blog

Blog – Kunnen dichtheid en hoogbouw plezier opleveren?

Stedenbouw

Door Harm Tilman – In Nederland wordt dichtheid vaak geassocieerd met winderige hoogbouwmilieus waar het slecht toeven is en waar gezinnen met kinderen niet willen wonen. Deze ‘dichtheid-stress’ snijdt een afgewogen discussie over verdichting en hoogbouw de pas af. Een Zwitserse publicatie laat zien dat dichtheid concrete meerwaarde geeft aan bewoners, maatschappij en leefmilieu. Kan dichtheid inderdaad leuk zijn?

Niet zo lang geleden bezocht ik Zürich en kwam daar een uitermate boeiende publicatie van het Zwitserse Architectuurmuseum tegen over ‘Dichtelust’, over het plezier dat je met dichtheid kunt beleven. Wat blijkt? In Zwitserland staat het begrip dichtheid nog vaak in een kwaad daglicht. Onvermijdelijk duikt het beeld op van historische binnensteden die worden overwoekerd met hoogbouw. Tegenover dat beeld plaatst ‘Dichtelust’ een ingetogen en compact gebruik van de gebouwde omgeving.

Dichtelust Beeld Zwitsers Architectuurmuseum 2019

Chagrijn over dichtheid

Ook in Nederland heerst over dichtheid het nodige chagrijn. De voorstelling dat dichtheid een feest kan zijn, moet in ons land veelal nog landen. Ofschoon de voordelen van verdichting nauwelijks te bestrijden zijn, breekt bij menigeen bij dit begrip het nodige angstzweet uit. Achter de bezwaren tegen dichtheid lijkt inderdaad een niet helemaal te beredeneren angst tegen hoogbouw schuil te gaan.

Hoogbouw Den Haag

De toekomstige skyline van Den Haag. Beeld: KCAP Architects & Planners en WAX

Kloof stadsontwikkelaars en bewoners

Dit angstbeeld doet zich voor in vele gedaanten maar kent twee vaste componenten. Aan de ene kant staat het beeld van dure, exclusieve woontorens waarbij het beneden op straat slecht toeven is. Tegelijkertijd wordt beweerd dat hierdoor voor gewone gezinnen in de stad geen plaats meer is. Gezinnen willen immers vanwege de kinderen op de grond wonen. Tussen wat stadsontwikkelaars denken en hoe mensen zelf wensen te wonen, zou kortom een diepe kloof bestaan.

Wijnhaveneiland ligt tussen de Rotterdamse binnenstad en de Maas en wordt vanaf 1996 getransformeerd tot een levendig stadsdeel op basis van een dynamisch model dat hoogbouw toestaat op basis van de perceelgrootte. Bebouwingsregels zorgen voor een evenwicht tussen nieuwe en bestaande bebouwing, uitzicht en bezonning. Beeld Ossip van Duivenbode

Wijnhaveneiland ligt tussen de Rotterdamse binnenstad en de Maas en wordt vanaf 1996 getransformeerd tot een levendig stadsdeel op basis van een dynamisch model dat hoogbouw toestaat op basis van de perceelgrootte. Bebouwingsregels zorgen voor een evenwicht tussen nieuwe en bestaande bebouwing, uitzicht en bezonning. Beeld Ossip van Duivenbode

Concrete meerwaarde

Met deze veronderstellingen maakt ‘Dichtelust’ korte metten. Het laat zien dat verdichting en hoogbouw van alle tijden zijn en dat ze bijdragen aan de kwaliteit van het leefmilieu. Ze creëren voor mensen, maatschappij en omgeving een concrete meerwaarde. Veel van de bezwaren tegen verdichting en hoogbouw komen voort uit een onberedeneerde angst voor stedelijke groei en de teloorgang van de schijnbaar idyllische binnenstad.

Duplex Architekten, Glasi Quartier, Basel. Van grote betekenis in deze dichtbebouwde en gemengde wijk zijn vier grote, driehoekige pleinen.

Angst voor dichtheid

Op de afgelopen Provada repten deskundigen van een ongegronde angst voor dichtheid. Stedenbouwkundige Henk Hartzema toonde op het Transformatieplein aan, dat waar deze angst voor dichtheid samengaat met een angst voor de vrije markt, zoals in Amsterdam, een verstikkende vorm van stedenbouw ontstaat, waarin met kavelpaspoorten en 40-40-20 regelingen alles is dichtgeregeld. Tegenover deze stedenbouw als telmodel plaatst hij een stedenbouw die van ons allemaal is, vrijheid biedt en veranderingen kan doorstaan.

