten-achterstevoren ontworpen. Het fantastische idee het maaiveld een open ruimte voor kapperszaakjes, aan auto sleutelende mannen en spelende kinderen te maken was niet zo zeer goed gelukt maar wel een idee dat hen de ogen deed openen; een prettige plek om te wonen is een plek waarbij je in contact bent met de mensen die om je heen leven en waar de stad binnen handbereik ligt.

Analytisch model van Kasbah door studenten Floor Eerden, Sabine de Groot, Jasper Hulsbosch en Veerle Reintjes

Analytisch model van Kasbah door studenten Floor Eerden, Sabine de Groot, Jasper Hulsbosch en Veerle Reintjes

Zelf bezocht ik de Kubuswoningen een aantal jaar geleden tijdens het evenement Zig Zag City in Rotterdam (over schakels gesproken). Voor de gelegenheid was de collectieve ruimte onder de kubussen aangekleed met planten. De sfeer was er geweldig, bewoners zaten voor hun deur in hun tuinstoel. En het werkte, in ieder geval die dag, we maakte een praatje en dat was onvoorzien.

De Kubuswoningen in Rotterdam tijdens Zig-Zag-City. Beeld Robbert Guis

De Kubuswoningen in Rotterdam tijdens Zig-Zag-City. Beeld Robbert Guis

Bepalende architectuur

In het recent ontworpen masterplan Bijlmer Kwartier in Amsterdam is ook sterk nagedacht over de onderdelen die een wijk samenbindt. Het plan waarbij de bestaande Bijlmer Bajes wordt getransformeerd naar een stadswijk werd in opdracht van AM gemaakt door OMA, FABRICations en Lola. Het project kent een hoge ambitie als het gaat om circulariteit. Bestaande gebouwen worden op speciale wijze ‘gesloopt’, materialen worden teruggebracht in een materialen cyclus en een klein deel wordt getransformeerd naar een nieuwe functie.

Exploded view, De Groene Toren. Beeld FABRICations

Exploded view van De Groene Toren. Beeld FABRICations

Eén hiervan is een toren, waarin vroeger de vrouwelijke gedetineerde waren gevestigd, dat wordt getransformeerd naar een innovatieve groene toren. Dit gebouw naar ontwerp van FABRICations is een verzamelgebouw voor tal van functies die niet eerder zo prominent in gebouwvorm tot uiting kwamen. FABRICations is een pionier in het ontwerpen van architectuur dat intrinsiek start vanuit een gefundeerd idee over duurzaamheid. De Groene Toren is gevuld met een verticaal park, nieuwe manieren van duurzame energie-  en voedselproductie, regenwater opvangsystemen en organische afvalverwerking.  De toren heeft zo invloed op de stofwisseling van de stad en is bovenal een verblijfsplek. Een geel gekleurd trappenhuis met verschillende elementen verbindt de onderdelen in de toren en zorgt zo voor een bijzondere architecturale route. In het gebouw komen natuurlijk groen (tuinen en groene gevels) samen met technisch groen (duurzame technologie en infrastructuur). Het plan zit sterk in elkaar en kan een belangrijke mijlpaal worden in de systeemverandering van onze steden. Dit gebouwtype verbeeld een nieuw idee over collectiviteit in onze leefomgeving. Ze zegt iets over hoe we de stad moeten gebruiken en ik denk dat we meer van deze gebouwen nodig hebben. Gebouwen die de uitdaging van de circulaire economie aangaan.

Doorsnede tekeing, De Groene Toren. Beeld FABRICations

Doorsnede van De Groene Toren. Beeld FABRICations

Kwaliteit

Zoals de industriële revolutie eind 19e en begin 20e eeuw totaal nieuw type gebouwen heeft voortgebracht, zal dit niet anders zijn in de eerste helft van deze eeuw. Als architecten spelen we een rol in de verbeelding en realisatie hiervan. Net als Alvar Aalto dat deed begin vorige eeuw door prachtige fabrieken te ontwerpen voor de houtindustrie in Finland. Brinkman en Van Der Vlugt deden dit in Nederland, met het ontwerp van de Van Nelle Fabriek dat sinds 2014 tot het UNESCO-werelderfgoed behoort. Of eerder, Peter Behrens die een samenhangende stijl ontwierp voor de fabrieksgebouwen, huisstijl en producten van het Berlijnse bedrijf AEG. De turbinefabriek uit 1909 werd een wereldberoemd voorbeeld van hoe de moderne architectuurstijl geschikt werd voor deze utilitaire gebouwen. Simpel weg omdat ze goed werden ontworpen en gebruikers er trots op konden zijn.

Van Nelle Fabriek in Rotterdam. Beeld Shutterstock

Van Nelle Fabriek in Rotterdam. Beeld Shutterstock

Kijk naar onze recycleparken, slechts een enkele is mooi ontworpen, de meeste zijn gesitueerd op een B-locatie, enkel goed met auto bereikbaar en ingericht om er zo snel mogelijk weer vandaan te gaan. Waarom zien we ze niet naast het station of in het hart van een universiteitscampus? Of zoals straks in het Bijlmer Kwartier midden in de wijk.

Om nieuwe uitwisselingen echt mogelijk te maken moeten we de schakels ontwerpen. Op deze manier wordt de circulaire economie fysiek onderdeel van de stad. Door het zichtbaar te maken, snappen we het beter en wordt de wisselwerking wederkerig. De kwaliteit van elke schakel gaat daarmee de kwaliteit van de hele stad bepalen.

Alles over de Stad van de Toekomst

 

 

Reageer op dit artikel