 

Studio Hartzema stelt voor kaveleigenaren uit te dagen 10 procent van hun kavel terug te geven aan de samenleving in de vorm van een pocketpark, in ruil voor 10 procent extra ontwikkelingsruimte.

Kwalitatieve dichtheid

Inzet van de discussie zou dan ook niet de kwantitatieve maar de kwalitatieve dichtheid moeten zijn. Hoe kun je door meer bebouwing meer leefkwaliteit voor alle bewoners genereren? Een wezenlijk gegeven daarbij is, naast sociale menging, menging van stedelijke functies. Volgens Daan Zandbelt, partner van De Zwarte Hond en rijksadviseur, zijn ‘mixed use’ gebieden cruciaal voor de leefbaarheid van een stad.

Zoneren op basis van milieuhinder

Nu botsen functies nogal eens op elkaar. Om dat te ondervangen stelt Zandbelt voor de stad te zoneren op basis van maximale milieuhinder prestaties. Hij onderscheidt naast ruiszones waarin bedrijvigheid de overhand heeft, en rustzones waar mensen rustig wonen en werken in het groen, tevens reuringzones, dynamische plekken met veel stedelijke voorzieningen. Voordeel van deze manier van organiseren is, dat je op sommige plekken kunt uitpakken en echt iets neer kunt zetten dat stedelijke kwaliteiten bezit.

Reuring-, rust- en ruisgebieden volgens Daan Zandbelt van de Zwarte Hond

Gemengde wijken met reuring

Zandbelt sluit het wonen in het groen dus niet uit maar onderkent evenzeer een behoefte aan wijken met reuring. Dit zijn gemengde wijken waarin mensen wonen, werken, leren, consumeren en elkaar leren kennen. Het zijn wijken waarin ze hun persoonlijke en beroepsmatige bezigheden in een straal van 5-10 minuten te voet, op de fiets of met het OV kunnen afwerken. De discussie is daarmee niet wel of geen hoogbouw, maar hoe je compact wonen kunt organiseren.

Schematische voorstelling van een raamwerkplan met reuring-, rust- en stiltegebieden Ontwerp Daan Zandbelt, de Zwarte Hond

Nulfase van projectontwikkeling

Op het Transformatieplein van de Provada modereerde ik een bescheiden bijeenkomst over Rotterdam-Zuid waarvan Zandbelt de inleiding verzorgde. Vervolgens pitchten de architecten van GroupA en Mei hun voorstellen voor een verloren ruimte bij Zuidplein. Het Transformatieplein biedt architecten de mogelijkheid te adviseren in een fase waarin alle belangrijke beslissingen voor een ontwikkeling worden genomen en waarin ze normaliter geen inbreng hebben. Het is een fase die door architect-ontwikkelaar Kevin Cavenaugh de nulfase van projectontwikkeling wordt genoemd.

Cultuurpark op Zuid

Onderwerp van de pitch was een kantorenstrook aan de oostkant van het winkelcentrum, die buiten de gebiedsontwikkeling Hart van Zuid valt. Hier liggen kansen voor verdichting, functionele en sociale menging. Op grond van een sterktezwakte-analyse stelt Mei Architecten voor om tussen Zuidplein en Ikazia ziekenhuis een park te ontwikkelen. Dit cultuurpark biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van een cultuur- en kenniscluster en verdere verdichting van het gebied met twee woontorens.

Beeld Mei Architecten

Pixelwoonbebouwing

GroupA stelt voor om aansluitend op de transformaties in Hart van Zuid de westzijde van winkelcentrum Zuidplein te verdichten met pixelwoonbebouwing. De Strevelsweg is de belangrijkste uitvalsweg van Rotterdam in de richting van de provincie Zeeland. Ziekenhuis en winkelcentrum, gelegen aan weerszijden van deze drukke stadsstraat, worden met elkaar verbonden door een Ponte Vecchio. Tevens doet GroupA een voorstel voor een aantrekkelijke en representatieve stadsentree.

Beeld GroupA

Aantrekkelijke plekken

Een louter op winst gerichte maximalisatie van het grondgebruik is problematisch. De vraag is niet of we verder moeten stapelen, maar hoe we met meer bebouwing meer leefkwaliteit voor alle mensen kunnen maken. De discussie zou kortom niet moeten gaan over dichtheid of niet, maar of een ontwikkeling een prettige leefmilieu oplevert. Een ding is zeker: ook in hoge dichtheden zijn wel degelijk zeer aantrekkelijke plekken te maken.

Lees ook

Ingrediënten voor rijke hoogbouw

Nanne de Ru over hoogbouw en verstedelijking – een analyse

Winy Maas in Den Haag: eive wenne

Reageer op dit artikel